Bravoure op de tien-meterplank

ATLANTA, 2 AUG. Eenmaal in de buurt van het Georgia Aquatic Center komen de eerste files en opstoppingen in zicht. Al dagen zijn de olympische zwemwedstrijden uitverkocht, ook de voorronden schoonspringen van de 10-metertoren.

Langs de weg staan particulieren met een bord waarop een met de hand geschreven geldbedrag staat. Hoe dichter je bij het stadion komt hoe hoger het bedrag: 10, 15, 20 dollar. Voor dat geld mag je je auto in de oprijlaan parkeren. Ik stop, betaal en loop verder naar het stadion.

Ik loop verder met een zekere weemoed, want ik moet denken aan de oude foto's uit ons familiealbum, waarop je mijn moeder met gestrekte armen op de duikplank ziet staan. Zij was lid van de Nederlandse schoonspringploeg en gezien haar prestaties was de kans groot dat zij in 1936 mee zou gaan naar de Olympische Spelen in Berlijn. Helaas moest zij op het laatste moment thuis blijven, niet eens wegens Hitler, maar omdat haar toenmalige man er bezwaar tegen maakte dat zij zich in badpak aan de wereld zou tonen. Zo ging dat toen, en eigenlijk gaat het nog zo. De Amerikaanse kranten maken in ieder geval nogal wat ophef over de Algerijnse 1.500-meterloopster Hassiba Boulmerka, die door de fundamentalisten uit haar land met de dood is bedreigd “omdat zij met blote benen loopt door een stadion vol mannen”.

Wie in Amerika over schoonspringen begint, komt automatisch te spreken over Greg Louganis. Nog altijd is deze viervoudige olympische kampioen de grote tragische held van Amerika. Hij liet zich gisteren nog uitgebreid op de televisie interviewen. Hij zag er goed uit, atletisch en gebruind zoals altijd.

Een paar maanden geleden heeft Louganis een autobiografie gepubliceerd: Breaking the surface. Het is een typsch Amerikaanse bestseller, snel en spannend geschreven met een overmaat aan sentimentele uitweidingen. In 1984 werd Louganis in Los Angeles zowel op de 3-meterplank als op de 10-metertoren olympisch kampioen. Hij neemt zich voor die prestatie vier jaar later in Seoul te herhalen, maar vlak voor de Spelen blijkt hij seropositief. Hij besluit dit onaangename gegeven geheim te houden en gewoon door te gaan met zijn sport. Opnieuw lijkt hij op de titel af te gaan, maar dan gebeurt er een ongeluk. Bij de negende sprong klapt hij met zijn hoofd tegen de sprinkplank en komt bloedend in het bassin terecht. Op eigen kracht weet hij het water uit te komen en nadat het gat in zijn hoofd met zes hechtingen is gedicht en het met een plastic soort keppeltje waterdicht is afgedekt, verschijnt hij opnieuw op de plank. De hele wereld kijkt ademloos toe. Met zijn sprong scoort hij 87.12 punten, het hoogste aantal van de hele wedstrijd, en wordt wederom olympisch kampioen. Tot zijn geluk blijkt achteraf dat de twee mensen die met zijn bloed in aanraking zijn geweest, de toernooiarts en zijn trainer, niet besmet zijn. Pas zes jaar na zijn kampioenschap zal Louganis in het openbaar bekendmaken dat hij seropositief is, maar hij heeft dan al de verschijnselen van aids. Kortom, Breaking the Surface is van het begin tot het eind de moderne versie van het Achilles-verhaal.

Behalve over zijn persoonlijke tragedie vertelt Louganis ook een paar aardige dingen over het schoonspringen. Zo is hoogtevrees wel degelijk een gevoel dat zelfs bij de meest geharde torenspringer plotseling op kan spelen. Verschillende schoonspringers zijn om die reden met hun sport gestopt. Het is ook een gevaarlijke sport, die veel pijn kan doen, vooral als je bij een snelheid van 35 kilometer per uur plat op het water valt. Ook dat gebeurt vaker dan je geneigd bent te denken. Gisteren gebeurde het maar liefst zesmaal dat een springer met een gestriemde huid uit het water kwam.

Louganis' boek geeft je een beetje de indruk dat het schoonspringen zich afspeelt in de mondaine wereld, die dagelijks heen en weer pendelt tussen Hawaii en de Bermuda's. Zolang niemand wist van zijn homoseksualiteit werd Louganis beschouwd als het sekssymbool voor de Amerikaanse vrouw. In Breaking the Surface staat een cartoon afgedrukt, waarop een enquêteur aan een huisvrouw vraagt op wie zij zal stemmen bij de presidentsverkiezingen: 'Op Louganis'. Er zijn plannen geweest om een tweede Johnny Weismuller van hem te maken, maar daar had Louganis net te weinig acteertalent voor.

In werkelijkheid valt die wereld van Peter Stuyvesant een beetje tegen. Achter het zwembad waar het schoonspringen zich afspeelt, is een ruimte waar de atleten op hun beurt wachten. Het zijn ranke kereltjes in wat de sportjournalist Klaas Peereboom eens 'nerveus gesneden zwembroekjes' heeft genoemd. De meesten zijn van het bravoure-type dat je inderdaad aan de rand van het zwembad verwacht. Toch is de entourage nogal armoedig. Om ze van de pers gescheiden te houden, zitten ze achter een hek, bijna als dieren in een dierentuin. Sommigen hebben een matrasje uitgespreid op het hete beton. Anderen zitten op de grond en luisteren naar een walkman of spelen met een gameboy. Zij vervelen zich en laten een hamburger bij McDonald's halen. De sfeer is landerig en je hebt het gevoel dat de springers van te voren zo ongeveer weten op welke plaats zij zullen eindigen.

Misschien komt het omdat het schoonspringen tegenwoordig vooral in handen is van de Chinezen en de Russen. Naar het schijnt hebben de Chinezen alle sprongen van Louganis op video staan. Tian Liang en Xiao Hailiang zijn de sterren van China, geen namen waar de zwembroekenfabrikant Speedo mooie sier mee kan maken. Maar voorlopig staan deze Chinezen in het klassement nog achter de Rus Dimitri Saoutine. De twee Amerikanen reiken nog niet hoger dan de vijfde en zesde plaats, hoe hard het Amerikaanse publiek ook schreeuwt om de jury te beïnvloeden.