Expliciete regels pensioenfondsen

ROTTERDAM, 2 AUG. De Verzekeringskamer, die onder meer toezicht houdt op de pensioenfondsen, heeft voor het eerst expliciet algemene richtlijnen geformuleerd voor haar toezicht op de beleggingen van de pensioenfondsen en hun verplichtingen tegenover werknemers. De pensioenfondsen beheren meer dan 500 miljard gulden aan pensioengelden.

De Verzekeringskamer is overgegaan tot publicatie omdat de richtlijnen bij “lang niet alle” pensioenfondsen bekend bleken te zijn. Volgens een woordvoerder van de Verzekeringskamer is dat minder verbazingwekkend dan het lijkt, doordat fondsen die hun zaken goed geregeld hebben weinig of niet in aanraking komen met meer gedetailleerde vragen van de kant van de Verzekeringskamer.

“Deze onbekendheid met het huidige beleid kan er toe leiden dat een aantal fondsen het bestaande beleid ten onrechte wel als nieuw beleid ervaren”, zo schrijft de Verzekeringskamer in een toelichting.

Openheid over de hoofdlijnen moet alle bijna 1.100 onder toezicht staande pensioenfondsen formeel op de hoogte brengen, maar moet ook bijdragen aan beter gestructureerd toezicht, aldus de woordvoerder, doordat de fondsen nu weten waar zij aan toe zijn.

De Verzekeringskamer heeft de hoofdlijnen voor commentaar gestuurd aan de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen, de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen, het Actuarieel Genootschap en het Koninklijk NIVRA.

De twee organisaties van de pensioenfondswereld waren eerder al vertrouwelijk betrokken bij een discussie over de tekst die tot het concept heeft geleid. Accountants, actuarissen en pensioenfondsen hebben tot 1 oktober de tijd om te reageren. De regels gaan op 1 januari volgend jaar in.

De Verzekeringskamer zegt de kaders met opzet ruim te hebben geformuleerd. De wet eist dat de pensioenrisico's prudent moeten worden ingeschat, dat de beleggingen solide zijn en dat de financiering op basis van een spaarsysteem moet geschieden (kapitaaldekking).

De Verzekeringskamer beschouwt de opgestelde voorstellen als basisrichtlijnen, die per pensioenfonds concreet worden ingevuld.

Zo staan in de voorstellen geen concrete percentages voor de extra financiële buffers die pensioenfondsen moeten aanhouden als zij meer in aandelen en vastgoed (zakelijke waarden) gaan beleggen.

Deze voorschriften stuiten op weerstand bij verschillende pensioenfondsbeleggers, die het als een onnodige hindernis beschouwen bij uitbreiding van hun aandelenbeleggingen.

De Verzekeringskamer heeft hier wat water in de wijn gedaan en de vereiste rekenrente (nu 4 procent op zakelijke waarden), een afspiegeling van het verwachte beleggingsrendement, op een vergelijkbaar hoger niveau gebracht als op effecten met een vaste rente.