Temper nooit de verliefdheid; Klassieke roman over het Amerikaanse zuiden van Julien Green

Julien Green: Verre landen (Les pays lointains). Vert. Jan Rijnsburger. Uitg. De Geus, 827 blz. Prijs ƒ 89,90.

Er bestaat een ongrijpbaar, melancholiek pianostuk van Robert Schumann waar de kleine Julien Green vaak naar luisterde als zijn zusje het speelde. Het heet Des pays lointains. Nog geen tien jaar geleden, in 1987, verscheen van de auteur die zo oud is als deze eeuw zijn lang gedroomde boek Les pays lointains, nu als Verre landen in het Nederlands verschenen. Die 'verre landen' uit de titel verwijzen naar de wereld achter de zichtbare wereld, een werkelijkheid die magisch en mysterieus is. Voor Julien Green vertegenwoordigen die 'verre landen' de zuidelijke staten van Amerika, en dan vooral Virginia en Georgia met de aan de Atlantische Oceaan gelegen stad Savannah.

In geografisch opzicht zijn de 'verre landen' feitelijk onvindbaar, hoewel de roman nadrukkelijk in de plantages rondom Savannah is gesitueerd. Green's ouders emigreerden aan het eind van de vorige eeuw uit Virginia naar Parijs, waar Julien in 1900 werd geboren. Hij heeft zich altijd een vreemdeling gevoeld, een man van Amerikaans-Franse afkomst die in twee werelden leeft, de voorgoed voorbije van het Amerikaanse zuiden en de hedendaagse Franse. In zijn dagboeken, die hij nog steeds publiceert, wijdt hij tal van beschouwingen aan de moderne tijd; in de roman Verre landen keert hij terug naar het verleden van zijn moeder, die in het zuiden werd geboren en aan wie hij het boek heeft opgedragen.

Al in 1934 noteert Green in zijn dagboek dat hij een roman wil schrijven over het zuiden rond 1850, maar de angst dat hij er niet bij is geweest hindert hem aanvankelijk. Bovendien wil hij niet in een historische reconstructie vervallen. Hij memoreert eveneens dat zijn moeder hem eindeloos veel verhalen heeft verteld over haar jeugd in het zuiden, en die verhalen vormen de drijvende kracht achter het boek. Verre landen is een prachtige, klassiek geschreven roman, innemend en elegant van stijl, mooi in het Nederlands vertaald door Jan Rijnsburger, een roman in de negentiende-eeuwse traditie van Flaubert en Tolstoj. Evenals in zijn beroemde boeken Moïra en Adrienne Mesurat koos Green voor een vrouwelijke hoofdpersoon, Elizabeth Escridge. In de openingsscène komt zij met haar berooide moeder, een weduwe, aan op de plantage Dimwood, waar een rijke oom een streng bewind voert. Meteen al in de eerste regels keren tal van motieven terug die in ander werk van Green voorkomen: de angst van de zestienjarige Elizabeth in een vreemde omgeving, haar ontheemding, de huilende moeder die met haar dochter de statige trappen beklimt van een weids landgoed, de nauwelijks verholen erotische ontmoetingen. Jongemannen komen op haar toegesneld en zeggen: “Probeer maar niet te ontkomen. U bent onze gevangene.”

Elizabeth voelt zich 'tegelijkertijd gelukkig en verloren in een onbegrijpelijke droom'. Met veel inlevingsvermogen beschrijft Green hoe zij, die als een 'nachtvlinder uit de duisternis' steeds heller verlichte zalen en ruimtes betreedt, van de ene verbazing in de andere valt. De trieste heenreis en de trieste reden van het vertrek naar Amerika raken allengs op de achtergrond; met wijd open ogen gaat Elizabeth de nieuwe wereld binnen.

Het is een wonder dat een roman als Verre landen aan het eind van deze eeuw geschreven kon worden. Green, altijd al een overtuigd buitenstaander, heeft zich niets gelegen laten liggen aan literaire modes als de 'nouveau roman', deconstructie, montage of welke methode dan ook om de traditionele vertelmiddelen om zeep te brengen. Hij is geen filosoof, wil dat ook niet zijn. Schrijven is vertellen, laten zien, de lezer meevoeren in een hem onbekende wereld die steeds vertrouwder zal gaan worden.

