Damessport in Algerije 'hoererij'

De Algerijnse sportsterren Noureddine Morceli en Hassiba Boulmerka zijn beiden kampioen op de 1.500 meter en dus internationale beroemdheden. Maar terwijl Noureddine Morceli (vandaag finalist op de Olympische Spelen) als een held wordt vereerd, beschouwen vele Algerijnen Hassiba Boulmerka als een hoer.

Nadat zij vorig jaar in Zweden wereldkampioen was geworden, werd zij bij haar terugkeer in Algerije op straat uitgejouwd. Daarbij bleef het niet; ze werd ook met de dood bedreigd. Want ze was zo onbeschaamd geweest om in een short en met blote armen ten overstaan van een publiek van mannen de wereldtitel te behalen. Omdat men het te gevaarlijk voor haar vond om zich in Algerije op de Spelen in Atlanta voor te bereiden, werd zij naar Cuba gestuurd.

Het was geen overdreven voorzorgsmaatregel. De 23-jarige Houria Zaidat kan ervan getuigen. Zij is sinds 1992 de judo-kampioene van Algerije, maar heeft dat duur betaald. Twee van haar drie broers werden vermoord, evenals haar 55-jarige moeder, een traditioneel-religieuze vrouw die haar brood verdiende met het inpakken van eieren. Want haar moeder en broers hadden haar niet verhinderd de weg van het verderf in te slaan.

Zijzelf kreeg een in bloed geschreven dreigement: “Dood aan de vrouwen die geen hedjab (de gepaste islamitische kleding voor vrouwen) dragen! Dood aan de vrouwen die sport bedrijven!” Toch weigert Houria Zaidat nog steeds zich aan te passen aan die eis van velen van haar buurtgenoten in een armoedige voorstad van Algiers. “Als ik de hedjab draag, dan doe ik dat uit vrees voor God, en niet omdat ik bang ben”, zegt ze stoer.

De woordvoerder van het Algerijnse Olympisch Comité, door een journaliste van The Financial Times gevraagd hoe de situatie van Algerijnse sportvrouwen was, zei zuchtend en in strijd met de waarheid dat de islam “geen verschil maakt tussen mannen en vrouwen”. Het probleem was volgens hem alleen dat de koran “door ondemocratische leiders wordt geïnterpreteerd”.

Het was ook niet waar dat Boulmerka alleen stond; meer dan 600 Algerijnse meisjes wilden haar voorbeeld volgen. Op de vraag waarom zij zich dan gedwongen zag voor haar training naar Cuba uit te wijken, zei de woordvoerder: “Dat moet u haar coach vragen.” En op de vraag of vrouwelijke atleten in Algerije speciale bescherming of hulp krijgen luidde het antwoord: “Zij is Algerijnse. En wij zijn trots op haar. Maar er bestaat geen speciale hulp voor vrouwen. Uiteindelijk zal zij een baby moeten krijgen. Want als ze geen baby krijgt, is ze als een man.”

Pagina 4: Oorlog in Algerije 'bestaat niet'

In Algerije is een bloedige oorlog aan de gang, die, zoals alle oorlogen, uiteindelijk alleen om de macht gaat. De radicaal-islamitische groepen en ook de iets minder radicaal gezinden willen de vrouwen eronder houden. Want als de vrouwen naar hun smaak te vrij en te eigengereid zijn, kunnen de mannen niet langer dwingend opleggen wat goed en geoorloofd, wat slecht en door God verboden is.

Dat is niet alleen in Algerije een ernstig probleem, maar in al die islamitische samenlevingen waar meisjes op bevel van de overheid al sinds decennia naar school gaan en op de universiteiten vaak uitblinken - om daarna, volgens de traditioneel-maatschappelijke ethos, in huis de rol van gehoorzame echtgenotes en goede moeders te spelen. Niet voor niets groeien de radicaal-islamitische stromingen in rijke landen, als Saoedi-Arabië en Koeweit, even snel als in Somalië en Irak, waar de economische situatie rampzalig is. Want naarmate de modernisering toeslaat en de samenleving zich snel wijzigt, vinden zowel kansarmen als maatschappelijk geslaagden in de leer van de radicale islam een houvast.

