Beurs Boekarest reikhalst naar nieuwe fondsen

BOEKAREST, 3 AUG. Gedaanten in smetteloos witte overhemden zitten op stoeltjes in een halve cirkel rond een beeldscherm, als misdienaars rond een altaar.

De gezichten van de jongens zijn jeugdig, de blikken gespannen gericht op de flikkerende cijfers voor hen en kreten ontsnappen uit hun monden. Het is donderdag, de enige handelsdag van de goederentermijnbeurs in Boekarest.

De beurs zit in het gebouw van de Pers, waar nagenoeg alle Roemeense kranten zijn gevestigd, vlakbij de studio's van de staatstelevisie die een belangrijke rol speelde bij de revolutie in 1989. “Dit gebouw behoorde vroeger toe aan de communistische partij.

Het werd gebruikt voor concerten en officiële recepties om zijn goede akoestiek. Om die reden is het heel geschikt voor ons handelssysteem, waarbij handelaren hun aan- en verkoopprijzen roepen,'' zegt woordvoerster Ruxandra Stegaru.

Roemenië is behalve een landbouwnatie ook een land, dat onder het bewind van de verdreven conducator Ceausescu handhandig werd uitgerust met zware industrie. “Onder het communisme hadden producenten van bijvoorbeeld aluminium altijd vaste contracten voor de verkoop van fabrikaten en voor de aankoop van hun grondstoffen.

Na de omwenteling vielen die weg, zonder dat er meteen iets voor in de plaats kwam,'' vertelt Stegaru. Industriële ondernemingen richten daarom in 1992 de particuliere beurs op voor de aan- en verkoop van grondstoffen en landbouwprodukten. De verhandelde contracten garanderen de producenten en afnemers een gegarandeerde prijs op een vast tijdstip.

Op de termijnmarkt worden op het ogenblik 15 produkten verhandeld, met de grootste omzetten in graan, gevolgd door aluminium en (geïmporteerde) suiker.

De beurs zou graag meer produkten in het handelsscherm hebben, maar de Roemeense politiek en economie zijn daaraan nog niet toe. Olie is de belangrijkste delfstof van het land, maar komt niet in aanmerking voor een beursnotering. “Olie is nog steeds een overheidsmonopolie en dat geldt voor de meeste belangrijke produkten hier,” klaagt Stegaru.

De leiding van de industriële ondernemingen, die nog vaak stamt uit de tijden van de planeconomie, weet zich geen raad met deze vorm van kapitalisme.

“Het enige wat producenten vaak weten is dat de opslagruimte overvol is en de voorraden verkocht moeten worden. Het is moeilijk om hen uit te leggen dat zij hun risico kunnen beperken met termijncontracten,” zegt Stegaru. Ook inkopers van grondstoffen begrijpen dat vaak niet: “Een contract voor cacao met een looptijd van drie maanden was een mislukking, doordat klanten heel terughoudend zijn zich vast te leggen voor een langere termijn.”

De populariteit van de beurs neemt wel toe, vooral door de privatisering van de staatsbedrijven. “Veel bedrijven zijn in handen gekomen van personeel en directie, die belang hebben bij winstmaximalisatie en het opruimen van financiële blokkades,” zegt woordvoerder Stegaru.

De beurs organiseert veel symposia, want “zolang er zo weinig produkten zijn is de termijnmarkt geen barometer van de totale economie.”

De regels zijn gebaseerd op die van de termijnmarkten van Londen en Chicago, de grootste ter wereld. De handel verloopt volgens het open out cry-systeem, waarbij de prijzen tot stand komen door het openlijk loven en bieden van de handelaren. “Een ouderwets systeem, maar makkelijk uit te leggen in een land waar niemand in 1992 nog veel begreep van markten,” vindt Stegaru. De handelaren zijn afgestudeerden van economische scholen, maar ook werkloze ingenieurs: “Ze zijn jong, leergierig en mathematici voor wie cijfers echt leven.”

In Roemenië geldt nog altijd een maximumprijs voor veel produkten. De regering heeft voor de verhandelde goederen een uitzondering gemaakt en toestemming gegeven deze tegen marktprijs te verkopen. Stegaru herinnert zich dat de fabrikanten de prijzen meer dan noodzakelijk verhoogden: “Ze vroegen in eerste instantie absurd hoge prijzen, waardoor ze niets verkochten. Na enige uitleg van onze kant, was dat snel afgelopen.”

De eerste jaren van de markteconomie zaten veel fabrieken muurvast, met enorme voorraden, maar zonder contant geld om grondstoffen te kopen. Stegaru is nog altijd trots op de “creatieve oplossing” die destijds werd bedacht: “Wij hebben toen twee mandjes gecreëerd, een met alle benodigde grondstoffen en een met alle voorraden. In de praktijk hoefden de fabrikanten zo alleen het verschil tussen de grondstof en het goedkopere (!) produkt bij te betalen.” Sindsdien heeft de beurs veel meer produkten ontwikkeld, waaronder dollar-lei-contracten om valuta-risico's af te dekken.

