Evenwichtig spel van Vlaams orkest

Concert: Symfonisch Jeugdorkest van Vlaanderen o.l.v. Robert Groslot, m.m.v. Mark Lubotsky, viool. Werken van Debussy, Sjostakovitsj en R. Strauss. Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, 31/7.

De Robeco Groep Zomerconcerten maken van het Concertgebouw in Amsterdam een verzamelplaats voor jeugdorkesten. Afgelopen maand speelden er het Australian Youth Orchestra, het Nationaal Jeugd Orkest en het Symfonisch Jeugdorkest van Vlaanderen. In augustus valt die eer achtereenvolgens te beurt aan het National Youth Orchestra of Scotland, het Wereld Jeugd Orkest van Jeunesses Musicales, het Jeugd Orkest Nederland, de Young Bulgarian Philharmonia en het Orchestre Français des Jeunes.

Het Symfonisch Jeugdorkest van Vlaanderen presteerde eergisteren welhaast spiegelbeeldig in vergelijking met het concert van het Nationaal Jeugd Orkest, afgelopen weekeinde. Bij het Belgische orkest lieten details als gelijkluidendheid en gelijktijdigheid te wensen over, maar Robert Groslot presenteerde zich als een dirigent met oog en oor voor proportie. De ontwikkeling in de stukken was onder zijn leiding evenwichtig, de grote lijn voortdurend helder. Zo werd in Dialogue du vent et de la mer - het slotdeel van Debussy's La mer - vanuit een voorzichtige laagte een voorbeeldige spanningsboog opgetrokken.

In Richard Strauss' Also sprach Zarathustra werd voortvarend de omgekeerde weg bewandeld. Vanuit een eruptieve zonsopgang met krachtig koper, gierend hout en dreunende pauken werd een landschap vol dynamische pieken en dalen verkend, om uiteindelijk in de stilte van het Nachtwandlerlied te versterven.

Het lage register van de verschillende instrumentengroepen werd verdienstelijk aangesproken. Dat slechts zeven contrabassen klonken in plaats van het minimum aantal van acht dat is voorgeschreven, was daarom amper bezwaarlijk.

Het Symfonisch Jeugdorkest van Vlaanderen liet zich kennen als een flexibel begeleidingsapparaat.

In het Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj boden de orkestmusici krachtig tegenspel aan violist Mark Lubotsky. Soms zelfs iets te krachtig, waardoor het weinig ver dragende geluid van de van oorsprong Russische violist werd gemaskeerd.

Maar vooral speelde het orkest soms te romantisch, te 'mooi' bijna. Als de Nocturne waarmee Sjostakovitsj' Eerste vioolconcert begint, iets níet beoogt, dan is het wel de luisteraar te behagen. De sfeer is wrang, ijl, doods, met bastonen die in de aardkorst lijken te kerven.

Het is muziek van de verschroeide aarde, van de schokkende levenservaring. Maar je kunt deze jeugdige orkestleden onmogelijk verwijten dat zij daarin tekort schieten.