Hongarije

KEES BAKKER: Boedapest - Metropool in het hart van Europa

287 blz., geïll., Jan Mets 1996, ƒ 49,50

KEES BAKKER: De Groothongaarse mythe - Geschiedenis van een eeuw verongelijktheid

63 blz., Jan Mets 1996, ƒ 19,90

Kees Bakker is een kenner van Hongarije en een kenner van Boedapest. Zijn reisgids voor de Hongaarse hoofdstad is zo ongeveer het beste wat er - bij mijn weten - op dit gebied bestaat. Aan de hand van wandelingen van steeds enkele uren neemt Bakker de bezoeker mee naar de meest bezienswaardige plekken van Boedapest. Hij grossiert in wetenswaardigheden en beschrijvingen van details, geeft historische achtergronden, beschrijft architectuur en architecten en heeft zijn literatuur op een rijtje waar dat nodig is. Toegevoegde gedichten van Attila Joszef en Endre Ady en toegevoegde hoofdstukken over de Hongaarse Opstand, de componist Béla Bartók, graaf Mihály Károlyi, die Hongarije kortstondig regeerde na de Eerste Wereldoorlog, en de stalinistische tijd geven dit boek extra inhoud: het is veel meer dan een reisgids alleen. Boedapest - Metropool in het hart van Europa is een mooi, compleet boek, onmisbaar voor iedereen die belangstelling heeft voor de stad die een eeuw geleden uit zijn plattelandsgrenzen brak en binnen één enkele generatie een wereldstad met wereldstadallures werd.

Het vierde hoofdstuk, 'Groot-Hongarije, de geschiedenis van een myhthe' behandelt in vogelvlucht de geschiedenis van Hongarije. Het is dit hoofdstuk dat Bakker heeft uitgewerkt in zijn tweede boek, De Groothongaarse mythe.

Zo interessant en volledig de reisgids is, zo pamflettistisch, onvolledig en tendentieus is dit boekje. Het heet een essay te zijn, maar in werkelijkheid is het een slecht uitgewerkt, slecht onderbouwd, slecht beargumenteerd pamflet, dat uitgaat van een verkeerde premisse en dat dan ook tot verkeerde conclusies leidt.

Bakkers boekje gaat over de nostalgie in Hongarije naar het Hongarije dat, als onderdeel van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, na de Eerste Wereldoorlog als gevolg van het Verdrag van Trianon van de landkaart verdween. Van dat grote Hongarije van voor 1918 bleef slechts een rompstaat over. Transsylvanië werd bij Roemenië gevoegd, de Vojvodina bij het nieuwe Joegoslavië, Slowakije bij het eveneens nieuwe Tsjechoslowakije. Miljoenen Hongaren kwamen in buurlanden terecht - en hun kinderen en kleinkinderen wonen daar nog steeds.

Het Verdrag van Trianon heeft een trauma veroorzaakt waar de Hongaren nog lang niet mee klaar zijn. Dat is ook niet zo verwonderlijk gezien de weinig tolerante wijze waarop de Hongaarse minderheden in Joegoslavië, Slowakije en Roemenië worden behandeld. Het trauma wordt voortdurend gevoed door de restricties waaraan de Hongaarse minderheden over de grens worden onderworpen - een probleem dat niet alleen de Hongaren maar ook de Europese Unie verontrust.

De verkeerde premisse waar Bakker in zijn pamflet/essay van uitgaat, is dat 'de Hongaren' in hun vermeende verongelijktheid (wat heel iets anders is dan nostalgie naar het verleden of ergernis over het heden) op het herstel van het oude Groot-Hongarije en dus op grenswijzigingen aandringen. Die bewering duikt bij voortduring in het boekje op, maar merkwaardigerwijs geeft Bakker zelfs niet één enkel citaat en noemt hij niet één enkele bron om die veronderstelling te schragen. Kees Bakker zegt dat de Hongaren 'steeds onverbloemder' grenscorrecties eisen en daarmee natuurlijk de Middeneuropese stabiliteit in gevaar brengen. Sterker: ze dreigen zelfs met geweld, zo lezen we, want komt dat Groot-Hongarije er niet goedschiks, dan komt het er wel kwaadschiks. Opnieuw: geen bronvermelding, geen citaat, geen onderbouwing, niets.

Het is een boude en onzinnige beschuldiging, want in werkelijkheid heeft geen enkele Hongaar in Hongarije zelf, in Slowakije, de Vojvodina of Transsylvanië, in het openbaar grenswijzigingen aan de orde gesteld of zelfs maar het woord 'Groot-Hongarije' in de mond genomen - geen enkele politicus, geen enkele partij en ook geen enkele prominente krant.