Een wond van vijf vierkante kilometer; De wederopbouw van Boekarest

De Roemeense conducator Nicolae Ceausescu liet in 1989 in het hart van Boekarest een lege vlakte na ter grootte van 1.100 voetbalvelden. De Roemeense Bond van Architecten heeft samen met de overheid een internationale prijsvraag voor architecten georganiseerd. “Het winnende plan moet vijf vierkante kilometer dichten”.

Boekarest is de stad van de honden. Honden zitten vast aan een gerafeld touw op een erf vol huisvuil. Loslopende honden wroeten op straat in bergen afval. Magere zwerfhonden verscheuren in een verlaten tuin de resten van een slachtdier. Keffend, grommend en jankend zijn de honden de boodschappers van het verval van de stad die ooit het Parijs van het Oosten werd genoemd.

Een glimp van dit Roemeense 'Parijs' is nog heel goed zichtbaar in de Mântuleasastraat, waar stadsvilla's zijn opgetrokken in de onmiskenbaar Franse bouwstijl van rond de eeuwwisseling. De huizen zijn elegant: met muren in gele en zachtroze tinten, torentjes, pilaren, veranda's, en met serres en bovenlichten waarin smeedijzeren krullen de ruitjes omlijsten. De grootste panden waren begin deze eeuw de miniatuurpaleizen van de elite van grootgrondbezitters en advocaten - de kleinere die van de gegoede burgerij.

De huizen in het hart van Boekarest zijn ernstig vervallen. De verf is afgebladderd. De ruitjes in de ovale bovenlichten zijn bijna alle gebroken. Het pleisterwerk vertoont diepe scheuren. De gipsen decoraties zijn afgebrokkeld. De eens groen geverfde ijzeren bloemen en planten tegen de gevels zijn gebroken en verroest.

Een koperen plaquette in een gevel memoreert dat de Roemeense schrijver-filosoof Mircea Eliade heeft gewoond in deze buurt. In zijn magisch-realistische boek De Mântuleasastraat vertelt Eliade over een speurtocht in deze wijk naar kelders met geheime tekens, die toegang geven tot een andere wereld: “Als ik een miljard had dan zou ik al deze huizen kopen en vernietigen. (-) iedereen zou versteld staan hoeveel geheimen er onder de aarde verborgen liggen, onder deze stenen en huizen.” Het boek speelt in de tijd dat de wijk nog deels in aanbouw was. De huizen hadden toen in werkelijkheid niet de geheimzinnige trekken die Eliade eraan gaf.

Maar het verval heeft de Mântuleasastraat alsnog een magisch-realistische sfeer bezorgd. Zigeuners en Roemeense boeren bewonen de herenhuizen waar kippen en enkele geiten omheen scharrelen. In de tuinen wapperen kleurige kleren aan de waslijn boven hopen aardappelschillen, flessen, plastic verpakkingen, lege dozen en verdroogde modder. Op de straat en op de erven wordt huishoudelijk afval verbrand; rookpluimen stijgen traag op uit hopen leem en verroeste vaten. En overal staan de honden.

Aan het einde van de straat prikkelt plotseling een helder licht de ogen. De rij villa's wordt onderbroken en de blik verliest even alle houvast in een enorme ruimte. Op een kale vlakte staan wat verloren een kerkje, een huis waarvan alleen de muren nog overeind staan, een betonnen skelet en een voltooid woonblok. Een tram dendert naar de horizon, waar in het oosten de contouren zichtbaar zijn van het gigantische Casa Poporului (Huis van het Volk) en van de witte gebouwen langs de Boulevard van de Eenheid, voorheen Boulevard van de Overwinning.

Conducator

De lege vlakte in de bebouwde stad is een erfenis van de conducator Nicolae Ceausescu, die in 1989 werd afgezet. Onder zijn leiding werden de eeuwoude wijken in de jaren tachtig met de grond gelijk gemaakt. Niet om in de grond naar geheimen te zoeken, maar ten behoeve van de bouw van het volkspaleis en de aanleg van de vijf kilometer lange Boulevard van de Overwinning.

De wijk van de Mântuleasastraat stond ook op de slooplijst. Door het afsluiten van gas, water en elektriciteit en met gewelddadige ontruimingen werden ruim 40.000 mensen gedwongen het oude centrum van Boekarest te verlaten. Velen van hen lieten hun honden achter. Ze zwerven nu op straat.

Het Huis van het Volk, het op twee na grootste gebouw ter wereld, is in de loop der jaren uitgegroeid tot het symbool van de megalomanie en dictatuur van Ceausescu. Na de revolutie van 1989 was de eerste daad van de nieuwe regering dan ook het stopzetten van het nog niet half voltooide bouwproject.

