De maan

Vroeg in de ochtend wordt met de opbouw van het circus begonnen. Veel werk is het niet, want het dak is de hemel en de piste is een halve cirkel met aan de ronde kant rijen klapstoeltjes en aan de rechte een woonwagen waaruit de muziek komt en de artiesten met een sprongetje voor het publiek verschijnen. Een paar jaar geleden was het een poppenkast, de guignol.

De voorstelling die ik toen ging bijwonen begon veel later dan was aangekondigd. Oorzaak van de vertraging was een luidruchtige ruzie in het binnenste van de kast, door het publiek woord voor woord te volgen. Het duurde lang, het liep steeds hoger op, je ging geloven dat het bij de voorstelling hoorde. Maar die begon traditioneel met poppen die elkaar klappen uitdeelden en elkaar uitscholden. Toen pas begonnen de kinderen te lachen.

Het circus staat op een kleine landtong. Aan de overkant van de baai ligt Saint Tropez, een half uur varen met het bootje van het zomers openbaar vervoer. In deze tijd gaat het tweemaal zo snel als met de bus waarin bovendien altijd een stuk of wat halfnaakte mensen zitten, hoewel dat verboden is.

Al ver buiten de pieren van Saint Tropez verschijnen de eerste offshore-raceboten. Wie rijk is en dat daar wil laten zien, moet tegenwoordig zo'n boot hebben. Als ondeskundig, belangeloos maar geïnteresseerd waarnemer probeer ik de ontwikkeling te schetsen. Van de plaatjes kennen we de majesteitelijke jachten waarop keizer Wilhelm en koning Edward van het regeren bekwamen: boegspriet, twee masten, daartussen de schoorsteen, en een gewelfde achtersteven. Dat model veranderde wel, maar de wezenstrekken zijn lang bewaard gebleven. Toen begon de schoorsteen te atrofiëren terwijl de stroomlijn toenam. Tenslotte had je zelfs exemplaren waarvan de brug achterover hellend een hoek van minder dan 45 graden met de romp maakte. Het zwaartepunt van de opbouw schoof wat naar achteren maar bleef nog dicht in de buurt van het midden.

Dat is, voor zover ik het kan beoordelen, allemaal ouderwets geworden. Het komt door de offshore-raceboten: monsters waarvan de bouwers zich hebben laten inspireren door de haai. De eerste waren nog betrekkelijk klein hoewel vervaarlijk. Door hun lawaai en hun snelheid stellen ze de stuurman in staat er niets van te merken als hij een paar zwemmers overvaart. Iedere zomer wordt het bewezen. Deze boten beginnen nu de omvang van echte jachten te krijgen. Op het achterdek is nog altijd ruimte voor een zitje, een tafel met een bos rozen, maar de rest van het geheel wekt de indruk dat er meteen na het uitvaren moet worden aangevallen. Het publiek op de kade is niet veranderd: het vergaapt zich - of dat is zwak uitgedrukt. Er staan groepjes die bij de aanblik van zo'n schip in coma raken.

Na dat allemaal te hebben waargenomen kocht ik een zondagsblad en ontdekte dat er op de Olympische Spelen in Atlanta een bom was ontploft. Las alles, de hele zondvloed van platitudes die in zo'n geval over het wereldpubliek wordt uitgestort, en kreeg diep medelijden met de Turk die de opdracht van zijn leven dacht te krijgen en door toedoen van een wildvreemde idioot ver van huis het leven heeft gelaten. Over de kade reden achter elkaar twee open Bentley's voorbij, en of ze het express hadden gedaan, degenen die aan het stuur zaten hadden allebei een dikke sigaar in hun hoofd.

Terug naar de andere kant van de baai, naar het circus. Om acht uur was het zover. De muziek begon; bleek te worden voortgebracht door een installatie uit de tijd, vèr voor de offshore-raceboten. De plaats van de openingsmars had ongeveer hetzelfde jaartal. Duidelijk met handkracht moest de naald soms naar de volgende groef worden geholpen. Tegen de achtergrond van de zee, in de beginnende schemer, verscheen een niet zo jong paardje, pluimen op zijn kop, nog parmantig rondjes dravend onder leiding van zijn in glitterpak gestoken meesteres. Mensen en dieren deden hun kunstjes. Eigenlijk geen liefhebber van het circus zijnde, hield ik het voor gezien.

Ruimtegebrek dwingt me een paar dingen over te slaan. Het is intussen volle maan, windstil. De zee is een gepolijste plaat van parelmoer. Uw verslaggever zit op een stil plekje. Hier en daar in de buurt zijn families aan hun avondeten, geklik van eetgerei op de borden, gelach, een kind vindt het niet lekker en zet het op een brullen. Links en rechts, veel verder, hebben twee honden ontdekt dat ze elkaar haten. Zij hebben elkaar nooit gezien maar zij schelden elkaar uit, zo hard en zo lang dat je voor hun stembanden gaat vrezen.

Dan komt er een vliegtuig aan, te hoog om meteen hoorbaar te zijn. Het is alleen te zien aan de witte streep die het, verlicht door de maan, uit zijn motoren trekt. Dit vliegtuig vliegt precies voor de maan langs, het trekt een witte streep tussen de maan en mij. Ik neem de vrijheid mij de eerste contrails van mijn leven te herinneren. Dat was in 1943, van 280 Vliegende Forten die onder de blauwe zomerhemel op weg naar Duitsland waren. Ik lag op mijn rug in het gras, keek en keek naar de zilveren vliegtuigen die witte strepen in de blauwe hemel trokken en ik luisterde naar hun metalen koor van duizend motoren. Nu trok er een, veel hoger, veel sneller dan je toen kon dromen, een streep door de maan. Buñuel en Dali zagen hoe een scherp wolkje een streep door de maan maakte. Zo is Un chien Andalou ontstaan. Wat voor film zou het geworden zijn als zij hadden gezien wat ik zag? Eerst was het natuurlijk een dunne strakke lijn, maar al gauw breidde die zich uit. Aan de onderkant begon hij op regelmatige afstanden te lekken. Er kwamen druppelvormige uitstulpsels aan. Zo ontstond tegen de donkerblauwe nachthemel de ruggegraat van een groot dier; een reptiel. Het fossiel van de ruimteslang vervaagde: verspreid, meegenomen door de bewegingen in de hogere luchtlagen.

Daar zat ik weer onder de onbestreepte, gewoon besterde oneindigheid. Om nooit genoeg van te krijgen. Toen viel er een ster. Ik had er al op zitten wachten maar het niet durven hopen. Een gloeiende naald prikte door de hemelkoepel. Dan mag je een wens doen. Ik wilde het nog eens zien. Maar degene die de sterren laat vallen, vond het zo mooi genoeg geweest.

    • S. Montag