Drut trots op Franse generatie

PARIJS, 2 AUG. Het eclatante succes van Frankrijk op de Olympische Spelen is voor Guy Drut (45) een aangename verrassing. Als minister van Jeugd- en Sportzaken trekt hij de eer niet naar zich toe, hoogstens heeft hij er twee jaar op gehamerd “dat we niet alleen gaan om mee te doen, maar ook om te winnen”.

Dat heeft geholpen. Want met 34 medailles (14 gouden, 6 zilveren en 14 bronzen) bezet Frankrijk de vierde plaats op de medaille-spiegel van olympische naties. De minister, die de Spelen van dichtbij volgt, vertelt per telefoon uit Atlanta dat naar zijn mening verschillende gelukkige factoren samen zijn gekomen, die de goede resultaten verklaren.

Drut kan het beoordelen: als jong en trouw aanhanger van Jacques Chirac werd hij in 1975 wereldkampioen en een jaar later winnaar van olympisch goud op de 110 meter hordenlopen in Montréal.

Volgens hem treedt dit jaar voor Frankrijk op vele fronten een nieuwe generatie aan “die rijp is, verantwoordelijkheid neemt en kansen grijpt. Zij hebben een geweldige mentaliteit, zij werken en zij zijn enthousiast”. Een tweede verklaring ziet Drut in de herkomst van veel trainers en bestuurders.

“Bij de bonden die de successen binnenhalen staan mensen aan het hoofd die zelf op topniveau internationaal hebben gesport. Je ziet het bij judo, bij wielrennen en een paar andere sporten. Het zijn oud-kampioenen die sport op het hoogste niveau begrijpen.”

Net als de minister? Drut, enigszins schor en verlegen: “Dat weet ik niet, misschien heb ik iets van een wil om te winnen ingeblazen.”

Een geheim plan of een bijzondere financiële inspanning gaat niet schuil achter Frankrijks mooie resultaten. Drut: “Men zegt altijd, en terecht, dat er te weinig geld naar sport gaat. Ik heb er iets aan trachten te verbeteren, maar in het huidige bezuinigingsklimaat zit er weinig rek in. We hebben het moeten doen met wat er was. Het is een kwestie van lange adem geweest. Bovendien: we moeten niet doorslaan in de euforie, er zijn bonden die het goed doen, laten we daar onze zegeningen tellen, maar er zijn er ook waar nog veel moet gebeuren - het zwemmen bijvoorbeeld, en gymnastiek, al begint het daar te komen met een beetje meer geluk. En atletiek, daar verrichten we - ondanks Marie-Jo Perec en Patricia Girard - ook nog geen wonderen.”

Tijdens de Europese voetbalkampioenschappen vond Frankrijk zichzelf een matig sportland. Wordt er te veel op voetbal gelet? Volgens Drut niet, hoogstens door de televisie. Maar hij erkent dat deze Olympische vreugdeserie “een lichtstraaltje brengt in een nationaal klimaat waar sommigen ten onrechte somber over doen”.

Drut blijft in elk geval tot het einde bij zijn mensen, al is hij er mee opgehouden elke avond een feest te geven voor de medaille-winnaar(s) van de dag: “Je komt aan het eind van je Latijn. Voor de rest van de medailles samen geven we zaterdag een feest, en zondag om alles af te sluiten. Ik hoop dat we dan nog bij het wielrennen, het handbal en misschien bij jumpíng hebben gewonnen.” Jumping? “Ja, paardrijden.”