Exotische dieren houden is omstreden hobby

Begin juni was huize Van Duin in Klaaswaal het toneel van een grootscheepse politie-inval. Man en vrouw werden aangehouden op verdenking van illegale handel in kameleons en ingesloten. De zaak-Van Duin staat niet op zichzelf.

KLAASWAAL, 2 AUG. De tuin van de familie Van Duin in Klaaswaal verdient het predikaat riant en er huizen ook nog 'levende juwelen': kameleons in een grote verscheidenheid aan kleurenpracht. Sommige van die reptielen, afkomstig uit Madagascar, kruipen rond achter glas, andere in bomen en struweel. Toch kunnen J. F. van Duin, advocaat van beroep, en zijn vrouw niet onbekommerd van hun exotische have genieten. De dieren vormen slechts een fractie van wat ze eerder aan kameleons bezaten; de overgrote meerderheid is op last van justitie in beslag genomen. En het echtpaar zelf is nog maar net terug uit ruim vijf weken voorarrest.

“Schandelijk zoals wij behandeld zijn”, fulmineert Van Duin. “Ik heb als een zware crimineel in alle beperkingen moeten zitten. Ik mocht niet eens naar mijn kinderen bellen.” Het Haagse gerechtshof oordeelde later dat er geen gronden voor voorlopige hechtenis aanwezig waren en gelastte de onmiddellijke vrijlating van het echtpaar. Het gerechtelijk vooronderzoek in deze zaak loopt nog.

Een deel van de inbeslaggenomen kameleons is ondergebracht in de 'reptielenzoo' Iguana (groene leguaan) in Vlissingen. “Voor mij kunnen de straffen voor die mensen niet hoog genoeg zijn”, zegt de beheerder van dit asiel voor uitheemse dieren, A.J. Bom, doelend op het echtpaar uit Klaaswaal. Justitie levert regelmatig slangen, schildpadden en andere reptielen bij Bom en zijn schare vrijwilligers af. “Die kameleons waren geestelijk hoteldebotel toen ze hier kwamen. Het zijn stressgevoelige diertjes en de een na de ander is ziek geworden. Kameleons zijn moeilijk in gevangenschap te houden. Het noodlot van die beestjes is dat ze er zo prachtig uitzien, maar ik vind dat je er gewoon met je fikken af moet afblijven.”

Het echtpaar Van Duin, dat zich beroemt op uitzonderlijke resultaten in het 'nakweken' van kameleons, verwerpt de beschuldiging van Bom. Ze vrezen dat hun dieren in Iguana zullen sterven door ondeskundige behandeling. “Wij hebben in de loop der jaren juist geleerd hoe je allerlei ziektes moet behandelen. Zelfs dierentuinen raadplegen ons, wanneer hun dieren last hebben van parasieten.”

De acties van politie, douane an AID (Algemene Inspectiedienst van Landbouw) vloeien voort uit internationale en nationale regels ter bescherming van bedreigde dier- en plantensoorten. Zo zijn in de eerste helft van dit jaar alleen al op Schiphol 619 levende dieren en planten en 2.400 dode dieren of delen daarvan (waaronder 1.450 stukken koraal) door de douane geconfisqueerd. Het materiaal werd aangetroffen in koffers en handbagage. Onder de levende dieren bevonden zich negen papegaaien en 217 reptielen (leguanen, hagedissen, kameleons). De dode beesten waren in 65 gevallen opgezette krokodillen; in één geval betrof het een bontjas. De exotische plantenwereld was vertegenwoordigd met 293 orchideeën 97 cactussen.

De Leidse biologe C.M. Vinke deed vorig jaar in opdracht van Justitie onderzoek naar het fenomeen van de illegale dierenhandel. Ze kwam, op basis van inbeslagnames in de periode 1985-1992, tot een gemiddelde van 87.600 illegaal ingevoerde dieren per jaar, dood en levend tezamen en koralen niet meegerekend. Haar rapport meldt in de afdeling 'levend' 2.400 vogels, 22.000 reptielen en amfibieën, honderd apen en halfapen en zestig andere zoogdieren. Zij kan echter de exacte omvang van de malafide handel niet vaststellen: “Ik was weliswaar welkom op het ministerie van Landbouw om onderzoek te doen, maar ik moest zelf maar zien hoe ik mijn gegevens te pakken kreeg. Het grootste probleem waarop ik stuitte, was tekortschietende informatie. Het departement heeft zijn zaken nog niet op een rij.”

Winstbejag noemt Vinke het voornaamste motief om zeldzame dieren uit hun natuurlijke biotoop te plukken en op de Westerse en Japanse markt te brengen. Malafide handelaren, die een wijdvertakt netwerk vormen, bedienen zich van een uitgebreid arsenaal aan smokkeltrucs: van dozen met dubbele bodems tot toevoeging van gifslangen en schorpioenen aan illegale zendingen in de hoop dat de douane zo'n vracht onberoerd laat. Ook worden wel specifieke kenmerken van een dier weggehaald om hun herkenbaarheid te verminderen. De handel wordt aangewakkerd door hobbyïsten die een bijzonder reptiel of insect in hun bezit willen krijgen om zich van andere 'liefhebbers' te onderscheiden. De vraag bepaalt voor een belangrijk deel het aanbod en dat maakt het houden van exoten tot een verre van vrijblijvende tijdpassering.

De toegenomen verzameldrang, die voor buitenstaanders soms fanatieke trekken vertoont, blijkt een grote zuigkracht op Derde-Wereldlanden uit te oefenen. De natuur in die gebieden komt sterk onder druk te staan doordat de fauna verarmt als gevolg van overbejaging. Dit was een van de factoren die hebben geleid tot aanscherping van de Nederlandse wetgeving. Wat tot 1995 een overtreding heette, geldt nu als misdrijf met als gevolg dat de maximale straf is verhoogd tot zes jaar cel en de opsporingsbevoegdheden zijn verruimd.