De stedebouwkundige catastrofe beslaat een bouwterrein van 1.100 voetbalvelden naast elkaar. “De stad is in het hart gewond”, zegt Alexandru Beldiman, voorzitter van de Roemeense Bond van Architecten. De Bond van Architecten heeft samen met het gemeentebestuur van Boekarest en het ministerie van openbare werken een internationale prijsvraag voor architecten georganiseerd. “De opdracht van de wedstrijd is...”, Beldiman wijst op een luchtfoto een langgerekte krater aan die loopt van oost naar west, “...een plan te verzinnen om die wond van ruim vijf vierkante kilometer te dichten. Het gaat om het aandragen van een algemene visie voor de stad.”

In de Boekarest 2000 gedoopte wedstrijd is de architect niet zozeer de ontwerper van een overheidsgebouw of woonwijk, als wel van een stad. De winnaar schrijft het gebruikelijke programma van eisen zelf, is stedebouwkundige en treedt volgens Beldiman op als 'adviseur van het bestuur' van Boekarest. “De brede opzet is uniek, maar de situatie is hier dan ook uitzonderlijk”, zegt Liviu Ianasi, directeur stedelijke planning bij het ministerie van publieke werken: “De economie in Roemenië is zwak. Instituties ontbreken hier. Er is zeven jaar na de revolutie zelfs nog geen begin van een stedebouwkundig beleid.”

Bij de sluiting van de eerste ronde eind maart bleken ongeveer 600 teams uit 48 landen een concept te hebben ingestuurd. De meeste inzendingen kwamen uit Frankrijk (94) en Roemenië (84), enkele uit Nederland, Taiwan, Japan en Hongkong. De 25 architectenteams die begin april voor de tweede ronde werden geselecteerd, konden tot 31 juli inzenden. De winnaar ontvangt 100.000 dollar, de 24 andere plannen worden gebruikt als reservoir van ideeën.

Het winnende plan moet een soort stedebouwkundige wonderolie zijn voor een hoofdstad met 2,3 miljoen inwoners in een verarmd land. “Het gaat erom de oude en de nieuwe stad vreedzaam naast elkaar te laten bestaan. Niet alleen zijn huizen gesloopt, ook is een manier van leven vernietigd”, zegt de architecte Mariana Celac, hoofdredacteur van een toonaangevend architectuurblad, die zijdelings is betrokken bij de prijsvraag.

Boekarest moet eindelijk gaan voorzien in de behoeften van zijn bewoners, met wie onder de dictatuur van het proletariaat nooit rekening is gehouden. Zwembaden, bibliotheken, sportzalen en wijkgebouwen zijn schaars in de hoofdstad.

De regering heeft bovendien de ambitie Boekarest te laten uitgroeien tot een metropool op de Balkan. “Het is een lange weg om aansluiting te krijgen bij Boedapest, Praag en Bratislava”, zegt Ianasi. “We hebben geen naaste concurrenten in deze regio van Oost-Europa: Sofia niet en sinds de oorlog ook Belgrado niet meer.” Boekarest wil de vestigingsplaats worden voor internationale organisaties zoals de Verenigde Naties. “Voor buitenlandse ondernemingen en Roemeense bedrijven moeten kantoren worden gebouwd.”

De nieuwe voorzieningen moeten aansluiten bij de recente ontwikkeling van een plan- naar een markteconomie. “Veel Roemenen leven nog onder de armoedegrens, maar een middenklasse is langzaam in opkomst. Er zijn mensen die wat meer geld hebben, zoals werknemers bij buitenlandse bedrijven, en die willen dat kunnen uitgeven in restaurants en winkels en aan goede woningen”, zegt Ianasi.

De wederopbouw van Boekarest is volgens Ianasi een Hercules-karwei. “Zelfs de meeste mensen op mijn ministerie beseffen niet de omvang van de operatie, die ingrijpender is dan de ontmanteling van militaire bases in het Westen of van de industriële installaties in het Roer-gebied in Duitsland. Het Duitse parlement heeft tot 2001 de tijd genomen voor de verhuizing naar de Rijksdag, terwijl de verbouwing daarvan oneindig veel kleinschaliger is. Het gaat om tientallen miljarden dollars, vele Rotterdamse Kop van Zuid-projecten tezamen”, verklaart Ianasi, die Nederland goed kent van studiereizen. “De wederopbouw is vergelijkbaar met die van Rotterdam na de oorlog.”

