Geweld onder het mes

A. HOOGERWERF: Geweld in Nederland

155 blz., Van Gorcum 1996, ƒ 39,50

Elk samen leven en elke samenleving kent geweld, in vele soorten en maten. Is het met de menselijke natuur gegeven, zoals de ademhaling, of is het een cultuurverschijnsel? Als geweld te lokaliseren is tot een probleem van de samenleving, is er iets aan te doen, is het vatbaar voor beleid. Dit is ook de kern van het boek dat Hoogerwerf, de eminence grise van de beleidswetenschap in Nederland en tot voor kort verbonden aan de Universiteit Twente, over geweld heeft geschreven: geweld als maatschappelijk probleem.

Een allesomvattend boek over geweld zou onleesbaar zijn. Er zijn immers zoveel vormen van geweld, zoveel wetenschappelijke disciplines die er zich mee bezighouden en die een pluriformiteit van benaderingen en een tegenstrijdigheid aan oordelen over geweld opleveren. Het gaat Hoogerwerf er niet om deze wetenschappelijke rijkdom en tegelijk verwarring te etaleren. Hij gebruikt de bestaande kennis en inzichten slechts om geweld als maatschappelijk probleem te duiden. Doorgaans associëren we geld met crimineel geweld (moord en doodslag), maar geweld is dichterbij dan we denken. Het ligt immers binnen ieders bereik en zoals er in de samenleving krachten zijn die geweld indammen, tegengaan of verhinderen - bijvoorbeeld door sociale controle, procedureregels, afspraken, contracten en sancties - kan geweld door diezelfde samenleving ook worden opgeroepen en zelfs gemobiliseerd, bijvoorbeeld door een inadequate armoedebestrijding, ontactisch optreden van de mobiele eenheid of provocerende politieke uitspraken over asielzoekers.

Achtergronden

Hoogerwerf beperkt het thema tot geweld dat zich de in de hedendaagse Nederlandse samenleving manifesteert, zoals crimineel geweld, politiek geweld, mishandeling van vrouwen en kinderen, overheidsgeweld in een democratische rechtsstaat, terrorisme, aanranding, verkrachting, gedwongen prostitutie en geestelijk geweld. Met behulp van andere wetenschappen (criminologie, psychologie, sociologie, politicologie) analyseert hij deze varianten naar hun verschijningsvorm, omvang, achtergronden en gevolgen. Veel aandacht besteedt hij aan de verklaringen die er voor bepaalde vormen van geweld bestaan: maatschappelijke cultuur, ongelijkheid, sociale binding en het politieke systeem.

In deze benadering komt de beleidswetenschappelijke aanpak van Hoogerwerf duidelijk tot uitdrukking. Achter die verklaringen probeert hij de achtergronden (beter nog: de oorzaken) op te sporen, maakt hij maatschappelijk geweld als het ware 'vatbaar' voor beleid. Hoe meer het beleid op de oorzaken van een maatschappelijk probleem is gericht, des te fundamenteler het is. Als het beleid geen oorzaken bestrijdt, blijft het steken in symboliek, holt het achter de feiten aan of verwordt het tot dweilen met de kraan open. Vandaar dat Hoogerwerf op interdisciplinaire wijze naar de oorzaken zoekt, dus met behulp van bestaande wetenschappelijke inzichten, teneinde tot zo betrouwbaar mogelijke uitspraken te komen. In zijn zoektocht naar de oorzaken van maatschappelijk geweld, toont Hoogerwerf zijn maatschappelijke visie. In zijn benadering is geweld niet zozeer een uiting van agressie die bij het RIAGG moet worden behandeld of door meer blauw op straat moet worden bestreden. Het is een probleem dat niet kan worden opgelost, maar wel fundamenteel kan worden aangepakt door de eerder genoemde maatschappelijke omstandigheden die het klimaat voor geweld begunstigen, te beïnvloeden. Voorkomen is beter dan genezen, zo zou men de beleidswetenschappelijke boodschap kunnen verwoorden, een boodschap die ook impliceert dat het beleid zich niet alleen op de geweldpleger moet richten, maar vooral ook op zijn sociale omgeving.

De fundamentele, preventieve aanpak die Hoogerwerf voorstaat, vloeit weliswaar helder uit zijn analyse voort, maar biedt weinig nieuwe of verrassende gezichtspunten. Hij zoekt die aanpak in de cultuur (bijvoorbeeld waarden en normen, verdraagzaamheid, discriminatie, racisme, intolerantie), de maatschappelijke ongelijkheid (gericht op emancipatie, ontplooiing van mensen, armoede, werkloosheid), de sociale binding (het aanpakken van maatschappelijke spanningen en conflicten tussen groepen in de samenleving) en het politieke systeem (zoals handhaving van het geweldmonopolie van de overheid, versterking van het democratische gehalte van de politieke besluitvorming, vergroting van de legitimiteit van het beleid, pakkans). Een probleem is echter, dat de grenzen van de overheid beperkt zijn, zeker als het gaat om een belangrijke oorzaak van geweld te beïnvloeden, namelijk de mentaliteit in de samenleving. Overheidsbeleid kan die mentaliteit niet gemakkelijk ombuigen - gesteld dat de richting daarvan al duidelijk zou zijn. Die restrictie brengt met zich mee, dat er niet veel beleid te verzinnen valt dat nieuw of veelbelovend is.

Diagnose

De kracht van dit boek ligt dan ook niet zozeer in de oplossingen die het aanreikt. Wel laat het duidelijk zien hoe een ernstig maatschappelijk probleem beleidsmatig moet worden benaderd om tot succesvol beleid te kunnen komen, rijp kan worden gemaakt voor beleid. Veel bestuurskundige benaderingen mislukken in deze gidsfunctie, omdat zij zich te zeer oplossingsgericht opstellen. Een oplossing aanreiken scoort immers goed. Een deugdelijke probleemanalyse is daarentegen het begin van alle wijsheid.

Het onderwerp leent zich er al niet voor, maar ook de aanpak van Hoogerwerf verleidt de lezer niet dit boek bij de open haard te lezen. Analytisch en systematisch wordt het fenomeen geweld uitgebeend, welhaast elke vezel ervan wordt op anatomische wijze beschouwd. Dat analytische geeft de benadering ook een sterk uitleggerig en wat droog karakter. Hoogerwerf schrijft niet essayistisch of maatschappelijk geëngageerd. Het is alsof hij de werkelijkheid onder een loep legt en aan de hand van het waargenomene de diagnose stelt. De politiek moet voor de feitelijke invulling daarvan zorgen. Deze aanpak levert een hoge mate van transparantie op: zijn boek is doorzichtig van opbouw, helder van betoog en consistent in het eindresultaat, want er komt niet meer uit dan de auteur erin gestopt heeft.