Strijd om de standpijp

Patrick Chamoiseau: Creoolse kindertijd (Antan d'enfance). Vert. Ernst van Altena. Uitg. AMBO/NOVIB/NCOS, 120 blz., ƒ 27,50.

Jeugdherinneringen van schrijvers zijn een gevaarlijk, maar fascinerend genre. Het boeiendst zijn meestal herinneringen waarin de auteur met de ogen van het kind dat hij geweest een wereld reconstrueert die verloren is gegaan. Dat kan op allerlei manieren, variërend van de prachtigste boeken die de werking van het geheugen en de herinnering zelf als thema hebben, zoals bij Proust en Nabokov, tot lichtvoetiger, meer impressionistische werken waarin maar getracht wordt, door veelzeggende details uit te lichten, een vergane wereld tot leven te wekken.

Dat is wat Patrick Chamoiseau wil bereiken in zijn Creoolse kindertijd. Chamoiseau is in 1953 op Martinique geboren en heeft vanaf zijn eerste roman, Kroniek van zeven armoedzaaiers (1986), indruk gemaakt door zijn beeldende vertellerstalent en de manier waarop hij prachtige beelden en metaforen rondstrooit. In 1992 leverde hem dat de Prix Goncourt op voor zijn roman Texaco. Behalve romans heeft hij ook toneelstukken en essays over Creoolse cultuur gepubliceerd.

Zijn autobiografische herinneringen vertelt Chamoiseau in de derde persoon. De wereld van 'nikkertje' uit de jaren vijftig - de kleuter Chamoiseau - bestaat uit een groot, gammel, lekkend en van ratten vergeven houten huis waarin talloze gezinnen huizen. Deze wereld wordt gedomineerd door Vrouw Ninotte, de indrukwekkende moeder die - in overeenstemming met de matriachale Caraïbische traditie - de kost verdient voor haar kinderschaar met naaien, kunstbloemen maken, taarten bakken, handeltjes in vis en dergelijke en voor elk probleem een oplossing weet. 'De Papa' komt af en toe opdagen, maar is voor de kleuter een verwaarloosbare figuur. Eigenlijk is het boek een groot eerbetoon aan Vrouw Ninotte die in de strijd om het bestaan haar hoofd met weergaloze waardigheid boven water weet te houden. Om haar heen krioelt het leven in het grote huis, we ruiken de geuren van het eten dat bereid wordt, beleven de grote en kleine ellende die frequente wervelstormen teweegbrengen, het lief en leed van buurfamilies, de strijd om het water uit de standpijp op de binnenplaats. Als 'het nikkertje' iets ouder is en de straat op gaat, krijgen we een zelfde vibrerend beeld te zien van Fort-de-France - hoofdstad van Martinique - zoals het veertig jaar geleden was, met zijn markten, 'Syrische' winkeliers, vissers en volksbijgeloof in het boze oog, zombies en tovenaars. Door het hele relaas heen klinkt een toon van heimwee naar een verloren wereld van gammele houten huizen die nu zijn vervangen door smerige betonnen getto's waarin voor de waardigheid van de vroegere Ninottes geen plaats meer is.

Hoe zwaar een dergelijk thema ook mag klinken, Chamoiseau heeft een manier gevonden om het lichtvoetig, hier en daar zelfs humoristisch te beschrijven en verloochent geen moment zijn toneelschrijverstalent.

    • Nelleke van Maaren