Betonnen geraamte

Een stad na de oorlog, daaraan doet het hart van Boekarest inderdaad denken. Vooral aan de oostkant van de Boulevard van de Eenheid, vijf kilometer van het paleis. De Mircea Voda-straat in het verlengde van de Mântuleasastraat toont apocalyptische beelden. Betonnen geraamten van gebouwen en verroeste hijskranen vormen een torenhoog 'decor voor de filmer Tarkovski', zoals Mariana Celac het uitdrukt. Gesloten containers omzomen bouwputten waarin betonnen palen als een takkenbos lijken neergegooid. Op een vuilstortplaats ligt het lijk van een grote hond naast een weggegooide wc-pot en zoekt een levende hond naar eten.

De aardbeving van 1977 waarbij een groot aantal gebouwen beschadigd raakte, was voor Ceausescu de aanleiding voor zijn planologische ingreep in de stad. Begin jaren zeventig was Ceausescu bij een bezoek aan Noord-Korea onder de indruk geraakt van de grote pleinen, brede boulevards, rijen woonblokken aan kaarsrechte straten en enorme overheidsgebouwen in de hoofdstad Pyongyang. Ceausescu streefde in Boekarest naar een vergelijkbare totalitaire stedebouw.

De nieuwbouw was bedoeld als grote sprong voorwaarts in de strijd tegen de plattelandscultuur in Roemenië, waar de meerderheid van de bevolking nog altijd in de door Ceausescu gehate dorpen woont.

Ongeveer driehonderd Roemeense architecten hebben meegewerkt aan de nieuwbouw en de catastrofe in de binnenstad confronteert hen hardhandig met hun eigen verleden. “Het slopen van de oude wijken ging huis voor huis. Het ging daarbij meestal niet om buitengewone monumenten. De wijken als geheel, die waren buitengewoon, maar dat hebben we pas achteraf beseft”, verontschuldigt Beldiman zich. De bondsvoorzitter heeft zelf enkele woonblokken ontworpen voor de Bulevard Unirii, waarvoor hij zich diep geneert.

De wortel van de meegaandheid van de toen merendeels jeugdige architecten ligt volgens Beldiman in het isolement waarin Roemenië sinds de Tweede Wereldoorlog was geraakt. De laatste stedebouwkundige vernieuwing had plaatsgevonden in de jaren dertig, toen een boulevard in het oudste gedeelte van de stad werd opgetrokken in de zakelijke bouwstijl van die dagen. Dit modernisme werd ook in de jaren zestig en zeventig als enige stroming onderricht op het architectuurinstituut en de studenten hadden uit enkele clandestiene buitenlandse architectuurbladen hooguit een idee gekregen van nieuwe ontwikkelingen. “De esprit d'architecture in Roemenië werd nog altijd bepaald door de strijd tegen de bouwstijl van de negentiende eeuw die lang als middelmatig is beschouwd”, verklaart Beldiman.

In de nieuwbouw van Ceausescu zagen de architecten de kans op aansluiting bij het buitenland, waar het postmodernisme zich in de jaren zeventig en tachtig had ontwikkeld. “We hadden de vage notie dat het post-modernisme sterk eclectisch is, dus gebruikmaakt van bestaande en historische vormen. Ceausescu had voor zijn gebouwen vooral klassieke vormen in gedachten. Het leek ons aantrekkelijk hem een post-moderne bouwstijl voor te stellen, die ons land nog niet kende”, vertelt Beldiman.

De architecten verloren echter elke greep op het proces, vooral doordat zij volgens Beldiman geen 'solide culturele ondergrond' hadden: “En door het enorme tempo waarin werd gebouwd. Ik herinner me dat een schets die je de ene dag op de tekentafel maakte, de volgende dag al in de uitvoeringsfase zat. We hadden geen tijd om na te denken en de postmoderne stijl vergt juist veel reflectie, doordat van bestaande vormen opnieuw gebruik wordt gemaakt. Wat er nu staat is middelmatig, hybride en heeft met postmodernisme niets te maken.”

Urbanisatie

De architecte Mariana Celac ziet de snelle en door Ceausescu gewenste urbanisatie als de aanjager van de stedebouwkundige vernieuwing. “De bevolking van Boekarest is de afgelopen drie decennia verdubbeld. De nieuwkomers van het platteland verloren hun oorspronkelijke wortels. Zij - boeren en arbeiders - werden zogenaamd de soldaten van de nieuwe maatschappij, maar hadden als zodanig geen geschiedenis, geen piramides, geen Versailles. De bouwwerken moesten hen in een keer een verleden met grandeur geven. Ze tonen in vogelvlucht de hele geschiedenis van de bouwkunde. Architecten zochten in oude catalogi naar bruikbare ornamenten als beeldhouwers die door de politiek ontworpen gebouwen mochten decoreren.”