Precies zoals de mannen de vrouwen eronder willen houden, zo willen de bestaande overheden in de moslim-landen de burgers tot gehoorzaamheid en zelfs tot dankbaarheid verplichten. Ook die strijd past bij een zich moderniserende samenleving, waarin burgers willen weten hoe hun leiders met het geld omspringen. Die vragen worden met des te meer klem gesteld, als de overheden door een dankzij verbeterde gezondheidszorg snel groeiende bevolking en slinkende inkomsten niet langer in staat zijn de aanhankelijkheid van voldoende onderdanen met geld en gunsten te kopen. Uiteraard willen de overheden zulke aan hen gestelde vragen niet beantwoorden. Dan zouden zij immers, gezien de enorme corruptie en de door hen toegepaste clientèle-politiek, eigenhandig hun politieke graf delven. Dus reageren zij met list, bedrog, omkoperij, geweld en terreur op de vragenstellers.

Algerije is een schoolvoorbeeld van zo'n proces. Decennia lang had een militaire kliek het land in zijn greep. De eenheidspartij, FLN, werd gebruikt om deze hoge militairen, hun politieke vrienden en hun streekgenoten op hun wensen te bedienen - onder de noemer van socialisme, vrijheid, islam, nationale waardigheid, Arabische eenheid etc. Tot de nationale koek niet meer voldoende was om te voorzien in de minimumbehoeften van de gehoorzame bevolking. In alle landen is dat het moment waarop de in problemen geraakte overheden nóg meer 'democratie' beloven, en hun onderdanen wraak proberen te nemen.

Zo begon in Algerije eigenlijk al vanaf 1988 de oorlog, die officieel nooit oorlog mocht worden genoemd. Ook nu nog niet, na tienduizenden doden. De cijfers variëren van veertig- tot zestigduizend doden, omdat niemand het aantal slachtoffers kent en nauwkeurig tellen in autoritaire staten niet alleen een ongekende luxe is, maar ook nog verboden.

Er is dus geen oorlog in Algerije. Alleen “een restant van terrorisme”, zoals president Zéroual het noemt. Door lieden die de islam voor hun machtsdoeleinden misbruiken. Volgens Zéroual is Algerije een flink stuk op weg naar de democratie. “Het jaar 1996 wordt een keerpunt in het politieke en economische leven van ons land”, beloofde hij in maart.

Vorig jaar november werd hij met een onverwachts grote meerderheid president in verkiezingen die door alle waarnemers als 'eerlijk' werden bestempeld, maar waaraan wél circa drie miljoen nieuwe kiezers (in vergelijking tot 1990) mochten deelnemen. Volgend jaar komen er parlementsverkiezingen, zo heeft hij aangekondigd. Die verkiezingen worden thans politiek voorbereid door een nieuwe dialoog met alle politieke partijen, exclusief het FIS (het Islamitische Reddingsfront), dat in 1990 de verkiezingen won en daarna buiten de wet werd gesteld.

Het FIS heeft te lang gewacht met het afzweren van geweld, zoals de overheid had geëist. Sommige woordvoerders van het FIS tonen zich weliswaar de laatste maanden iets gematigder; zij keuren de ergste terreurdaden van hun broeders af. Maar de partijleiding, die óf in de gevangenis zit óf het verbod heeft gekregen haar mond open te doen, is inmiddels te verdeeld om nog welke verklaring dan ook af te geven. Zelfs als het FIS zich berouwvol toont of onder een andere naam zou uitkomen, is Zéroual niet van plan de partij nog enige legitimiteit te geven.

