Afscheid van verkeersschouten

ROTTERDAM, 2 AUG. Met de benoeming van de laatste acht 'verkeersschouten' tot substituut-officier van justitie is gisteren afscheid genomen van een beroepsgroep.

Verkeersschouten werden in 1972 in het leven geroepen door de toenmalige minister van Justitie Van Agt om de druk op het openbaar ministerie te verlichten. Verkeersschouten moesten voortaan de verkeersovertredingen behandelen, zoals onverzekerd rijden of foutparkeren. Hun taak bleef beperkt tot overtredingen van de Wegenverkeerswet, verkeersreglementen en de wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Bedoeling was de druk op het toen nog ontoereikende aantal officieren van justitie te verlichten.

Verkeersschouten kregen een verkorte, driejarige opleiding in de rechten. Na drie lichtingen verkeersschouten werd die opleiding in 1983 evenwel gestaakt. De behandeling van verkeersovertredingen was toen door uitbreiding van het openbaar ministerie geen knelpunt meer. Bijkomend probleem waren de hoge opleidingskosten - een half miljoen gulden per schout - en de ambities van de verkeersschouten. Velen van hen besloten na het afsluiten van hun opleiding tot verkeersschout alsnog de meestertitel te halen en werden officier van justitie. In totaal zijn er 44 opgeleid en waren er tot gisteren nog acht werkzaam.

Met de promotie van de laatste acht verkeersschouten tot substituut-officier van justitie mogen ze ook verkeersmisdrijven gaan behandelen bij de rechtbank en de politierechter. Hun taak blijft evenwel strikt beperkt tot het verkeer.