Gerechtelijk lab Rijswijk kan drukte niet aan

DEN HAAG, 2 AUG. Het gerechtelijk laboratorium in Rijswijk dreigt te verstoppen als gevolg het toenemende aantal onderzoeken. Door gebrek aan middelen ontstaat het risico dat het laboratorium te weinig investeert in innovaties en technische ontwikkelingen. Dat zegt dr. R. Rijkschroeff van het Verwey-Jonker Instituut, die de werkwijze van het lab onderzocht in opdracht van het ministerie van Justitie.

Rechercheurs van de politie, officieren van justitie, advocaten en rechters - de 'klanten' van het laboratorium - vinden dat de onderzoeken in Rijswijk te lang duren. Gemiddeld duurt een onderzoek 82 dagen, met als hoogste uitschieter een onderzoek van 299 dagen. Wel roemen politie en justitie de deskundigheid van het laboratorium.

Om forensische onderzoeken sneller af te wikkelen, adviseert het Verwey-Jonker Instituut minister Sorgdrager relatief eenvoudige onderzoeken te laten uitvoeren door de technische recherche in de politieregio's. Bij de rechercheschool worden al cursussen vingerafdrukken en documentenonderzoek voorbereid voor rechercheurs.

Overigens ziet het lab zelf geen oplossing in het overdragen van routinematige onderzoeken aan de technische recherche. De politie beschikt namelijk niet over de - dure - apparatuur die het lab wel heeft. Ten tweede bestaat volgens laboratoriummanager W. Neuteboom het gevaar dat de kennis versnipperd raakt. “Nu kunnen wij op het lab snel zien of er een nieuwe drug op de markt is. Bijna alle drugsonderzoeken komen immers bij ons”, zegt Neuteboom in een publikatie. Verder wijst hij op de kosten van onderzoeken elders. Een voorbeeld: het gerechtelijk laboratorium rekent 7,50 gulden voor een bloed-alcoholbepaling. Bij andere laboratoria kost dat volgens 'Rijswijk' 300 gulden. De leiding van het laboratorium vindt dat de politieministeries (Binnenlandse Zaken en Justitie) moeten investeren in uitbreiding en innovaties bij het laboratorium.

Opvallend in het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut is het aantal communicatiestoornissen tussen het gerechtelijk laboratorium en politie en justitie. In 27 van de 220 onderzochte zaakdossiers van het OM ontbrak het rapport van het laboratorium. Een van de redenen daarvan was volgens Rijkschroeff de “doolhof aan nummers”. Omdat de politie, het OM en het gerechtelijk laboratorium verschillende dossiernummers gebruiken, raken dossiers zoek. “Dat is in deze tijd niet nodig”, zegt Rijkschroeff. “Die nummering van de verschillende dossiers moet op elkaar worden afgestemd.”

In Rijswijk wordt sinds 1945 technisch-wetenschappelijk onderzoek verricht op de materiële sporen van delicten. Het justitiele instituut onderzoekt zaken variërend van explosieven en stofdeeltjes tot sperma, bloed en vingerafdrukken. Jaarlijks doet het met een budget van vijftien miljoen gulden ten behoeve van zo'n 14.000 zaken 50.000 onderzoeken. Er werken ongeveer honderdvijftig mensen.

Vrijwel alle verzoeken aan het gerechtelijk lab (96 procent) zijn afkomstig van de politie. Rapporten van het laboratorium spelen bij het OM in bijna de helft van de gevallen een rol bij het besluit tot dagvaarding van een verdachte over te gaan. Soms is de uitkomst van een laboratoriumonderzoek het hoofdbewijs (16 procent van de gevallen). Daarbij gaat het meestal om alcoholzaken in het verkeer. Het laboratorium claimt het promillage alcohol in bloed met 100 procent zekerheid te kunnen vaststellen.

Minister Sorgdrager heeft inmiddels een stuurgroep ingesteld die zich buigt over de aanbevelingen.

    • Rob Schoof