Om dat doel te bereiken wil de president in een referendum vastleggen dat geen enkele politieke partij op basis van godsdienst of cultuur aan de verkiezingen mag deelnemen. Om zijn eigen macht (en die van de legertop) te bestendigen, wil de president een parlement dat hij naar believen kan ontbinden. Bovendien zou dat parlement uit twee kamers moeten bestaan, waarvan één kamer voor een deel wordt benoemd. Geen van de politieke partijen is tot dusver akkoord gegaan met deze nieuwe vorm van 'democratie'.

De dialoog wordt daarom in september hervat. Alle voorgaande pogingen tot een dialoog liepen op niets uit, omdat zij in theorie een politiek proces moesten inleiden, dat uiteindelijk machtsdeling tot gevolg zou hebben. Dat wil een deel van de machthebbers evenmin als hun radicaal-islamitische vijanden. Dus werden alle voorgaande dialogen begeleid door een golf van terroristische aanslagen. Die moesten aantonen dat politieke regelingen of compromissen volstrekt uitgesloten waren.

Hetzelfde gebeurt nu weer. Er gaat geen dag voorbij zonder moorden en aanslagen. Alleen mogen de media, op straffe van sluiting of zelfs gevangenisstraf voor de (hoofd)redacteuren, er niet over berichten. Slechts als een aanslag voor iedereen zichtbaar is of niet geheim kan worden gehouden, zoals de moord van woensdagavond op de bisschop van Oran, mag zij worden gemeld. Overtreding betekent dat men “de veiligheid van de staat in gevaar brengt”.

Twee jaar geleden al kregen de hoofdredacteuren de volgende aanwijzingen van de overheid hoe zij 'veiligheidskwesties' moesten behandelen: c Minimaliseer het psychologische effect van de terrorist en zijn subversieve acties; c meld ze alleen bij hoge uitzondering op de voorpagina; c geef grote aandacht aan de wreedheden die door de islamitische regimes in Iran, Soedan en Afghanistan worden bedreven; c maak de lezers duidelijk dat geweld een endemisch verschijnsel is van moderne samenlevingen, dat elk jaar duizenden doden veroorzaakt (in Washington D.C bij voorbeeld bijna duizend doden in het eerste kwartaal van 1993).

Militair gesproken heeft de overheid de oorlog gewonnen. Maar op politiek, sociaal en economisch gebied niet. Algerije, dat zich met zoveel trots de vaandeldrager van de Derde Wereld voelde, is in feite nog steeds een militaire dictatuur, die in het binnenland met behulp van de strijdkrachten, enkele technocraten en een paar kleine politieke partijtjes alle macht in handen heeft, en van het buitenland miljarden dollars steun behoeft. Le Pouvoir, zoals de machthebbers steevast worden genoemd, is nog altijd in handen van een zeer kleine groep, die haar eigen privileges in stand houdt. Intussen zijn de moslim-radicalen er wel in geslaagd een groot deel van de intellectuelen te vermoorden of op de vlucht te drijven. En zoals voorheen, voelt het gros van de bevolking zich nog steeds buitengesloten.

Het economische liberalisme, waartoe het regime zich bekeerd heeft, heeft de meeste Algerijnen tot dusver alleen nóg meer armoede bezorgd. De sociale zekerheden van vroeger zijn weggevallen, terwijl de werkloosheid tot bijna dertig procent is gestegen. De zo noodzakelijke investeringen in de privé-sector zijn uitgebleven, omdat de overal merkbare 'restanten van terrorisme' geen uitnodiging zijn om kapitaal-risico's te nemen.

Het is vakantietijd en de mensen met een beetje geld proberen aan de stranden op adem te komen. De meisjes met bikini hopen niet onthoofd te worden, zoals een paar weken geleden nog is gebeurd. Maar de meeste jongeren - vele miljoenen - hangen nog steeds in de stad lusteloos tegen de muren. Zonder werk,zonder toekomst, zonder hoop. Zij haten alleen. En zij verwensen de overheid, Hassiba Boulmerka, elkaar en zichzelf.