Het bonk-bonk-bonk zit aan een maximum; Dj Dimitri zoekt de ziel in house-muziek

Als een moderne handelsreiziger reist dj Dimitri Kneppers rond met een paar kisten platen. Dinsdag is hij in Lloret de Mar, woensdag in Amsterdam, vrijdag in Londen en zaterdag in Portugal. Voor langere tournees bezoekt hij Australië, Amerika en het Midden-Oosten. Discjockey zijn is tegenwoordig een serieuze zaak. “Ik zie een house-avond als mijn werkstuk, met de platen van iemand anders.”

This Is Hi-Tech Soul Movement. Dimitri live at RoXY (Kubin 8 53015) Dimitri draait op het Dance Valley-festival dat zaterdag 10 augustus, van 10.30 tot 23.00, plaatsvindt in het recreatiegebied Spaarnwoude. Daar zijn onder anderen ook te horen: Doc Scott, Miss Djax, Derrick May, Kenny Larkin, Billy Nasty, Eddy de Clercq, 100% Isis, Joost van Bellen, Marcello, Darren Crowley en Paul Jay.

Discjockey Dimitri praat graag over 'soul'. Mensen met soul, platen met soul, instrumenten met soul. In de house-wereld, waar Dimitri een van de vertegenwoordigers van is, is het een ongewoon begrip. Meestal is iets introverts als 'bezieling' ver te zoeken in de door beats per minute en extase gedomineerde elektronische dansmuziek.

Dat soul een plaats kan hebben in de werveling van computerdrums en synthesizers blijkt als Dimitri achter zijn draaitafels staat. Op zijn vaste (donderdag-)avond in de Amsterdamse discotheek RoXY kiest hij niet alleen die platen die een warm, bijna akoestisch geluid hebben, hij geeft ze ook nog een extra dimensie door zijn manier van mixen. Met een hand schuivend aan het mengpaneel en met de andere aan het volume, zorgt hij ervoor dat twee platen naadloos in elkaar overvloeien. Maar er gebeurt meer: wanneer de twee even overlappen geven ze samen een sensatie van 'diepte', als het perspectief dat ontstaat doordat onze ogen twee verschillende beelden samenvoegen.

Als Dimitri het over 'soul' heeft, moet hij dat bedoelen.

Dimitri Kneppers (Amsterdam, 1967) was een van de eersten die eind jaren tachtig house ontdekten. Hij werkte in een platenzaak en hoorde daar de nieuwste, instrumentale muziek uit Detroit, toen nog 'acid house' genoemd. In de Amsterdamse discotheek RoXY, waar hij sinds de oprichting in 1987 platen draait, probeerde hij het publiek te laten wennen door af en toe een house-plaat te draaien. “Maar dat moest je dan wel meteen weer goedmaken met James Brown.”

Inmiddels domineert house de dansvloeren in Nederland en de rest van West-Europa, en draait Dimitri op party's en in discotheken over de hele wereld. Als een moderne handelsreiziger reist hij rond met een paar kisten platen, van Lloret de Mar op dinsdag naar Amsterdam op woensdag, naar Londen op vrijdag en ergens in Portugal op zaterdag. Voor langere tournees bezoekt hij regelmatig Australië, Amerika en het Midden-Oosten. Dimitri woont in een gerestaureerd pand aan een Amsterdamse gracht. Op het geboende parket, bij het licht van een paar kaarsen, bereidt hij zich voor op het draaien, vanavond in de RoXY. Hij beluistert de vanmiddag gekochte singles en plakt van een ervan het label af. “Die heb ik net gekregen van een vriend. Ik moet hem nog even geheim te houden.”

Status

Discjockey zijn is tegenwoordig een serieuze zaak. Had de dj tien jaar geleden nog dezelfde status als de barman of de glazenhaler, tegenwoordig wordt hij tijdens het platendraaien toegejuicht door fans, en na afloop ontvangt hij een honorarium dat dat van een popster benadert. Iedere week moeten zo'n tweehonderd nieuwe singles worden beoordeeld op sfeer en dansbaarheid, en titels worden afgeplakt om de concurrentie op een dwaalspoor te brengen.

De nieuwe status van de dj hangt samen met de aard van house-muziek. House onderscheidt zich nog altijd van andere muziekvormen doordat de scheppers vrijwel anoniem blijven. Omdat de house-producers niet optreden of zich op een andere manier profileren, was het de dj die uitgroeide tot intermediair tussen de muziek en haar liefhebbers.

De dj staat tegenwoordig op een prominente plaats in de zaal, waar het contact met het publiek optimaal is. Hij zorgt ervoor dat platen uit zijn repertoire soms uitgroeien tot 'club hits', successen die niets te maken hebben met de hits van de radio of de reguliere hitparades. En uiteindelijk eigenen de dj's zich de muziek min of meer toe, door onder hun eigen naam een plaat uit te brengen met een selectie van hun favorieten, zoals ook van Dimitri onlangs een cd verscheen met de titel: Hi-Tech Soul Movement - Dimitri live at RoXY. Dimitri onderscheidt zich van de meeste andere dj's door zijn uiteenlopende platenkeuze. Waar anderen steevast platen uit één bepaalde house-tak draaien, combineert Dimitri juist allerlei stijlen. Aan de verschillende platen - of het nou jungle is, trance, tribal of mellow - stelt hij maar een eis: ze moeten 'soul' hebben. Zijn voorkeur voor Zuidamerikaanse muziek is bovendien te horen aan de schetterende trompetten en gevarieerde ritmes die regelmatig tussen de monotonie door sluipen.