De termijnbeurs in Boekarest vreest ondanks het succes de concurrentie van de 14 andere termijnbeurzen in Roemenië, die willen overstappen op een volledig elektronisch handelssysteem. Volgens Stegaru zou fusie van de beurzen alleen al om de grote investering samen te dragen voor de hand liggen, maar daarvoor voelen de aandeelhouders nog niet veel: “In Australië zijn de zes termijnmarkten samengevoegd tot een in Sydney, met de andere vijf als dochterondernemingen. Voor een land als Roemenië is een aantal van 15 beurzen volkomen absurd.”

De effectenbeurs in Boekarest is voorlopig enig in zijn soort, nadat deze in 1995 werd heropend na vijftig jaar afwezig te zijn geweest. In een nieuwe, volgens een handelaar “nogal stalinistische” vleugel van de Nationale Bank van Roemenië staat een soort aquarium. Achter een glazen wand zitten handelaren aan beeldschermen onder een koersenbord, die met behulp van het door Canada geschonken handelssysteem de geheel electronische beurs vormen. De inrichting, die geheel is betaald door de centrale bank, heeft nog de nieuwigheid van de showroom. “De meeste handelshuizen zijn onafhankelijk. Enkele zijn dochters van banken, maar wel strikt afgescheiden,” zegt plaatsvervangend directeur Mircea Ilie, “we volgen het Amerikaanse systeem dus.”

Het is een bijzondere dag vandaag, want voor het eerst wordt er ook op donderdag gehandeld, terwijl de beurs tot op heden alleen dinsdags open is geweest. Een televisieploeg van de commerciële zender Antena 1 maakt opnamen voor het programma Business World, dat elke avond om tien uur wordt uitgezonden. Op de 'vloer' is te weinig ruimte voor camera-lieden en bezoekers, die noodgedwongen door het glas naar het koersenbord staren, waarop staat dat de handel in aandelen ASV 'oprita', opgeschort is.

De uitbreiding van het aantal handelsuren kan niet verhullen, dat de aandelenhandel nog heel kleinschalig is. De feitelijke handel vindt plaats in de ochtend van half elf tot half één; in de twee uur daarvoor worden de orders alleen geladen. Er zijn slechts elf genoteerde ondernemingen, die na de eerste privatiseringsronde in 1994 naar de beurs zijn gekomen; tien van de elf bedrijven zijn nog voor een belangrijk deel in handen van de staat. Ilie rekent op de lopende massa-privatisering: “Van de 4.000 aangeboden staatsbedrijven zal op 300 tot 400 volledig worden ingeschreven. Een deel daarvan komt naar de markt. We hopen eind van het jaar 35, 40 goede fondsen erbij te hebben.”

Het interessantste beeldscherm in het glazen huis is dat van de stockwatch, de controleur die de koersbewegingen in de gaten houdt. Het scherm toont alle kleuren van de regenboog, waarbij geel staat voor het laatste nieuws. Iedereen die wil handelen voert zijn eigen toegangscode in, die alleen te zien is voor beursautoriteiten. “Laten we eens kijken naar ASV”, mompelt Ilie en toetst iets in: “Opgeschort in afwachting van bericht.”

ASV, Astra Vagoane, is een wagonbouwer in Arad. “Ze schijnen een contract te hebben met de Fransen voor de bouw van wagons voor de TGV-trein, maar er zijn ook ongunstige geruchten. Over vervanging van het management, dat niet al te goed is, en over stakingen,” verklaart Ilie. Volgens hem heeft ongunstig nieuws in dit aan schandalen rijke land nauwelijks invloed op de aandelenkoersen: “Het is namelijk een markt die in stand wordt gehouden door de overheid, dus geen echte markt. Het is niet zoals in het Westen waar elk klein bericht in de koersen wordt verwerkt.”

Het meest actieve fonds is Azomures (AZO), een chemie-bedrijf in Tîrgu Mures, dat onder meer fotopapier maakt. In het scherm staan talloze aanbiedingen van 35 stukken, terwijl het aan de vraagkant om 1.000 stukken gaat. “Bij de gedeeltelijke beursgang van AZO konden mensen vouchers ruilen tegen 35 aandelen AZO en die worden nu allemaal aangeboden.

De grote vraag komt van instituten,” legt Ilie uit, “het is nog steeds een markt voor particulieren, die door de geringe omzetten nauwelijks aantrekkelijk is voor instituten.”

Misschien dat een succesvolle beursgang van de geprivatiseerde bedrijven de markt aantrekkelijk maakt voor institutionele beleggers zoals verzekeraars.

“Daarvoor is ook een verbreding van het aanbod nodig. We hebben nu alleen industrie, geen banken, geen diensten, geen toerisme, geen bouw, geen landbouw,” verzucht Ilie. “Jammer dat telefonie en olie staatsmonopolies blijven, net als energie en water. Met die sectoren erbij, kregen we echt een geweldige markt.”