Het verhaal van Verre landen is even eenvoudig te vertellen als dat van Madame Bovary of Anna Karenina. Elizabeth wordt verliefd op twee mannen, een gehuwde 'slechte' man, Jonathan, die onontkoombaar heftige erotische verlangens bij haar oproept en de jonge, zuivere minnaar Ned. Gedurig wordt ze tussen beide mannen, tussen twee vormen van liefdesvervulling, heen en weer geslingerd. Uiteindelijk trouwt ze met de minnaar, die in het huwelijk al snel geen echte minnaar blijkt te zijn; het huwelijk verandert in een doffe monotonie, even traag en zonder hoogtepunten als de lange dagen en nachten die op de plantage voortglijden. Ze wil van de twee mannen blijven houden, maar het conservatisme in het zuiden, waar de normen van fatsoen en welopgevoedheid heersen, verhindert dat.

Het hele boek door blijft ze van Jonathan houden. Het vuur van verlangen dat hij aanstak in haar kan ze niet temperen, al krijgt ze een zoon van haar echtgenoot. In een duel gaat Jonathan ten onder; Ned raakt hem met een kogel in het hart. Tot slot wijdt Elizabeth haar liefde aan haar zoon. Officieel heet hij Ned, maar als ze alleen met hem is, 's avonds voor het slapengaan, noemt ze hem Jonathan. Want zìjn gezicht ziet ze telkens voor zich, getekend met harde lijnen door de versmade liefde, omsloten door de lichtende bladeren van de magnolia. Dit is nog eens een dwingende tragedie, met ironie geschreven: de moeder die het kind in stilte vernoemt naar haar grote liefde, gedood door haar wettige echtgenoot, de vader van het kind.

Voor Julien Green bestaat er geen seksuele bevrijding. In romans en dagboeken heeft hij dat keer op keer benadrukt: 'Niets is zo verslavend als fysiek genot.' De kindertijd is voor hem niet het paradijs, maar de hemel waar de klemmende last van de zinnelijke begeerten niet bestaat. Het dilemma van Elizabeth Escridge is dat ze de twee aspecten van de liefde, verliefdheid enerzijds en het meer getemperde 'houden van' anderzijds niet met elkaar in harmonie kan brengen. Dat buiten haar wil om de passie het verliest, is veelbetekenend. Niet dat Elizabeth daarmee een burgerlijke keuze heeft gemaakt, eerder denk ik dat het afscheid van de hartstocht het afscheid betekent van Elizabeths jeugd, van haar schoonheid als 'blonde furie'. Sinds de geboorte van haar zoon aanvaardt ze de verpletterende leegte en stilte van het zuiden. Het boek houdt ook een waarschuwing in: temper nooit de verliefdheid. Misschien een onmogelijkheid, maar boeken zijn er om onmogelijke dromen vorm te geven.

Julien Green wilde ooit schilder worden, en het is nog steeds de hartewens van deze schrijver die beslist het jaar 2000 wil halen. Zijn boeken en zeker Verre landen verraden een schildersoog. Alles is door de schrijver 'gezien'. Het mag dan eenvoudig zijn de verhaallijn weer te geven, het boek biedt veel meer. Het is een panoramisch werk waarin vele personages optreden en weer verdwijnen, net als de genodigden op een wervelend bal die zo aanlokkelijk in het boek worden beschreven; vanzelfspekend speelt de Amerikaanse Burgeroorlog een rol, evenals de slavernij waartegen Elizabeth zich verzet.

Maar voor alles is Verre landen een hommage aan het voorbije Amerikaanse zuiden, een imaginair land van de hartstocht. Ook Ned gaat aan het einde dood; met zijn laatste woorden kan hij nog de kracht opbrengen de thematiek van dit grootse boek samen te vatten. Hij raadt Elizabeth aan niet terug te keren naar Engeland maar in Amerika te blijven: “Ons Zuiden zal jouw droomland worden, een droom die je je leven lang zal achtervolgen, de droom van het verre land waar je de liefde hebt leren kennen, en die je aan het huilen zal brengen.”