Elektra afscheid van Leonie Rysanek

SALZBURG, 3 AUG. Leonie Rysanek, de belangrijkste Oostenrijkse operazangeres, neemt deze maand in Salzburg na een carrière van 47 jaar definitief afscheid van het podium. De Staatsopera in Wenen, waar ze woont en vele successen vierde, was niet geïnteresseerd in een groots afscheid, zoals ze wel kreeg in New York en Hamburg.

In New York organiseerde James Levine voor haar een nieuwe produktie van Tsjaikovski's Pique Dame, waarin ze de oude gravin zong. In Salzburg maakt ze als Klytämnestra haar laatste drie optredens aan het slot van een serie uitvoeringen van een nieuwe produktie van Strauss' Elektra, die donderdag in première ging, nu nog met Doris Soffel als Klytämnestra.

Zó lang en omvangrijk is de carrière van de Rysanek geweest dat ze alleen al in Elektra drie rollen heeft vertolkt. In drieëndertig jaar zong ze 350 keer de hoge sopraanrol van Chrysothemis, waarin Rysanek fameus was: zelf meent ze daaruit ook meer gehaald te hebben dan er in zit. De titelrol vertolkte Rysanek één keer (in 1982 in een indrukwekkende filmversie van regisseur Götz Friedrich) en sinds 1989 zingt ze Klytämnestra, waarmee ze in het expressieve mezzo-vak is terechtgekomen. De nieuwe Elektra is gemaakt door een Japans artistiek team onder leiding van regisseur Keita Asari, die na afloop werd geconfronteerd met enig boe-geroep. Opzienbarend is de opgezette conventionele produktie over de eindeloze spiraal van wraak en weerwraak allerminst. Het huis van Agamemnon, die door zijn vrouw Klytämnestra en haar nieuwe minaar Aegisth is vermoord, wordt voorgesteld als een ruïne, de toegangspoort wordt gevormd door twee misvormde handen die zich ten hemel heffen. Dat decor - hoe breed ook - weet 's werelds breedste operatheater nauwelijks zinvol te vullen - een frequent probleem in de bioscoop-achtige zaal van het Grosses Festspielhaus met 2371 plaatsen.

Anders dan gebruikelijk is wel het slot. Nadat haar broer Orestes haar moeder Klytämnestra en haar stiefvader Aegisth heeft gedood, moet Elektra aan het eind van een wilde dans voor dood neervallen. Hier rent ze het huis binnen, dat tegelijkertijd wegwijkt en daarmee een eindeloze zee in zicht brengt. Zoals Tosca wil Elektra in het diepe springen, maar dan valt ze nog voor die zelfmoord neer. Wat voor associaties de Japanners bij die zee hebben weet ik niet, zelf moest ik denken aan het 'meer van tranen' uit Bartóks Blauwbaard. De karakterisering van de personages en hun deerniswekkende toestand lijkt aanvankelijk weinig bijzonder en al te onscherp. Maar allengs ontstaat juist door al die nuances en het gebrek aan eenduidigheid toch een aangrijpend beeld van de situatie.

De vrouwelijke personages, Elektra, haar zuster Chrysothemis en hun moeder Klytämnestra, hebben in al hun ellende eigenlijk veel gemeen. Vooral Klytämnestra heeft reden tot klagen: Agamemnon doodde haar eerste man en haar kind, hun dochter Iphigeneia offerde hij om naar de Trojaanse oorlog te kunnen zeilen. Toen Agamemnon uit Troje terugkwam met Kassandra als buit werden zij gedood door Klytämnestra en Aegisth. Bij Klytämnestra's eerste opkomst worden hun aan stukken gereten lijken voor haar uit weggedragen.

Vooral de afwezigheid van onstilbare rabiaatheid bij Elektra is opvallend: Hildegard Behrens vertolkt de rol op grandioze wijze. Met een grote mate van variatie in haar expressie schept zij een meisjes-achtig beeld van Elektra, die hulpeloos is en verlegen met de situatie. Dat zij Orestes aanzet tot de moord op hun moeder is wel het laatste dat men van haar zou verwachten.

Ook in de andere rollen - met Doris Soffel als Klytämnestra, Karen Huffstodt als Chrysothemis, John Bröcheler als Orestes en Kenneth Riegel als Aegisth - wordt uitstekend gezongen. Maar een zeer groot deel van het muzikale succes van deze voorstelling komt vooral op rekening van de geweldig spelende Wiener Philharmoniker, gedirigeerd door Lorin Maazel. Hij verstaat als weinig anderen de kunst om het volume meestal te temperen en in vrij langzame tempi ruimte te scheppen voor de ongelooflijke hoeveelheid klankkleuren die de Wiener weten te produceren in dit werk dat zij talloze malen hebben gespeeld, ook onder leiding van de componist. Zo is deze Elektra er in alle opzichten een van weloverwogen nuances.

De Salzburgse artistiek leider Gerard Mortier heeft inmiddels met enige verwondering kennis genomen van het dreigement van de Wiener om niet meer in Salzburg op te treden als Riccardo Muti geen opera's krijgt te dirigeren. Eerder dit jaar heeft Mortier Muti twee opera's aangeboden: een concertante Parsifal met een sterbezetting om het Salzburgse afscheid van Placido Domingo te vieren en een Don Giovanni. Maar Muti antwoordt niet, zelfs niet op aanmaningen om te antwoorden. Mortier: “Ach, dat is typisch Italiaans.”