Marktwerking houdt huis in de thuiszorg

De privatisering in BV Nederland raakt de mensen ook in hun onmiddellijke omgeving. Vandaag: de thuiszorg.

ROTTERDAM, 3 AUG. Sinds kort heeft Jerika Vos, verpleegkundige in Rotterdam, cliënten in plaats van patiënten. Ze is overgestapt van een ziekenhuis naar de particuliere Stichting Uitgebreide Thuiszorg. Daar kan ze parttime kan werken en rustig de tijd nemen voor de verpleging. Ze werkt nu vier ochtenden per week bij een echtpaar waarvan de man door drie hersenbloedingen niets meer zelf kan. Vos verzorgt zijn doorligwonden, kookt zijn eten, maakt het fijn, en ze voert hem. Ook geeft ze sondevoeding en medicijnen en ze hangt de was op.

De 76-jarige echtgenote van de man vindt de nieuwe hulp “een verademing”. Zij kan zich deze pas sinds kort veroorloven dankzij de invoering van het 'persoonsgebonden budget', een subsidie waarvan burgers naar eigen inzicht thuiszorg kunnen inkopen.

De reguliere instelling Thuiszorg Rotterdam, waarvan ze eerder hulp ontving, vond ze lastig en onbetrouwbaar. “Zeggen ze dat ze om zeven uur komen, komen ze een uur later. 'Ja sorry hoor, u bent de enige niet', kreeg ik dan te horen. En ze zijn me ook weleens vergeten.”

Tot een paar jaar geleden was de Nederlandse thuiszorg een overzichtelijk geheel. Grote regionale zorginstellingen namen vrijwel alle thuiszorg voor hun rekening, volledig gefinancierd uit de AWBZ, de Algemene wet bijzondere ziektekosten. Hun monopolie werd alleen doorbroken door een paar particuliere organisaties die rijke cliënten de mogelijkheid boden van 'zorg op maat'.

Dit veranderde toen de toenmalige staatssecretaris H. Simons besloot de marktwerking in de zorg te gaan bevorderen. Nieuwe zorgaanbieders moesten de oude instellingen gaan beconcurreren, zodat thuiszorg goedkoper, klantgerichter en efficiënter zou worden. De huidige staatssecretaris, E. Terpstra, is een groot voorstander van concurrentie, zij gaf nieuwe instellingen een nagenoeg vrije entree op de markt. Ze krijgen een startbedrag van ruim twee miljoen AWBZ-geld en verzekeraars werden verplicht hen te contracteren. Dit leidde tot een toevloed van nieuwe thuiszorgbureaus. Verzekeraars kunnen nu kiezen voor de organisatie die de beste zorg levert voor de laagste prijs.

Om verzekeraars weg te houden bij de nieuwkomers, zijn de oude instellingen gedwongen te bezuinigen en doelmatiger te gaan werken. Maar volgens directeur J. Knipscheer van Thuiszorg Rotterdam, een oude instelling, kunnen ze dan nog niet op tegen de nieuwkomers die zich weinig aantrekken van de oude CAO's met strikt geregelde werktijden, toeslagen voor onregelmatig werk, verplichting tot bijscholing, wachtgeldregelingen et cetera. Ook hebben ze geen zorgverplichting, zodat ze zich kunnen onttrekken aan zorg waarmee weinig te verdienen valt. Het is nu dringen op de markt voor 'ziekenhuisverpleging thuis', maar voor huishoudelijke hulp en kortdurende handelingen - de zogenoemde 'kwartiertjeshulp' - komt de concurrentie niet op gang. Deze hulp is duur, omdat het relatief veel reistijd vergt.

Kitty Michels, ziekenverzorgster bij Thuiszorg Rotterdam, bezoekt met de fiets vijf adressen in anderhalf uur. Een man met vergevorderde multiple sclerose wordt van zijn zij op zijn rug gedraaid. De voetwonden van een man met slechte doorbloeding worden verzorgd en opnieuw verbonden. Een vrouw met vocht in haar benen wordt gezwachteld, een dementerende vrouw krijgt medicijnen en een insulineprik. Een invalide man heeft een wond aan zijn scrotum die door een ziekenhuisbacterie niet heelt. De wond wordt tweemaal daags verzorgd. Veel van Michels' cliënten hebben nog meer hulp nodig, bijvoorbeeld in het huishouden, maar dat behoort volgens de CAO niet tot haar taak. Hiervoor komt zo nodig een huishoudelijke hulp van Thuiszorg Rotterdam.

