Magie van Johnson op gouden spikes

ATLANTA, 2 AUG. Geïnspireerd door een brief van de weduwe van Jesse Owens en met de hete adem van concurrent Frankie Fredericks in de nek, verbeterde Michael Johnson vannacht in Atlanta zijn eigen recente wereldrecord op de 200 meter.

Hij werd de eerste man die op één Olympische Spelen zowel op de 400 als de 200 meter goud wint. Het doel dat Johnson zich kort na de Spelen in Barcelona (1992) had gesteld - geschiedenis schrijven op de 'dubbel' in Atlanta - werd in een flits van 19,32 seconden werkelijkheid. In Spanje won hij destijds de 400 meter.

De Texaan op de goudkleurige spikes verbrak op indrukwekkende wijze zijn wereldrecord dat hij op 23 juni van dit jaar op dezelfde baan had neergezet. Toen legde hij de 200 meter af in 19,66 seconden. Die tijd was al een sensatie, omdat Johnson daarmee een streep zette door het oudste record dat de atletiek kende. Tussen het record van de Italiaan Pietro Mennea (19,72, gelopen in Mexico) en dat van Johnson zat bijna zeventien jaar. Tussen het oude en het nieuwe record van de Amerikaan slechts een handvol weken.

Zonder patserig te willen doen, stelde Johnson na afloop op de persconferentie vast dat hij de snelste man ter wereld is. Hij keek terug op zijn mooiste prestatie ooit. Het was niet eens zijn snelle tijd die hem in vervoering bracht, want “velen kunnen zeggen dat ze een wereldrecord hebben”. Het is de dubbel die telt voor de atleet uit Dallas.

De 28-jarige Michael Johnson is niet de eerste atleet die de 200 en de 400 meter op één olympisch toernooi op zijn naam schrijft, al deed de maandenlange publiciteitscampagne van zijn sponsor anders vermoeden. Johnson zelf deed er niet veel aan om dat misverstand uit de weg te ruimen. Ook vannacht niet. “Ik ben de eerste mens”, zei hij nadrukkelijk. Die eer is echter voorbehouden aan zijn landgenote Valerie Brisco, op de Spelen van Los Angeles in 1984. Ook de Française Marie-José Perec was Johnson een kwartiertje voor: zij won vannacht de 200 meter bij de vrouwen nadat ze eerder deze week ook al goud had veroverd op haar specialiteit, de 400 meter.

“Je gelooft alleen maar wat je hoort”, reageerde Brisco onlangs op de overvloedige publiciteit over Johnsons beoogde dubbel: “Als je voortdurend hoort zeggen dat Michael Johnson de enige is, kom je niks meer over mij te weten. Of je moet wel een erg fanatieke atletiekfan zijn.” Voor Michael Johnson werd al voor de Olympische Spelen op zijn verzoek de tijd verruimd tussen de 400 en de 200 meter. Dat had zij niet hoeven te proberen. “Ik was toen een nobody.” Het succes van Valerie Brisco was destijds tamelijk onverwacht, Michael Johnson was op weg naar Atlanta al een all American hero. In Atlanta prijkt zijn hoofd op mega-reclameborden, hij stond op de omslag van tientallen tijdschriften. “Al een half jaar geleden begonnen mensen me te bellen om me gerust te stellen over de dubbel, maar het vergrootte juist de druk”, vertelde hij op de persconferentie, waar hij gekleed was in een T-shirt met het opschrift Danger Zone.

Vijf minuten voor de race strikte nummer 2370 in baan drie zorgvuldig de veters van zijn goudkleurige schoenen. Hij droeg zijn trainingsbroek nog, en een wit T-shirt. Hij ging op zijn startblok zitten, boog rug en hoofd ver voorover, vouwde beide handen samen. Johnson was zenuwachtig, zou hij na de race toegeven. Eerder had de gedachte dat hij de 'dubbel' niet zou halen zich in zijn hoofd genesteld. “Ik was bang en nerveus, maar ik houd ervan om bang en nerveus te zijn.” De start kon nog wel iets beter, zei hij achteraf. Johnson kwam voor zijn gevoel slecht uit de blokken: deze ouverture kostte hem zo'n 15/100ste van een seconde.

Johnson, met de blik van een hongerig roofdier, nam al snel afstand van zijn opponenten. “Na 80, 90 meter wist ik dat ik de race onder controle had.” In de bocht naar het rechte stuk weet je hoe je ervoor staat, vertelde de kampioen die op verzoek de 19,32 seconden korte film nog eens afdraaide. “Daar voelde ik dat ik sneller ging dan ooit.” Hoe dat voelt? “An incredible thrill.”

In zijn typische sprinthouding - hoofd en bovenlichaam licht achterover hellend, de samengeknepen handen die hij tot net boven schouderhoogte opwerpt - schoot Johnson als een katapult naar de eindstreep. Badend in een zee van flitslichten en op zijn opvallende schoenen die als flexibele goudklompen onderaan zijn benen hingen.

Op het laatste stuk hielp Fredericks, die in een Afrikaanse recordtijd van 19,68 seconden zou eindigen, Johnson op weg naar wat nu al de apotheose van de Olympische Spelen wordt genoemd. “Niemand geeft je iets cadeau”, zei Johnson. “Ook van Frankie heb ik nog nooit iets gekregen. Als ik één fout maak, pakt hij me. Daarom ging ik zo snel.”

Achter de tafel in de perszaal knikte de zachtaardige Namibiër instemmend. Op de baan, direct na de finish, klapte Fredericks vol bewondering voor de prestatie van zijn running mate.

De betekenis van het woord ongelooflijk werd vannacht in Atlanta opnieuw gedefinieerd. Fredericks: “Ik vond 19,66 al ongelooflijk genoeg. Ik betwijfel of we ooit nog bij de 19,32 in de buurt zullen komen.” Johnson zelf: “Ik durf er niet aan te denken welke tijd ik nog zou kunnen lopen.”

Toen de weduwe van de legendarische Jesse Owens tijdens de kwalificatiewedstrijden in juni Johnson naar een wereldrecord van 19,66 seconden had zien lopen, schreef ze Dear Michael een brief. Dat hij haar tijdens die race aan haar man Jesse deed denken, de held van de Olympische Spelen van Berlijn in 1936. Johnson beschouwt dat als het meest strelende compliment dat hij ooit heeft gekregen. Hij nam een kopie ervan mee naar Atlanta. “In elke race is dat een geweldige motivatie geweest.”

De nationale trots van Frankrijk, Marie-José Perec, zegevierde op de 200 meter in 22,12 seconden. De 36-jarige Jamaicaanse Merlene Ottey (22,24) slaagde er op haar vijfde achtereenvolgende Olympische Spelen weer niet in om op een individueel nummer goud te oogsten. Ze moest, net als op de 100 meter achter de Amerikaanse Gail Devers, tevreden zijn met de zilveren medaille.

    • Ward op den Brouw