Europa zaait op rotsgrond in Azië

'Azië heb ik niet in mijn zak', zei minister Van Mierlo onlangs in een vraaggesprek met deze krant. Een uitspraak die van realisme en van zelfkennis getuigde. De minister was in de marge van een internationale conferentie in Jakarta gevraagd naar zijn oordeel over de stand van zaken op het gebied van de rechten van de mens in Aziatische landen en naar het onderhoud dat hij had gehad met zijn Indonesische ambtgenoot.

Nederland is een aantal jaren geleden door het optreden van minister Pronk met het Indonesische regime in aanvaring gekomen. Sindsdien belijdt Den Haag de diplomatie van de binnenskamers gehouden kritische dialoog. De afhoudende reactie van de bewindsman paste daarin.

De vraag rijst wat de implicaties zijn van de uitspraak van Van Mierlo. Is het bijvoorbeeld denkbaar dat iemand anders Azië wèl in zijn zak heeft? Natuurlijk, in de dagen van het kolonialisme konden een aantal niet-Aziatische landen het geloofwaardig maken dat zij ieder althans een deel van Azië in hun zak hadden. En na de Tweede Wereldoorlog hebben grote delen van dat werelddeel onder de invloed gestaan van respectievelijk het communisme en van de Verenigde Staten. Er restten bovendien een tijdlang nog wat Europese bolwerken - Hongkong zal als laatste in Aziatische handen overgaan - en daarnaast kwamen een aantal zogenoemd niet-gebonden landen op waarvan India de voornaamste werd.

De jongste bijeenkomst in Jakarta van ASEAN, een associatie van Zuidoostaziatische landen, vormde een bewijs van een ontwikkeling die al geruime tijd gaande is: de politieke volwassenwording van Azië. Weliswaar staan de Grote Drie van Azië - China, India en Japan - allang op eigen benen, maar bijvoorbeeld een land van de tweede orde als Indonesië werd nog sterk van buitenaf beïnvloedbaar geacht. Het verband van ASEAN wordt aangegrepen om dergelijke pogingen tot beinvloeding, of die nu van buiten het werelddeel of vanuit Azië zelf komen, terug te dringen. De laatste ASEAN-conferentie stond in het teken van een nieuw verworven zelfverzekerdheid, die ook op Aziatische landen buiten de organisatie aantrekkingskracht blijkt uit te oefenen.

Het nieuwe Aziatische zelfbewustzijn werpt een dam op tegen de 'grand strategy' van Amerika. Vormde Azië tijdens de Koude Oorlog nog een beweeglijk front tussen de verschillende antagonisten, de regering-Clinton beschouwde het werelddeel aanvankelijk in zijn geheel als ontginningsgebied voor haar missie van vrije markt en democratie. De Filippijnen waren al eerder op de lijst van jonge democratieën bijgeschreven. Maar wat Reagan en na hem Bush nog min of meer als de vrucht van toevallige omstandigheden beschouwden, de proliferatie van het Amerikaanse voorbeeld in Azië, Afrika, Latijns Amerika en ten slotte in Oost-Europa, heeft Clinton tot dogma voor een maakbare wereld verheven. De slogan van een nieuwe wereldorde mag Bush als een handzaam instrument hebben gehanteerd om zijn coalitie voor de Golfoorlog bijeen te brengen, voor Clinton was dat motto, zonder dat hij de gewraakte term gebruikte, geruime tijd de karakteristiek van zijn buitenlandse politiek.

Inmiddels zijn ook de clintonites ouder en wijzer geworden. Vrije markt en democratie blijken niet altijd en overal hand in hand te gaan, ook al zijn er voorbeelden van een redelijk geslaagd samengaan in Zuid-Korea en Taiwan. In India is de democratie geworteld, maar gedraagt de vrije markt zich nog steeds als een junior die veel zorg vraagt. China heeft zijn economie verlost van de ideologische ballast, maar democratie is er nog ver te zoeken. Ook in de ASEAN-landen is de economie geliberaliseerd, maar van rechten van de mens en van pluriformiteit willen de meeste niet horen. De Amerikaanse missie-drang heeft zelfs tot een soort backlash geleid, zo men wil het nieuwe zelfbewustzijn gestimuleerd.

Uit het Amerikaanse aanbod van maatschappelijke hervormingen kiezen de Aziatische regimes datgene wat hun van pas komt en verwerpen zij - onder verwijzing naar eigen, Aziatische, culturele waarden - wat zij zien als een bedreiging van hun voortbestaan. De persoonlijke ondergang van de vroegere leiders in de Filippijnen en Zuid-Korea dient hun als waarschuwing. De soepel verlopen democratisering van Taiwan brengt hen niet op andere gedachten. De keiharde aanpak van dissidenten door het Soeharto-regime onmiddellijk nadat eind vorige week de hoge gasten uit het verre buitenland waren vertrokken, trekt spectaculair de grenzen voor de 'kritische dialoog' in Azië.

Ten aanzien van China had Clinton de wijn al aanzienlijk aangelengd. Boycots en bedreiging met het wegnemen van handelsvoordelen moesten het regime respect inboezemen voor de rechten van de mens en voor handelsbetrekkingen op Amerikaanse voorwaarden. Maar het pakte anders uit. China liet zich niet intimideren. De Amerikaanse imponeerhouding werkte averechts. Waarop Clinton wijselijk de knoop van commerciële belangen en morele en politieke eisen ontwarde en met Peking overeenkwam dat de goede onderlinge betrekkingen niet ondergeschikt mochten worden gemaakt aan tijdelijke wrijvingen. Daarmee waren de Amerikaanse prioriteiten voor heel Azië zichtbaar gemaakt.

ASEAN is de verandering in de Amerikaanse benadering van China niet ontgaan. Kort voor de internationale bijeenkomst in Jakarta had minister Christopher namens de Verenigde Staten nog harde woorden gesproken aan het adres van Birma, waar naar Chinees voorbeeld niet alleen de rechten van de mens met voeten worden getreden maar ook acties voor het invoeren van democratie in de kiem zijn gesmoord. Christopher hoopte op die manier ASEAN er van te weerhouden Birma in haar rijen op te nemen. De Associatie heeft zich niets aan de Amerikanen gelegen laten liggen, Birma werd als waarnemer met een optie op het lidmaatschap op haar bijeenkomst toegelaten. En de Amerikanen stootten zich publiekelijk tweemaal aan dezelfde steen.

Vermoedelijk hebben deze ervaringen indruk gemaakt op minister Van Mierlo. Ook de Europese Unie was naar Jakarta getogen met een portefeuille vol humane wensen. En ook de EU werd door verschillende gastheren geschoffeerd. De Unie, die probeert voet aan de grond krijgen in territoir waar Europa vele jaren lang als politieke factor afwezig is geweest, heeft in Zuidoost-Azië tegenslag moeten incasseren. Maar zij kan zichzelf troosten met de gedachte dat zij niet als enige op rotsgrond heeft geprobeerd te zaaien. De 'kritische dialoog' moet aan een kritisch onderzoek worden onderworpen. Voor een dialoog zijn er immers twee nodig.