De betrokken dierenhandelaren en -bezitters storen zich aan het ontbreken van een overgangsregeling tussen het oude en nieuwe regime. Hierdoor vallen sommige soorten die eerst vrij verhandelbaar waren, nu in de afdeling contrabande, omdat zij volgens de jongste bevindingen van de wetenschap in hun voortbestaan worden bedreigd. Wie vóór de nieuwe wet een toen 'toegestaan' dier in bezit had, loopt nu het risico van sancties.

Waar de nieuwe wetgeving geen paal en perk aan stelt, is het houden van dieren die een potentieel gevaar voor de bezitter en zijn omgeving vormen. P. Smeekens, eigenaar van dierenspeciaalzaak 't Gupke in Breda, heeft een afdeling reptielen voor de bijzondere liefhebbers. Daar zijn een paar hoogst giftige ratelslangen bij, die in een vergrendeld glazen hok verblijven. Smeekens: “Je mag in Nederland niet met een katapult op straat lopen, maar dit beestje is vrij verhandelbaar. Als die slang je bijt, lig je geheid veertien dagen in een spast en mag je van geluk spreken als je de rest van je leven niet krom loopt.”

Prompt verschijnt een vrouw met veertienjarige zoon die het bewuste reptiel, dat honderdvijftig gulden kost, wil kopen. “Ja, die jongen is er nu eenmaal gek van. Hij heeft al een kleine krokodil en zijn vorige gifslang is door de wormen opgevreten. Vreemde hobby? Ach, liever dit dan aan de drugs.” De knaap heeft een klein terrarium bij zich, waarin de slang voorzichtig wordt overgeheveld. Handelaar Smeekens: “Tja, er is nu eenmaal vraag naar, dus dan zorg ik dat ze in voorraad zijn.”

't Gupke wemelt van vreemde vogels en ander exotisch gedierte. In een met kippengaas bespannen hok liggen, in schijnbare apathie, twee forse zoogdieren, “Genetkatten uit Indonesië”, verklaart de detaillist, “Dat zijn katten die niet miauwen.” Elders springt een Amerikaanse grondeekhoorn in monotone herhaling tegen het rasterwerk op. Smeekens steekt zijn hand in een glazen bak en zegt: “Prairiehondjes zijn nu een rage.” Een dier zo groot als een hamster begint een schijngevecht met de eeltige knuist.

Ooit werd Smeekens geverbaliseerd door zijn plaatsgenoot W. Luijff, die als de gesel van de illegale dierenhandel te boek staat. Luijff werkte vroeger als inspecteur bij de AID en is sinds enkele jaren actief voor TRAFFIC, de opsporingsdienst van het Wereldnatuurfonds. “Moet je het wel normaal vinden om exotische dieren te houden?” zegt hij. “Die dieren worden Nederland binnengebracht, ze gaan in hokken en de meeste gaan dood.” Luijff kan er nog begrip voor opbrengen dat iemand bij wijze van liefhebberij aan het kweken slaat. “Maar zo'n hobby ontaardt gemakkelijk in illegale handel, zeker als ze het grote geld hebben geroken. Want er gaan enorme bedragen in om. Neem zo'n Van Duin uit Klaaswaal. Die gaat niet voor niets alle congressen van kameleonkwekers af. Dan worden er in de pauzes zaken gedaan.”

Van Duin op zijn beurt ziet Luijff als drijvende kracht achter een reeks politionele acties tegen vermeende malafide praktijken. “Dat Luijff opkomt voor bedreigde dieren, daar heb ik niets op tegen. Maar hij moet het wel netjes spelen en dat doet hij niet. Hij maakt onschuldige burgers uit voor zware criminelen.” De advocaat uit Klaaswaal doelt speciaal op de zaak-Pronk, die in 1991 voor de rechtbank in Utrecht diende. O.S. Pronk, destijds door Van Duin verdedigd, werd beschuldigd van dierensmokkel uit Madagascar, maar tot een veroordeling is het nooit gekomen. “Toch beweert Luijff nog steeds in de media dat Pronk een smokkelaar is en dat slaat nergens op.”

Het echtpaar Van Duin lijkt exemplarisch voor de gedreven hobbyïst. Op het tafelkleed zijn kameleons geborduurd. Zij draagt een gouden ring in de vorm van het geliefde reptiel: “Op Madagascar laten maken.” Beiden behoren tot de diehards van de 'doelgroep' kameleons van Lacerta, landelijke vereniging voor herpetologie (leer der reptielen en amfibieën). In het blad Kameleons publiceren ze regelmatig over hun kweekresultaten. Van Duin: “Dat kweken doen we juist om te voorkomen dat een soort nog verder achteruitgaat en we worden er geen dubbeltje wijzer van, er moet alleen geld bij.” Zijn vrouw: “Ik kan me geen leven zonder kameleons voorstellen.”

Maar de meeste, 85 stuks, zijn wel bij hen weggehaald en voorlopig naar diergaarde Blijdorp en Reptielenzoo Iguana verhuisd. De Van Duins zien weer met stijgende woede op die exodus terug. “We hoorden van de politie zelf dat ze hier de strengst beschermde soorten dachten te vinden. De Nijlkrokodil, de Sanzinea of Madagascar-boa en de sterschildpad. Maar we hadden niets van dat alles in huis. Alleen gewone schildpadden en kameleons, die we volgens de wet mochten hebben.”