De staatssecretaris

STAATSSECRETARISSEN IN Nederland zijn vooral bekend wegens hun gedwongen voortijdig vertrek. Althans zo lijkt het wel eens. Ministers kunnen de geschiedenis ingaan met wapenfeiten, voor staatssecretarissen zijn eervolle vermeldingen daarentegen nauwelijks weggelegd. Zij bekleden een positie waar dienstbaarheid voorop staat.

In de grondwet staat het zo ook omschreven: “Een staatssecretaris treedt in de gevallen waarin de minister het nodig acht en met inachtneming van diens aanwijzingen, in zijn plaats als minister op. De staatssecretaris is uit dien hoofde verantwoordelijk, onverminderd de verantwoordelijkheid van de minister.”

Het is een tekst die veel ruimte laat. Als het moet kan de staatssecretaris veel, maar eveneens kan de staatssecretaris als het moet heel weinig. Niet voor niets sprak oud-premier Van Agt ooit van “een deerniswekkende functie” toen hij het had over de staatssecretaris. Hij kan zowel gebruikt als misbruikt worden. Naar welke kant de balans uitslaat is afhankelijk van de minister die te allen tijde verantwoordelijk is voor het doen en laten van de staatssecretaris.

Daar komt bij dat de staatssecretaris is uitgegroeid tot een volwaardige politieke figuur die vaker niet dan wel over hetzelfde partijlidmaatschap als 'zijn' minister beschikt en zich bij politiek controversiële zaken niet zomaar zal laten sturen. Zo is de staatssecretaris formeel de assistent van de minister, maar in de praktijk niet zelden de waakhond van diezelfde bewindsman. De huidige bemanning van het departement van Sociale Zaken is hiervan een sprekend voorbeeld. De tot de PvdA behorende minister Melkert kreeg bij de kabinetsformatie in 1994 in de persoon van staatssecretaris Linschoten een politiek zwaargewicht van de VVD aan zijn zijde. Linschoten moest eind juni in verband met de 'CTSV-affaire' het veld ruimen. Hij werd opgevolgd door de Amsterdamse wethouder van Financiën en loco-burgemeester, De Grave. Door juist hem hiervoor te benaderen werd het politieke belang dat de VVD aan dit staatssecretariaat hecht nog eens onderstreept.

DE SINDS DE grondwetsherziening van 1948 bestaande functie van staatssecretaris is al met al omkleed met nogal wat onduidelijkheid. Vervolgens is de vraag of deze onduidelijkheid ook werkelijk een probleem is. In de huidige coalitie is nog niet gebleken dat ministers en staatssecretarissen op hetzelfde departement elkaar in de weg zitten. Wellicht gesterkt door dit ervaringsfeit wil staatssecretaris Kohnstamm van Binnenlandse Zaken de goede verstandhouding tussen minister en staatssecretaris zelfs formaliseren. Hij werkt aan een voorstel dat er toe moet leiden dat bij een kortstondige afwezigheid van de minister deze in bepaalde strikt omschreven gevallen wordt vervangen door de staatssecretaris van hetzelfde departement en niet door een andere minister.

Zijn idee heeft de charme van de logica. Het doet inderdaad vreemd aan dat ministers van wildvreemde departementen als minister ad interim allerlei stukken tekenen, terwijl de staatssecretaris van de afwezige minister bij wijze van spreken een deur verder zit. Zo is er ook weinig op tegen dat een staatsscretaris bij afwezigheid van de minister strikt aan het departement gebonden zaken in de ministerraad verdedigt in plaats van een minister van een ander departement. Maar dit zijn meer organisatorische veranderingen dan echt principiële wijzigingen. De 'deerniswekkendheid' van de functie blijft hierdoor volledig in stand.

TOCH IS HET juist de ingewikkelde staatsrechtelijke positie van de staatssecretaris die aandacht behoeft. Gaat het echt om een hulpminister in de letterlijke zin van het woord of betreft het iemand met een geheel zelfstandige portefeuille waar deze ook materieel zelf de politieke verantwoordelijkheid voor draagt? Nu is de mate van politieke gevoeligheid van het onderwerp nog bepalend voor het antwoord op deze vraag. Hoe moeilijker de zaak politiek ligt, hoe meer de eigen rol van de staatssecretaris wordt geaccentueerd. Maar was niet eigenlijk minister Melkert in plaats van staatssecretaris Linschoten politiek eindverantwoordelijk voor de gang van zaken bij het CTSV? En was ook niet eigenlijk minister De Boer in plaats van staatssecretaris Tommel politiek eindverantwoordelijk voor de WBL-affaire?

IN HET POLITIEKE krachtenveld heeft de staatssecretaris zich ontwikkeld tot een uiterst onduidelijke figuur. Aan de ene kant maximaal politiek aanspreekbaar, aan de andere kant maximaal gebonden aan de minister. De grens wordt conjunctureel bepaald. Of het anders kan is het overwegen zeker waard. Een kabinetsformatie is het moment om dit soort zaken te regelen. Dan moet er echter wel enig voorwerk zijn verricht. Daarvoor is het nu de tijd.