Doortrekken A15 lijkt verder weg dan ooit

ARNHEM/DEN HAAG, 3 AUG. Het was één van de “keiharde” voorwaarden van de provincie Gelderland voor medewerking aan de Betuwelijn: Rijksweg A15 moest worden doorgetrokken van Ressen naar de rijksweg A12 bij Duiven. Nu, bijna drie jaar later, komt het Overlegorgaan Verkeersinfrastuctuur (OVI) evenwel tot de conclusie dat het aan te leggen stuk snelweg “noodzakelijk noch wenselijk” is.

De conclusie van het OVI, neergelegd in het zogeheten 'Rapport van Bevindingen over het Trajectnota/MER A15 gedeelte Ressen - A12', heeft in het provinciehuis inmiddels geleid tot het nodige gezucht. De provincie heeft al jaren geleden het bestemmingsplan van het gebied zo gewijzigd dat er - wat betreft ruimtelijke ordening - geen belemmeringen meer zijn om de weg door te trekken.

Maar dat lijkt nu verder weg dan ooit. Volgens verantwoordelijk gedeputeerde T. Doesburg praat het OVI, een overlegorgaan voor het ministerie van Verkeer en Waterstaat, datzelfde ministerie naar de mond. “Het ministerie wil het gewoon niet, en nu komt het OVI zonder één inhoudelijk argument tot de conclusie dat een doortrekking van de A15 niet noodzakelijk is.”

Minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) had het OVI om het rapport gevraagd, nadat zij in april van dit jaar de Trajectnota/MER voor de streek had vastgesteld. Het OVI heeft de verkeerskundige waarde van het doortrekken van de A15 vooral bezien in relatie tot de files op het hoofdwegennet. Het rapport komt tot de conclusie dat een doorgetrokken A15 nauwelijks een meerwaarde oplevert ten opzichte van een - al eerder geplande - verbreding van de A12 en de A50 tot zesbaanswegen.

De files op deze wegen, aldus het OVI in zijn rapport, worden niet opgelost met het doortrekken van de A15 naar de A12 alleen. Verbreding blijft dus nodig. Bovendien staat de schade die aan natuur, landschap en agrarische structuur wordt aangericht in geen verhouding tot de kosten. Deze worden geschat op zo'n vierhonderd tot vijfhonderd miljoen gulden. Het OVI pleit er daarom voor af te zien van aanleg van doortrekking van de A15, zo staat in het rapport te lezen.

Doortrekking zou overigens wel een rol van belang spelen voor de versterking van de regionale economische structuur; iets wat de provincie en het Knooppunt Arnhem-Nijmegen ook al lange tijd benadrukken. De helft van het verkeer op de wegen komt uit de regio, aldus het OVI, en dat maakt het landelijk gezien minder belangrijk. Gedeputeerde Doesburg vindt dergelijk opmerkingen 'regelrechte kul'. “Dat geldt toch zeker voor alle wegen in Nederland? Overal rijden grotendeels mensen uit de eigen regio op de snelwegen.”

De gedeputeerde vindt toch al dat het overlegorgaan er zich bijzonder gemakkelijk afmaakt. Hij verwijst naar het belang van de aangrenzende Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen als grootste handelspartner en daarmee belangrijkste deelstaat voor Nederland en de Nederlandse economie. Daarnaast, zo zegt Doesburg, raakt de Rotterdamse haven in toenemende mate afhankelijk van het Nederlandse achterland als het gaat om multimodale transport-centra en overslag-terminals. “Dergelijke voorzieningen worden nu net aangelegd in deze streek. Dat zal alleen maar meer vrachtwagens betekenen vanuit Rotterdam deze kant op. Dan moet je ook zorgen voor adequeatie verbindingen. Maar dat gebeurt dan weer niet”, aldus Doesburg.

Komend uit de richting Rotterdam loopt het verkeer op de A15 nu nog dood bij het kruispunt Ressen, nabij het landelijke Bemmel. Wie verder wil, naar Duitsland, moet omrijden - via bijvoorbeeld de A50 of de Pleyroute, waar het verkeer maar al te vaak vast staat.

En wat gebeurt er dan? “Dan gaan de vrachtwagens dwars door de stad. Zowel door Nijmegen als door Arnhem. In Nijmegen ligt een prachtige singel, die niet zo lang geleden helemaal gerestaureerd is. Als het zo doorgaat met dat verkeer, kan er binnen een paar jaar opnieuw gerestaureerd worden”, zegt Doesburg.

De provincie hoopt dat de minister het voorstel van het OVI naast zich neerlegt, al zijn ze er in het provinciehuis te Arnhem niet gerust op. Binnenkort mag de minister een delegatie vanuit Gelderland verwachten om te praten over deze en andere zaken. Doesburg: “Er wordt in Den Haag op geen enkele manier met ons rekening gehouden.” Maar, zo zegt de gedeputeerde, wellicht is die houding voor een deel de schuld van het Gelderse provinciebestuur zelf. “We zijn altijd braaf geweest. Dan roep je het inderdaad over je af.”