De Melkert-brigades

ZE ZIJN TE VINDEN in openbare ruimtes, op straten en pleinen, in maatschappelijke instellingen, bij overheidsdiensten en een enkele keer bij particuliere bedrijven. Ze vormen de nieuwe werkbrigades van Nederland, werkzaam in de zogenoemde Melkert-banen. Het is de aanval van het links-liberale kabinet op de chronische, langdurige werkloosheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Het streven naar volledige werkgelegenheid (PvdA), naar terugdringing van het beroep op uitkeringen (VVD) en naar een frisse aanpak (D66) vinden elkaar in de collectieve banenmachine van minister Melkert.

Laaggeschoolde, goedkope arbeid is in Nederland de afgelopen tientallen jaren weggesaneerd en daarvoor in de plaats is een omvangrijke groep van mensen gekomen die min of meer permanent afhankelijk is geworden van uitkeringen. De aanpak van Melkert betekent in feite een stilzwijgende erkenning dat ongeschoold werk tegen de gangbare CAO-tarieven in de Nederlandse economie niet meer lonend is. Daarnaast bestaat de overtuiging dat mensen beter een inkomen uit werk kunnen hebben dan afhankelijk van een uitkering zijn. Als het botte instrument van loonsverlaging om vraag en aanbod van ongeschoold werk met elkaar in evenwicht te brengen op grond van maatschappelijke overwegingen is uitgebannen, bestaat er maar één manier om deze kloof te dichten: gesubsidieerd werk.

Vandaar dat Melkert met ambitieuze plannen en veel geld bezig is 'banen' te scheppen. Melkert-1 moet 40.000 nieuwe banen in de collectieve sector opleveren, Melkert-2 nog eens 20.000 banen in experimenten in de particuliere sector met een loonkostensubsidie betaald uit uitkeringsgeld, en Melkert-3 voor 20.000 banen in nuttige klussen of vrijwilligerswerk met behoud van uitkering. Als het allemaal lukt moeten in 1998 80.000 langdurig werklozen op de een of andere manier in de Melkert-brigades zijn opgenomen. En dan zijn er nog banenpoolers, deelnemers aan Jeugdwerk-garantieplannen, sociale werkplaatsen en andere werkgelegenheidsprojecten.

WERKT HET? De Rekenkamer heeft haar twijfels, de plandoelstellingen worden niet gehaald, sommige gemeenten met een notoir hoge werkloosheid onder laaggeschoolden slagen niet in de invulling van de beschikbare Melkert-banen. Er is kritiek op de regels en voorwaarden, er is een omvangrijke 'instroombureaucratie' opgezet, er is sprake van verdringing van de ene banenpool naar de andere en niet van doorstroming naar de reguliere arbeidsmarkt. Er is een minister die verbeten reageert op kritiek. En nu zijn er cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waaruit blijkt dat het afgelopen jaar de werkgelegenheid in de onderste lagen van de arbeidsmarkt vorig jaar met 40.000 banen is toegenomen. Niet in de Melkert-brigades, maar in de 'elementaire beroepen' van de CBS-definitie.

De werkgelegenheid groeit in Nederland. Dat desondanks de werkloosheid volgens de breedste definitie van inactiviteit een kwart van de beroepsbevolking omvat, heeft te maken met vrouwen die steeds vaker willen werken, vluchtelingen die nieuw op de arbeidsmarkt komen en voormalige arbeidsongeschikten die weer aan het werk moeten. Over een lange termijn gezien vertoont de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden zowel in Nederland als in andere industrielanden overigens een opmerkelijke stabiliteit. In Nederland werkt gemiddeld genomen ruim zestig procent van de beroepsbevolking, in andere landen iets meer. Veranderd is de manier waarop de niet-werkenden worden onderhouden: van kerk, liefdadigheid en familie naar de overheid en de sociale partners.

DE MELKERT-BRIGADES vormen geen oplossing voor het werkloosheidsvraagstuk en politici moeten die pretentie ook niet uitstralen. De bereidheid om tienduizenden mensen met collectieve middelen in moderne vormen van werkverschaffing in te zetten, is een verschuiving in de manier van onderhoud. De markt schept banen, ook in de lagere beroepen zoals de CBS-cijfers aantonen, en de collectieve sector kan slechts verdelen.