Ingreep chemie sleutel tot hoger rendement Shell

ROTTERDAM, 2 AUG. Een forse verbetering bij de exploratie en winning van olie, en een naar omstandigheden behoorlijke winstgroei bij raffinage en verkoop hebben het tweede kwartaal van dit jaar voor de Koninklijke/Shell Groep niet kunnen redden. Valutaschommelingen, en bovenal een sterke terugval bij de chemie-activiteiten drukten te zwaar op de winst om een verbetering te kunnen laten zien ten opzichte van vorig jaar.

Shell was tot nu toe niet de enige maatschappij die tegenvallers in de chemie presenteerde. De Amerikaanse concurrentie was het concern al voorgegaan, en in Nederland waren het DSM, de pvc-producent EVC en Shells eigen joint-venture met het Italiaanse Montedison, Montell, die deze week gewag maakten van forse winstdalingen, of in het geval van EVC zelfs een verlies over het eerste halfjaar. Shell is ook niet de laatste. Volgende week komt de Britse concurrent BP met de halfjaarcijfers, en in de loop van deze maand volgt, na Akzo, onder meer het Duitse blok met BASF, Hoechst en Bayer.

De tegenvallers in het eerste halfjaar betekenen dat de chemiesector, en ook geïntegreerde oliemaatschappijen als Shell, het zullen moeten hebben van het tweede halfjaar om alsnog op een winstgroei uit te kunnen komen, of in ieder geval de schade te kunnen beperken. De hoop is daarbij gevestigd op de laatste maanden van het jaar. Het nu lopende kwartaal is, door seizoensinvloeden, traditioneel zwak. Shells Britse topman J. Jennings zei dat een verwachte opleving van de economie de vraag naar chemische produkten overeind kan helpen, DSM liet eergisteren dezelfde geluiden horen. Montell zei te hopen dat de prijsafbraak bij de polyefines (poly-ethyleen, polypropyleen) waarop dat bedrijf zich concentreert, afloopt. De maatschappijen hopen niet alleen op een aantrekkende vraag naar hun produkten, ze worden ook geholpen door het feit dat de malaise in de chemie eind vorig jaar al begon, zodat straks de vergelijkingen van de winst met een jaar eerder vanzelf al beter zullen uitvallen.

Achter het palet van produkten dat de basischemie levert, gaan grote verschillen schuil. De vraag naar de polyefines groeit bijvoorbeeld nog met 4 tot 5 procent per jaar, maar bij de pvc-produktie ligt dat anders. EVC, de grootste producent van Europa, opereert in een volwassen markt, die nog maar 2 procent per jaar groeit. Verpakkingen van pvc worden raken uit de gratie en de bouwsector, een van de grootste afnemers, is nog zwak. EVC is dan ook minder optimistisch over de rest van dit jaar dan DSM, Montell of Shell zelf. Shell liet analisten gisteren weten dat het verwacht dat de winst uit de chemiepoot in het tweede halfjaar dezelfde zal zijn als in de eerste helft, en dus niet verder verslechtert.

De basischemie, die ten grondslag ligt aan een zeer breed scala aan economische activiteiten, is een van de meest conjunctuurgevoelige sectoren. Dat betekent niet dat de daar werkzame ondernemingen de grillen van de varkenscyclus gelaten over zich heen laten komen. Shell probeert in hoog tempo zijn chemie-activiteiten zo te structureren dat de resultaten over een gehele conjunctuurgolf gerekend hoger uitkomen. Transform or exit heet dat binnen het concern. De voorgenomen herstructurering behelst maar liefst een kwart van de balanswaarde van de chemiepoot.

Van een 'exit' gaf Shell vorige week het voorbeeld, toen het activiteiten in de fijnchemie voor 200 miljoen gulden verkocht. Onder 'transform' kan de alliantie met concurrent Exxon op het gebied van benzine-toevoegingen, die vorige maand werd aangekondigd, worden verstaan. Al eerder werden de polypropyleen-activiteiten verhuisd naar de joint-venture Montell, samen met het Italiaanse Montedison. Samenwerking op dergelijke deelgebieden heeft tot doel de kosten in de chemie-activteiten terug te brengen, en Shell is nog heel wat van plan. Gisteren kondigde Jennings aan binnen negen maanden een nieuwe alliantie aan te kondigen, ditmaal op het gebied van polyesters.

Shell-topman C. Herkströter goot begin vorig jaar het voornemen naar een grotere efficiency bij Shell in de vorm van een streven naar een rendement van minstens 12 procent op het geïnvesteerde vermogen. Shell was daar, met een rendement van 11,3 procent in de twaalf maanden tot het eerste kwartaal, goed naar op weg. Maar in het tweede kwartaal blijkt dat juist de tegenvaller bij chemie, waar een mager rendement werd gehaald van 7,6 procent, heeft geleid tot een lager rendement voor de gehele groep, dat naar 10,4 procent terug viel. Volgens een analist van de effectenbank Theodoor Gilissen haalde Shell op zijn chemie-activiteiten de laatste tien jaar gemiddeld een rendement van 9 procent, waarmee het gemiddelde voor heel Shell al lange tijd structureel naar beneden is getrokken. Het interne streven voor de chemiesector is minstens tien procent. Totdat dat percentage is bereikt blijft chemie, als derde pijler van het Shell-concern, geen onverdeeld succes.