Dat wilde ik ook

Schrijvers lezen om te schrijven. En worden graag geïnspireerd door andere schrijvers. “Wat mij zo aanstond in In een ondiep graf van Purdy was de versabiliteit van de karakters en ik begreep: karakters hóéven geen karakters te zijn, als de geschiedenis maar boeit.” Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

James Purdy: In een ondiep graf. Uitg. Athenaeum - Polak & Van Gennep. 116 blz. De Slegte ƒ 8,95

De korte roman In een ondiep graf van James Purdy begint afschuwelijk. Een soldaat, Garnet Montrose, komt terug uit de hel van Vietnam, levend, maar levend gevild als het ware: hij heeft geen gezicht meer, geen huid; zijn spieren en aderen liggen bijna bloot aan de oppervlakte. Hij kan niet functioneren in de maatschappij zonder dat de mensen voor hem op de vlucht slaan. Hij trekt zich dan ook terug in het huis van zijn overleden ouders, ergens op het platteland, schaft zich wat geiten aan. Hij wordt in het dagelijkse leven met z'n ongemakken geholpen door een lijfknecht en een kamerdienaar, die met gebogen hoofd zijn voeten masseert, respectievelijk voorleest uit Homerus en zijn orders aanhoren met de blik gericht op het plafond omdat ze zijn aanblik niet verdragen.

Ruzies, door de prikkelbaarheid van de invalide, blijven niet uit. De huisknechten volgen elkaar in snel tempo op totdat, ten slotte, het personele bestand zich consolideert in een trouwe voorlezer, de negerjongen Quintus, en de blonde jonge god Daventry die, voortvluchtig uit Utah, waar hij een dubbele moord heeft gepleegd, boete wil doen door het nederigste en afschuwelijkste werk te verrichten: Garnet Montrose te verzorgen.

Verder is deze Montrose verliefd, hopeloos verliefd kan men wel zeggen, op een jonge weduwe, de mooie Georgina, die hij nog van vóór zijn Vietnamtijd kent en die een eindje verderop woont. Hij schrijft haar brieven, vraagt haar niet meer dan 'nu en dan aan hem te denken', aangezien zij degene is via wie hij zich 'aan het leven vastklampt'. Postillon d'amour is de jonge, knappe moordenaar Daventry die, hoe kan het ook anders, Georgina's geliefde wordt.

Voor ik nu verder ga met het verhaal, wil ik hier kwijt dat tien jaar geleden nog, ik zo'n boek absoluut niet zou hebben kunnen uitlezen, ik zou het misschien na de eerste bladzij al hebben weggelegd. Maar opgeleid in een, voor buitenstaanders, uiterst dor en saai vak (waar ik mijn brood mee verdiende), en met de ambitie als romanschrijver de wereld te veroveren met mijn verhalen - begreep ik dat die verhalen, die zo helemaal 'uit mijzelf' kwamen, best wat kleur van buiten konden gebruiken en omdat er niets is in de wereld dat mij meer weet te emotioneren dan operamuziek, weet ik al jaren waar ik te rade kan gaan.

Nu horen operalibretto's tot de meest onwaarschijnlijke en lachwekkende teksten die er zijn en toch zeg ik vandaag (dat is mijn criterium): als een roman van mij niet soortgelijke emoties en hartstochten oproept als een, zeg, Turandot, heb ik geen goede roman geschreven. Of ik er telkens in slaag, is een andere zaak, ik heb het over een criterium en ik kan (zie boven) wel wat emoties gebruiken. Injecteer je verhaal met het onmogelijke, met het bizarre, met het belachlijke, met het onaangename - en maak er een geloofwaardig, aangenaam verhaal van waar je ook nog om kunt lachen, dán pas heb je wat te vertellen en ben je overtuigend.

Purdy's In een ondiep graf kreeg ik twee jaar geleden van vrienden ('dit moet je lezen'). Ik had het al een tijdje bij De Slegte zien staan, ingebladerd, teruggezet. Eenmaal in mijn bezit, op de plank, onderging het hetzelfde lot: wel gesnuffeld, niet gelezen. Totdat.

Schrijvers lezen om te schrijven. En worden graag geïnspireerd door andere schrijvers. Tot op zekere hoogte. Een schrijver zal een boek waarin hij geboeid leest makkelijk wegleggen - om het nooit weer op te pakken.

Soms leest hij een roman uit. Toen ik dan eindelijk Purdy's roman van de plank haalde en begon te lezen, had ik het ook eigenlijk snel uit, het is maar een dun boekje. En toen ik het uit had, had ik het gevoel kopje onder te zijn gegaan om, toen ik weer boven water kwam, een heel andere wereld te aanschouwen. Dat was bijzonder. Wat mij zo aanstond in het verhaal was de versabiliteit van de karakters; de stemmingen, de vriendschappen, liefde- en haatbetuigingen, de solidariteiten wisselen soms per regel en ik begreep: karakters hóéven geen karakters te zijn, als de geschiedenis maar boeit. Of het 'waar gebeurd' kan zijn, is niet van belang. De gravin is vermomd als dienstmeisje en zowel de gravin als het dienstmeisje zijn echt, en geloofwaardig - door hun emoties.

Het tweede deel van Purdy's roman is een kaleidoscoop van personen die met elkaar trouwen of zullen gaan trouwen of vóór de grote dag alweer gescheiden zijn... Dit soort wanorde, die orde is omdat je erin gelooft - dat wilde ik ook.

Het technisch hoogtepunt van het boekje is, wat mij betreft, de aangekondigde dood van Daventry. Deze Daventry ziet op een dag de kop van de plaatselijke krant melding maken van een orkaan die op komst is. Hij vliegt zijn gastheer naar de keel, in doodsangst, en verwijt hem hem niet al meteen gewaarschuwd te hebben: 'dát had je me niet verteld, dat er in deze streek orkanen zijn.'

'Waarom zou ik je dat verteld moeten hebben. Ik heb je toch ook niet gevraagd hier heen te komen? Er is dunkt me wel meer dat ik je niet verteld heb.'

Maar Daventry is helemaal niet overtuigd en loopt wanhopig de nacht in.

Een paar maanden later trouwt hij dus, met de jonge weduwe Georgina, van wie hij - eigenlijk voordat zij getrouwd zijn - al weer gescheiden was. Maar hij trouwt dus toch. Op de trouwdag zelf trekt er een orkaan over het land, een kleine orkaan is het maar. Met maar één slachtoffer: Daventry. Hij is door de slurf van de cycloon opgenomen en ergens verderop in een pijnboombosje neergekwakt. Nu ligt hij thuis opgebaard. Zijn weduwe, die nu twee keer weduwe is, slaat schreiend van liefde het laken terug om hem de mensen te tonen. Montrose herinnert zich zijn belofte ooit aan Daventry gedaan: na zijn dood, voor zijn begrafenis, op zijn gesloten oogleden twee dollarcenten te leggen, op elk oog een.

In de laatste bladzijden lezen we dat Montrose aan de beterende hand is. Hij kan zich zo langzamerhand weer op straat vertonen. Zijn huisknecht vertelt hem dat er in de stad geruchten gaan dat de jonge weduwe hem, Montrose, ten huwelijk heeft gevraagd. Welk nieuws de gelukkige begroet met een grinnikend lachje.

Een boekje dat ik dicht sloeg met het handen wrijvende voornemen: zo ga ik het ook doen.