Indonesische studenten voorzichtig

LEIDEN, 2 AUG. “Als ik Soeharto was, zou ik nu aftreden”, zegt een studente Indonesische geschiedenis aan de Leidse Universiteit. “Zelf ben ik niet in de Democratische Partij van Indonesië geïnteresseerd. Maar omdat de oppositie onderdrukt wordt, steun ik ze.”

Al is die steun niet openlijk. Niemand wil zijn of haar naam in de krant. De toekomstige Indonesische topambtenaren in Nederland ageren niet tegen hun regering, maar preken verzoening. “De samenleving is redelijk democratisch, hoewel het niet perfect gaat”, zegt een student. “Ik denk dat Megawati (de recentelijk afgezette oppositieleidster en dochter van Soekarno, red.) weer invloed zal krijgen. Ze heeft het charisma van haar vader en ze wordt internationaal gesteund. Veel jongeren willen haar als vice-president.” Dat haar Democratische Partij op eigen kracht aan de macht kan komen, gelooft de studente Indonesische geschiedenis geen moment. “De meeste Indonesiërs zijn Moslim. Die stemmen niet op deze partij.”

Indonesië beleeft de ernstigste onlusten in twintig jaar. Studenten zijn bij de protesten tegen het regime betrokken. De door de regering naar Nederland uitgezonden Indonesische studenten volgen het nieuws over hun land op de voet. Zij zijn van mening dat het zittende leiderschap plaats moet maken voor de jongere generatie. Maar liefst zeer geleidelijk. Aan de westerse universiteiten worden anders dan in het verleden geen revolutionairen meer opgeleid.

Een student Islamitische studies vertelt dat Indonesische studenten en andere landgenoten in Nederland intensief contact houden sinds het begin van de onlusten. “We nemen niet deel aan demonstraties in Nederland tegen de regering, omdat we onze eigen toekomstige positie niet in gevaar willen brengen. Maar we veroordelen wel het gebruik van geweld tegen demonstranten door de regering.”

De student verwacht dat Indonesië vanzelf verder democratiseert onder invloed van jongeren. “Indonesische studenten komen tegenwoordig overal. In Australië, de Verenigde Staten en Nederland. Zodra onze generatie aan de macht is, over tien of twintig jaar, verandert het klimaat vanzelf.”

Met haar Indonesische medestudenten bespreekt de studente Indonesisch het nieuws: “We hebben het hier de hele dag nergens anders over.” Ze volgt de ontwikkelingen via Internet, de BBC en de Indonesische kranten. Ze vergelijkt wat ze leest en filtert de onbetrouwbare informatie eruit. “In Nederland heb je beter toegang tot het nieuws over Indonesië dan dáár. Omdat ik zelf uit het land kom, voel ik aan wat waar is en wat niet. Je moet het nieuws uit de Indonesische kranten steeds interpreteren.” Een medestudent vind dat ook: “Ik ben getraind als ambtenaar in mijn land, ik ken dus de selectiecriteria die de regering voor het nieuws hanteert.” De studente Indonesisch vermoedt dat ze bij terugkeer door de regering ondervraagd zal worden over haar politieke sympathieën. Dat is een kennis van haar ook overkomen.

Een collega heeft bewondering voor de studenten die de barricades opgaan, maar navolgen zal hij ze niet. “Ik ben meer afwachtend, maar vind wel dat de tradities doorbroken moeten worden.”