De bouwwerken zijn daarmee volgens Celac voor deze Roemenen geworden wat het Carnaval van Rio is voor straatarme Brazilianen, de leveranciers van een instant-identiteit: “De architectuur is een toneelkostuum in plaats couture.”

De gebouwen aan de vier kilometer lange Boulevard van de Eenheid zien er uit als een betonnen decor. Alsof achter de gevels, waarin classicistische elementen zoals zuilen en tympanen overheersen, alleen maar een leegte te vinden zal zijn. De 120 meter brede straat is bedekt met tegels, waardoor de Boulevard iets van een badkamervloer krijgt - een suggestie die wordt versterkt door de fonteinen. Het Huis van het Volk is een absurde uitvergroting van de gebouwen, onaanraakbaar en verpletterend.

De boulevard is de afgelopen jaren veranderd van verblijfplaats voor de communistische elite tot die voor kapitaalkrachtige Roemenen en buitenlandse ondernemingen. De voltooide appartementen worden voor zo'n 600 dollar per maand verhuurd als woning en kantoorruimte, een astronomisch bedrag naar Roemeense maatstaven. In het voormalige warenhuis tegenover het volkspaleis zit een modern winkelcentrum, dat wordt gedomineerd door ondernemingen als Kodak en McDonalds. De panden hier zijn voor Roemeense nieuwbouw behoorlijk solide en het district is voorzien van een moderne telefooncentrale.

Buitenlandse beleggers moeten de benodigde miljarden opbrengen voor de ontwikkeling van de 560 hectaren. Een deel van het gebied wordt verkocht aan particulieren voor de bouw van hotels, restaurants, kantoren en congrescentra. “Het winnende stadsontwerp wordt onderzocht op economische haalbaarheid”, verklaart Beldiman. “Een economisch en een architectonisch projectteam zullen gelijk opgaan en moeten elkaar in evenwicht houden.”

Slopen

Veel architecten hadden het Huis van het Volk willen slopen of het willen maken tot een symbool van de nieuwe tijd, door er de effectenbeurs of buitenlandse banken te vestigen. De schrijver-antropoloog Andrei Oisteanu had van het Huis graag 'een monument van onze schuld' gemaakt. “Dit gebouw is een produkt van Ceausecu, Ceausescu is een produkt van ons, Roemenen. Hongaren, Polen en Tsjechen hebben zich verzet, wij Roemenen hebben alleen maar geapplaudiseerd voor de dictatuur”, licht Oisteanu toe.

De huidige regering heeft echter besloten om het Huis van het Volk te voltooien en in te richten voor onder meer congressen. Sloop kwam nauwelijks in aanmerking want veel Roemenen vinden het volkspaleis prachtig, omdat is gebouwd zonder hulp van het buitenland en 'ons eigen Versailles' is. “Het paleis bestaat inmiddels in de hoofden van de mensen”, denkt Oisteanu. “Het paleis, dat is onze honger: want we hebben het brood uit de mond gespaard voor de bouw. Het is ons leven, want vele arbeiders zijn gestorven bij de bouw.”

De offers vergelijkt hij met de legende van de architect Manolo, die in de Middeleeuwen het vermaarde klooster in Curtea Artes bouwde. Elke ochtend bleek alles wat hij de vorige dag gebouwd had ingestort. In een droom werd hem een remedie voorgeschreven: de eerste vrouw die hem de volgende dag zou verschijnen, moest hij doden. Zijn eigen vrouw kwam, hij doodde haar met pijn in het hart en voltooide ongehinderd het klooster.

Oisteanu zelf heeft over een vergelijkbaar dilemma ooit een verhaal geschreven: “Een kind wordt door een varken opgegeten en de ouders willen het varken slachten uit wraak. Dan beseffen zij dat hun eigen kind inmiddels een deel van het varken is geworden en dat ze door het te doden tevens het laatste stukje van hun kind laten verdwijnen.”

Ook Beldiman zou het liefst alles wegbreken en opnieuw beginnen. “Maar dat kan ik de bevolking niet uitleggen”, verzucht hij “in dit land mag niets meer gesloopt worden, de mensen kunnen het slopen niet meer aan.”

