Illegale kunsthandel

In het artikel 'Illegale kunsthandel heeft al te lang vrij spel' van Jos van Beurden (19 juli) wordt ten onrechte vermeld dat de discussie over het al of niet toetreden tot het Unidroit-Verdrag in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië nog gaande zou zijn.

Beide landen hebben echter al geruime tijd geleden besloten niet tot het Verdrag toe te treden. Van Duitsland moet het zeer onwaarschijnlijk worden geacht dat dit land nog zal toetreden tot het Verdrag, terwijl Australië het nemen van een beslissing voorlopig heeft uitgesteld.

Door de ongelukkige formuleringen en definities in de Verdragstekst hebben in die landen vooral de musea en bibliotheken toetreding tot het Verdrag in de voorgestelde vorm krachtig ontraden. De rechtsonzekerheid die voor het legale handelsverkeer (waaronder niet alleen het aan- en verkoopbeleid van de handel, doch ook van particuliere verzamelaars en openbare instellingen moet worden verstaan) wordt onevenredig groot geacht.

Het uitgesproken bezwaar van de handel is, dat, zolang de Verdragstekst niet sterk in verbeterd, te veel belangrijke landen niet zullen meedoen, waardoor het bereiken van het beoogde doel - dat door iedereen wordt onderschreven - illusoir wordt.