Biologisch experimenteren

Honderd jaar geleden bestond grote bezorgdheid in de medische wereld over de fysiologische gevaren van al te grote inspanning. In 1892 maakte het Britse medische tijdschrift The Lancet melding van de afschuwelijke gevolgen van 'lange slapeloze' fietstochten die in de mode kwamen.

“Gekweld door braakneigingen verloor een uitgeputte wielrenner het vermogen van zijn zintuigen en zwoegde hij enige kilometers lang door als een blinde in een soort trance, terwijl zijn hogere zenuwcentrum verlamd was en zijn lichaam louter dierlijke kracht behield.” Deze inspanningen waren volgens de auteur “gevaarlijk dicht bij de rand van de waanzin”.

De beschaving was geobsedeerd geraakt door extreme spierkracht en het vestigen van records. De wetenschap en de geneeskunde waren zich gaan bezighouden met het functioneren van het lichaam onder omstandigheden die nog onbekend waren. Mensen die destijds sport bedreven, hadden weliswaar nog geen grote uitstraling, maar de zucht naar metingen was in alle hevigheid ontbrand.

De Franse fysicus Philippe Tissé beval massasport aan als maatregel voor de algemene gezondheid. Maar hij trok zijn optimisme later in door te verkondigen dat “intensieve training een breed scala van psychopathologische symptomen kon veroorzaken zoals hysterie, hallucinaties en fobieen”. Hij noemde topsport een soort ziekte en meende dat atleten aan de effecten ervan konden sterven. Tissié begreep dat de ambitieuze atleet een proefpersoon zou worden die te maken kreeg met onbekende medische gevaren.

De ontwikkeling van de sportprestaties en het wetenschappelijk onderzoek naar grensverleggende mogelijkheden kent bizarre verslagen over fysiologische manipulaties. In een tijd van biotechnologische vernieuwingen zou genetische manipulatie een logische stap zijn, schrijft John Hoberman van de Universiteit van Austin in zijn alarmerende boek Doping, de atleet als machine.

Duidelijk is dat de strijd tegen stimulantia een oneindige wedloop is geworden. Doping zou geliberaliseerd kunnen worden, hoewel dan voor ernstige gevolgen moet worden gevreesd, zoals de recent overleden Duitse biochemicus en dopingvorser Manfred Donike zei. Maar het is een alternatief voor de enorme bedragen die gemoeid zijn met dopingbestrijding. Het IOC zet het gevecht voort en hoopt eens naast urinetesten bloedproeven te doen om bloeddoping en groeihormonen op te sporen. Maar het stuit nog op weerstanden van ethische en religieuze aard.

Een Britse sportarts beweerde laatst dat 70 tot 80 procent van de olympische deelnemers doping gebruikt, zoals groeihormonen en EPO. Dat is overdreven, omdat op zijn minst de helft er geen baat bij heeft. Gebruikt wordt er zeker. Telkens weer worden immers nieuwe medicamenten aangewend ter bevordering van kracht, snelheid en uithoudingsvermogen of middelen om al bestaande stimulantia te maskeren. Dezer dagen boekte het laboratorium van Atlanta een succesje door in de urine van vijf Russische en Litouwse sporters Bromantan te vinden, een stof die tot de schadelijke stimulantia wordt gerekend. Maar het stond nog niet eens op de zwarte lijst.

Het mag een wonder heten wanneer een laboratorium een nieuwe stof vindt. Er moet dus bewust naar gezocht zijn. Een maand geleden waarschuwde de atletiekfederatie dan ook al dat Bromantan in omloop was. In de VS wordt een medicijn met deze stof gebruikt tegen de ziekte van Parkinson en multiple sclerose. Het middel heeft als bijverschijnsel een krachtige invloed op het centrale zenuwstelsel, onderdrukt vermoeidheid en bevordert prestaties bij grote hitte.

Bij het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken is Bromantan onbekend en zelfs bij de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie kan men het bestaan niet bevestigen. Naslag bij het KNMP in farmaceutische handboeken uit Bulgarije, Duitsland en Engeland heeft geen resultaat. Voor de Spelen dienden alle deelnemers nog getest te worden. De Russen hebben dus iets nieuws geprobeerd. Een Duitse sportarts zei laatst nog: “De olympische sport is de laatste honderd jaar niets minder geweest dan een gigantisch biologisch experiment op het menselijk organisme.”