Onder druk van de concurrentie is Thuiszorg Rotterdam zuiniger gaan werken. De werknemers moeten meer 'zorgen' en minder vergaderen. “We krijgen voortdurend te horen dat we meer 'produktie moeten draaien' ”, aldus Michels. “Daardoor is er minder tijd voor sociale dingen. Als iemand die het moeilijk heeft een gesprek met je wil voeren, ben je zo een half uur kwijt.” Michels vindt het hardvochtig in zo'n geval op haar horloge te kijken en het gesprek af te breken. “Dat kan ik niet. Dan doe ik bij de volgende alleen wat ik moet doen en hou mijn mond. Of ik kom overal te laat.”

De particuliere Stichting Uitgebreide Thuiszorg, waar Jerika Vos werkzaam is, heeft de zogenoemde kwartiertjeshulp niet in haar pakket. De stichting biedt verzorging en verpleging voor minimaal drie aaneengesloten uren per dag, eventueel gecombineerd met huishoudelijke hulp. Al het werk wordt door dezelfde verpleegkundige gedaan. Adjunct-directeur J. Visser: “Mensen weten bij ons precies wie er wanneer komt helpen. Als een cliënt om acht uur gewassen wil worden, komen we om acht uur en niet ergens tussen zeven en twaalf.” De stichting werkt goedkoper dan de reguliere zorg. Visser: “Onze overhead ligt lager. De reguliere organisaties hebben een veel zwaardere top dan wij. En wij kunnen specialistische hulp, bijvoorbeeld van diëtisten, inhuren op het moment dat de zorgvraag komt. De regulieren hebben veel meer mensen in vaste dienst.”

Om de oude instellingen geleidelijk te laten wennen aan de privatisering, heeft staatssecretaris Terpstra dit jaar 5 procent van het budget voor het kruiswerk (wijkverpleging, wijkziekenzorg en uitleen van hulpmiddelen) weggehaald bij de oude instellingen en gereserveerd voor de nieuwe. Nog eens 5 procent werd 'geflexibiliseerd'. Voor dit geld kunnen verzekeraars zowel met de oude als de nieuwe instellingen contracten afsluiten. De bedoeling is dit percentage geleidelijk te laten oplopen tot 35 procent.

Onlangs bleek dat tal van oude instellingen geprobeerd hebben een deel van het geld binnen te halen door zelf nieuwe instellingen op te richten. Ook Thuiszorg Rotterdam heeft dit gedaan. Twee bestaande units zijn ondergebracht in een nieuwe instelling, die een iets groter gebied bestrijkt dan voorheen. Volgens Knipscheer is hierbij niet een duur nieuw management geïnstalleerd, maar is het denkbaar dat andere instellingen dat wel hebben gedaan. Dan zou privatiseringsgeld verdwijnen van zorg naar management.

Minister Borst (Volksgezondheid) heeft inmiddels erkend dat de marktwerking in de thuiszorg te ver is doorgeschoten. Een nieuwe regeling die volgend jaar ingaat, verplicht instellingen die willen meedingen naar AWBZ-geld alle zorg aan te bieden, ook huishoudelijke hulp en 'kwartiertjeshulp'. Ook moeten ze voldoen aan kwaliteitseisen die worden getoetst door de inspectie van Volksgezondheid.

De vraag is of eerlijke concurrentie daarmee gewaarborgd is. Progeria, een commercieel bemiddelingsbureau met een bestand van circa 1.200 zelfstandige verpleegkundigen, heeft vorig jaar een 'AWBZerkenning' in de wacht gesleept, wat recht geeft op overheidsgeld. De verpleegkundigen van Progeria leveren hulp voor minimaal twee aaneengesloten uren. Voor de kwartiertjeshulp, die Progeria nu wettelijk verplicht is te leveren, rekent het bureau het tarief voor twee uur: zestig gulden. Dat vinden verzekeraars te duur. Dus zullen zij een goedkoper alternatief zoeken en ontkomt Progeria aan de kwartiertjeshulp.

Volgens directeur Ter Borg van Progeria is het beter voor de cliënt als een zuster minimaal twee uur blijft. Het principe van 'even helpen en weer weg' stuit haar tegen de borst. “Stel, je komt om tien uur 's avonds iemand naar bed brengen, maar er is voetbal op tv met verlenging. Dan kun je die stoel toch niet zomaar wegrijden?”