Groene theologie

ROGER GOTTLIEB (ed): This Sacred Earth. Religion, Nature, Environment

693 en XII blz., Routledge 1996, ƒ 53,55

Verering van het milieu als de nieuwe religie: zover is het nog niet maar zover zal het nog wel eens komen. De eerbied is er al, de zondaars worden al, in termen van 'de vervuilers' gebrandmerkt en gestraft, en nu is er ook een soort bijbel, een eco-bijbel verschenen, getiteld This sacred Earth, handelend over de relatie tussen Religion, Nature, Environment (ondertitel). Het boek is een bundel (maar dat is de bijbel ten slotte ook) en bestaat uit maar liefst 75 bijdragen, verdeeld over zeven thema's, met elk ongeveer tien bijdragen per thema. Het boek is een schatkamer, laat ik dat voorop zetten, het lijkt nog het meest op een syllabus of een reader waarin een professor voor zijn studenten het beste heeft ondergebracht wat er over het ontwerp is verschenen. De professor is in dit geval Roger Gottlieb, hoogleraar filosofie aan het Polytechnisch Instituut te Worcester (VS). Dat is een gegeven waarmee een zekere dubbelzinnigheid van het boek verklaard kan worden: het werkt op basis van gegevens die afkomstig zijn uit algemeen toegankelijke wetenschappelijke onderzoeken, maar gaat nergens op dat onderzoek in, levert ook geen cijfers en tabellen. Daarentegen is het wel van begin tot eind geïnspireerd op een religieuze vraagstelling: de ecologische crisis is niet alleen startpunt van de samensteller geweest, maar wordt door hem expliciet als een religieus vraagstuk aan de orde gesteld.

De eerste afdeling bestaat uit bijdragen van mensen die oog hebben gehad voor de natuur, zieners zo gezegd. Thoreau, Rachel, Carson, Ralph Waldo Emerson, ik noem maar een paar auteurs die hier zijn opgenomen. Hoe zagen en zien ze de traditionele religies (vanaf de Grieken tot de Hindoes), de natuur en vooral: wat heeft de ecologische crisis aan nieuwe religieuze visies aan 'groene theologie', zeg maar, opgeleverd? De discussie op het veld van het christendom is indertijd door Lynn White aangezwengeld. 'Gaat heen, onderwerpt de aarde' (een regel uit Genesis) zou volgens hem door de christenheid als een vrijbrief tot roofbouw op de aarde zijn opgevat. Zijn stuk is integraal in het derde onderdeel opgenomen, en natuurlijk ook een aantal replieken van theologen, waaronder niet alleen paus Johannes Paulus II en andere representanten van de christenheid, maar ook vertegenwoordigers van het Jodendom ('wat is eco-kosher?') en van het Boeddhisme.

Eco-womanism

Met het volgende deel wordt een blad omgeslagen. Nu gaat het niet meer om wat we wel of niet in Gods naam (en wie die God dan is) moeten doen, maar om het verwerven of terugvinden van de geestesgesteldheid die bij de nieuwe religiositeit past. Het begint met een analyse van Rosemary Radford Ruether, waarin ze duidelijk wil maken dat de onderdrukking van de natuur en de onderdrukking van de vrouw altijd gelijk op zijn gegaan. Maar daarna gaan de bijdragen van dit deel (onder het kopje 'eco-feministische spiritualiteit') in de richting waarin de titel van This sacred Earth ons hebben wil, zij het dat het hier nog de vrouwen zijn die van die spiritualiteit het meeste verstand hebben. De term 'eco-womanism' valt daar zelfs. Maar in een van de volgende delen wordt die strikte binding aan de vrouwenziel losgelaten en krijgen we moderne eco-religieuze bijdragen van vrijwel alle levende religies, vanaf de Wereldraad van kerken die een liturgie levert voor een 'worship' van de aarde die 'des Heren' is, tot aan de Gaia-meditaties van John Seed en Joanna Macy (Gaia is, in het Griekse pantheon, de naam van de godin aarde). Daarna komen we weer met beide benen op de grond, het gaat er niet om de natuur te vereren maar haar te redden. Aldus de samensteller. De praktische, sociale en maatschappelijke consequenties moeten nu aan de orde komen, maar die zijn niet zomaar te trekken.

Hebben we tempels en de gebedskringen eenmaal verlaten om nogmaals de samensteller aan te halen, dan blijken de dingen oneindig meer complex en lastig te zijn.

Dat klopt, de bijdragen die in dit deel zijn bijeengebracht, bespreken de relatie tussen linkse en groene politiek, de kansen voor zulk samengaan, ze bespreken vooral de connectie tussen groen of eco-spiritualiteit (de tempel en de gebedskring) en het voeren van praktische milieupolitiek in een veelal geürbaniseerde wereld. De strijd tegen de pesticiden, de bescherming van de Derde Wereld tegen het misbruik dat de rijke landen van hun hulpeloosheid maken, en de macht/onnmacht van radicaal activisme. Zulke dingen dus. Het geheel wordt besloten met aanbevelingen, plechtige verklaringen en oproepen van politieke en kerkelijke leiders, van allerlei komaf en snit. En met een lange lijst van organisaties die de religieuze kant van de zorg voor het milieu nummer één stellen.

Schatten

Het boek stort een ware scheepslading aan gedachten en voorstellen over de lezer uit, sommige ervan zijn schatten, andere lijken meer op spiegeltjes en kralen. Naast diepzinnige stukken staat er ook heel wat in dat onder het hoofd pseudo-diepzinnig gerangschikt kan worden. Dat is jammer, want voor een 'religious response to the crisis', zoals de samensteller het boek bedoeld heeft, blijft het daarom te veel steken in spiritualiteit die de lezer niet altijd even serieus kan nemen. Dat de mens niet alleen de natuur aanspreekt, maar de natuur ook de mens, is een belangrijk gegeven. Het christendom heeft er door de eeuwen heen een handje van gehad zich sterk antropocentristisch te profileren: bij God draait alles om de mensen. Alleen maar om de mensen? Mensen zijn belangrijk, maar ze zijn het nu eenmaal in de context van een ecosysteem waarvan ze zelf deel uitmaken. Als met 'the greening of the Church' het veld winnen van dat inzicht wordt bedoeld, vind ik dat een aanvaardbare uitdrukking.