Toen Dimitri in 1984 voor het eerst in discotheken draaide, liet hij het publiek dansen op Madonna, Prince en The Cult. Het grootste verschil met de sfeer toen is dat mensen tegenwoordig in 'trance' raken op de dansvloer, zegt Dimitri. “Dat heeft te maken met de combinatie van monotonie en dynamiek. Deze muziek is veel minder 'muzikaal' dan vroeger, maar beantwoordt wel aan een bepaalde oerbehoefte: de doorgaande basisbeat. Op de populairste house-platen hoor je standvastig doorstampende ritmes en een extreme afwisseling tussen hard en zacht. Dynamisch en monotoon, dat is wat de mensen willen.

“Maar het bonk-bonk-bonk van de gabberplaten zit inmiddels aan een maximum, harder en sneller lukt gewoon niet meer. En dat is maar goed ook, want die heftige dynamiek, die zich altijd op de voorgrond dringt, verdrukt de soul.”

Het verschil tussen wat het publiek wil horen en wat Dimitri wil draaien is volgens hem de crux van het dj-zijn. “Daar gaat het om, mijn keuzes acceptabel te maken. Ik zie zo'n avond als míjn werkstuk, met de platen van iemand anders. Maar een kunstenaar kan nog zulke vernieuwende dingen maken, als hij ze aan niemand kan slijten, zijn ze niets waard. Je moet de weg naar het publiek vinden. Het is voor mij de grootste sensatie om mensen aan het dansen te krijgen op een plaat met een heel afwijkend ritme of geluid.

“Dat zoiets lukt heeft te maken met timing en opbouw. Er zijn honderd verschillende factoren die bepalen of een plaat aanslaat of niet. Je kiest een nummer zorgvuldig bij het moment. Zo kan een sober nummer met 'droge' beats goed dienen als aanloopplaatje, maar voor wat later op de avond kies ik iets psychedelischer, iets wervelends.”

Zoals veel dj's tegenwoordig, maakt Dimitri ook zelf muziek. Hij komt met de ideeën en muzikant Eric Nouhan voert ze uit. Samen hebben ze intussen zo'n twintig platen uitgebracht. In het nummer 'Folkloric Acid' ('na een trip in één nacht gemaakt') lopen allerlei melodieën door elkaar en in 'Cuba' getuigen de geometrische patronen van een trompet van Dimitri's liefde voor salsa. “Alles wat ik met Eric maak, is elektronisch. Mensen denken bij 'computer' al snel aan steriele muziek. Maar het gaat erom wat je erin stopt; bij ons klinkt de muziek ook 'warm' en akoestisch.”

Jatwerk

Hij noemt zichzelf als muzikant 'een beginneling', en is ook niet erg te spreken over de muziek van collega-dj's. “Je kunt je afvragen in hoeverre je hun produkten werkelijk 'muziek' mag noemen. Het is vaak allemaal jatwerk. Niet dat dat zo slecht is, maar het gebruiken van andermans vondsten wordt door die nieuwe technologie wel erg makkelijk gemaakt. Als je vroeger muziek wilde maken moest je eerst gitaar leren spelen, anders kon je niet meekomen in een bandje. Mensen gaan nu niet meer zo gauw een instrument leren spelen, want met zo'n handig apparaat kan je toch van alles kopiëren. Maar ondertussen gebruikt iedereen steeds weer die zelfde loops en loopjes, dus binnenkort zal het verzadigingspunt wel bereikt zijn. Dan zullen alleen de mensen overblijven die echt muziek maken.”

Welke rol spelen drugs bij het ondergaan van de hedendaagse dansmuziek? “Die twee zijn goed te combineren. Drugs horen nou eenmaal bij het nachtleven. En xtc heeft bij veel mensen het bewustzijn verruimd; ze staan meer open voor nieuwe ervaringen en nieuwe muziek. Maar ik heb liever niet dat hun waardering voor mijn prestaties afhankelijk is van drugs, want als je een pil op hebt, heb je zelfs op het Centraal Station een wereldtijd. Daarvoor hoef je niet naar een goed feest.” In alle landen waar hij draait, spelen drugs een rol in de dans-scene, vertelt Dimitri. Waar xtc niet verkrijgbaar is, zoals in Australië, neemt men zijn toevlucht tot amfetaminen, in Israël zijn lsd en andere trips populair.

Een paar uur later staat Dimitri achter zijn kleine katheder in de voormalige bioscoopzaal van de RoXY. Hij heeft een joint tussen zijn vingers en deint onophoudelijk heen en weer. Hij trekt een single uit de kist, luistert even via de koptelefoon en legt dan toch een andere klaar. Bijna ongemerkt laat hij twee platen samenvloeien. De ritmes worden sneller, het gesuis zwelt aan en hitsige conga's verdringen de sonore bromtoon. Van de dansvloer klinkt gejoel en geklap. Het publiek, al of niet onder invloed van bijpassende drugs, zweeft.