Algerijnse bisschop gedood bij aanslag

ALGIERS, 2 AUG. De rooms-katholieke bisschop van de Algerijnse stad Oran, Pierre Claverie, en zijn chauffeur zijn gisteravond gedood bij een bomaanslag op de ambtswoning van de geestelijke. De aanslag op de bisschop, die in Algerije werd geboren uit een oorspronkelijk naar dat land getrokken Franse familie, is niet opgeëist maar wordt algemeen toegeschreven aan moslim-extremisten.

De bomexplosie had plaats enkele uren nadat Claverie, die naast de Franse ook de Algerijnse nationaliteit had, de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hervé de Charette, had ontmoet. De Charette kwam woensdag aan in Algerije, mede om met de regering van dat land te spreken over een gezamenlijke aanpak van het terrorisme.

Claverie en de Charette brachten gisteren samen een bezoek aan een klooster in Tibéhirine in het zuidoosten van Algerije. Zij herdachten daar de zeven Franse trappisten die eerder dit jaar werden ontvoerd en vermoord door de Gewapende Islamitische Groep (GIA). De Charette verklaarde vanmorgen dat de Franse regering “zich niet van haar weg zal laten afbrengen” door de aanslag en “van plan is vriendschappelijke banden te onderhouden” met Algerije. Hij noemde Claverie een “gelovig, rechtvaardig en moedig mens”.

De 58-jarige Claverie was sinds oktober 1981 bisschop van Oran. Door zijn optreden na de moord op de zeven monniken in Tibéhirine, dat in zijn bisdom lag, vergrootte hij zijn invloed op de katholieke gemeenschap. Hij vond dat Franse geestelijken - die volgens de regering in Parijs Algerije zo snel mogelijk moeten verlaten - zelf moeten beslissen of zij blijven of vertrekken. Claverie zelf heeft er nooit over gepeinsd uit Algerije weg te gaan en weigerde toe te geven aan terroristische druk. Tijdens zijn leven benadrukte hij dat hij het land niet zou verlaten, “wat er ook gebeurt”. Hij is de negentiende katholieke geestelijke die in Algerije is vermoord.

De Algerijnse minister van Binnenlandse Zaken, Benmansour, veroordeelde de moord op Claverie als een “criminele en barbaarse daad begaan in een godshuis en gericht tegen een gewaardeerde persoonlijkheid van de Algerijnse kerk en een van zijn dienaren”. Hij zei dat de Algerijnse regering “vastbesloten is de daders van deze afschuwelijke daad te vinden en met harde hand te straffen”. Hij noemde de moord “in tegenspraak met de waarden van het humanisme, de gastvrijheid en de eendracht waaraan het Algerijnse volk en de heilige islam veel waarde hechten”. (AFP)