Een nog fundamenteler probleem is het ontbreken van een samenhangend stedebouwkundig beleid. “De huidige regering heeft na de revolutie helaas de beruchte wet voor de 'systematisering' buiten werking gesteld, die modernisering en verstedelijking van Roemenië beoogde. De wet voorzag in de sloop van traditionele dorpen ten behoeve van grootscheepse nieuwbouw van woonblokken. De uitvoering ervan was monsterlijk maar de wet zelf was niet slecht: tot op heden het enige overheidsgeschrift met ideeën voor de openbare ruimte”, zegt Ianasi.

Lijnbaan

In het wettelijke vacuüm is een stedebouwkundige jungle ontstaan. “Na de revolutie zijn allerlei appartementen aan de boulevard lukraak en goedkoop verkocht aan particulieren, waardoor de mogelijkheid om daarvoor nog een bestemmingsplan te ontwikkelen nihil is. De bureaucratie is enorm. Het grootste gevaar is nu dat de wederopbouw onze zakken leegt, zonder dat er werkelijk iets van de grond komt dat beklijft”, zegt Ianasi.

Boekarest moet volgens Ianasi leren van de wederopbouw in Rotterdam, van de successen en de mislukkingen. “Wie had ooit kunnen denken dat de Rotterdamse Lijnbaan, toch lang hét voorbeeld van moderne stedenbouw, ooit nog eens uit de tijd zou raken? Het wandelcentrum uit de jaren zestig is sterker verouderd dan het centrum van Haarlem. Het probleem van Rotterdam is lang het ontbreken van identiteit geweest. Toch is Rotterdam erin geslaagd om van de verwoeste stad een eenheid te maken met een eigen karakter”, vindt Ianasi.

De sleutel tot dat succes is volgens hem het onafhankelijke bestuursorgaan, dat de wederopbouw coördineerde in samenwerking met de lokale en landelijke politiek, bewoners en bedrijven. Boekarest heeft ook een sterke behoefte aan zo'n centraal orgaan. “Het vermogen tot onderhandelen ontbreekt in Roemenië volledig. Burgemeesters roepen: ik ben nu gekozen, dus moet iedereen doen wat ik zeg. Architecten beklagen zich, dat hun plan niet gewoon wordt uitgevoerd zoals zij het hebben getekend”, vertelt Ianasi.

De overheid krijgt ook erg weinig tegenspel van de Roemeense burgers, die zich nog niet volgens het principe van de civil society hebben georganiseerd in belangengroepen. “In mijn woonblok zijn alle appartementen inmiddels privé-bezit. De gangen, de liften en de hal worden voortdurend vernield door de bewoners zelf. Daaruit spreekt een enorme haat tegen de publieke ruimte, die stamt uit de tijden dat het gemeenschappelijke de Roemenen alleen maar angst inboezemende. Het betekent wel dat de bewoners niet meedenken over de inrichting van hun eigen leefomgeving en dat is heel jammer”, zegt Ianasi.

Zonder beleid en zonder inspraak komen intussen kleinschalige projecten langzaam van de grond, die voorzichtig de richting aangeven voor de grootscheepse wederopbouw van Boekarest. Zoals aan het oostelijke einde van de Bulevard Unirii, waar de oude stad en de nieuwe stad elkaar het meest nabij zijn gekomen, vlak bij Strada Traian in de voormalige joodse wijk.

De panden in Traian verkeren in een nog deplorabelere staat dan de rest van deze wijk. Auto's rijden over de stoep om de kraters in het wegdek te ontwijken. Een pand dat alleen door de restanten van de muren overeind wordt gehouden, is volgestort met vuilnis. Nog geen 50 meter na het laatste pand ligt de achterkant van de nieuwbouw aan Unirii. De blokken zijn nog open, al zijn in sommige gevels merkwaardig genoeg de balkons al aangebracht.

In de betonnen stellages staat, eenzaam en afwijkend, het wel voltooide kantoor van Banca Comercial de România. Een doodnormaal kantoor, op de begane grond bekleed met een gladde hardsteen. Het gebouw is voltooid door een nu zelfstandige architect, die aan hetzelfde gebouw heeft gewerkt toen hij nog in dienst was van de staat. De grootste ramen zitten aan de achterkant, want de werknemers kijken liever naar de spelende zigeunerkinderen op de hopen steen en aarde dan naar de verlaten boulevard.

Dit is volgens Mariana Celac een hoopvol project: “De werknemers van de moderne bank in een nieuwe tijd, die werken in de nieuwe stad, maar die toch contact willen houden met de vervallen stad van het verleden. Dit gebouw toont een manier om de oude en de nieuwe stad met elkaar te verzoenen.”