Wielerprofs huilen vreugdetranen na debuut op Spelen

ATLANTA, 1 AUG. Erik Breukink passeert in Atlanta als vijfenveertigste de eindstreep. Als hij stilstaat, geeft zijn dagteller 227,53 kilometer aan. Bijna zes kilometer meer dan de officiële afstand van de eerste olympische wielerwedstrijd met professionals.

Totaalstand op de teller: 6.924 kilometer, grotendeels afgelegd in de Ronde van Frankrijk. Snot plakt onder Breukinks neus, op zijn ongeschoren gezicht zit een masker van stof. “Het was een rare koers”, is zijn eerste reactie. “Elke keer aanzetten en demarreren, dat is echt heel lastig.” De inspanningen op het criteriumachtige parcours dat slechts één venijnig klimmetje kende, kostte Breukink “emmers vol zweet”.

Op een stuk asfalt achter de finish staan drie southern belles in lilakleurige jurken te wachten tot ze naar het erepodium worden gestuurd. De meisjes worden beschermd door twee vrouwen van de olympische beveiligingsdienst, want er ligt kostbare waar uitgestald in de groene dozen die ze omhoog houden. Drie medailles: goud voor olympisch wielerkampioen Pascal Richard, zilver voor Rolf S⊘rensen en brons voor Max Sciandri. Beide vrouwen maken zich breed en maken voor de neus van de frêle medaillemeisjes wijde armgebaren. Ze zijn als de dood dat een nieuwsgierige verslaggever er een greep naar doet.

De medaillewinnaars hebben er geen oog voor. Oprecht feliciteert de Deen S⊘rensen de Zwitserse winnaar, die links en rechts in het Frans en in het Italiaans in microfoons toetert. Hij draagt zijn overwinning op aan Fabio Casartelli, de Italiaan die in 1992 in Barcelona voor Erik Dekker goud won op de Spelen en die een jaar geleden bij een val in de Ronde van Frankrijk om het leven kwam.

Pascal Richard, 32 jaar, krijgt een zaktelefoon in zijn handen gedrukt. Zijn vrouw Claudia is aan de lijn, vanuit Aigle, niet ver van Lausanne. De winnaar begint te huilen. Even later hangt voorzitter Samaranch van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) hem de gouden medaille om en mag Richard de hand schudden van Hein Verbruggen, voorzitter van de internationale wielrenunie en nieuw lid van het IOC.

De moeder van Rolf S⊘rensen is tot tranen geroerd als haar zoon als tweede het erepodium betreedt. Terwijl ze over de fiets van haar zoon waakt, wappert Anneliese uitbundig met een Deens vlaggetje. Commercie zit in een klein hoekje: waar reclame op olympisch wedstrijdterrein is uitgebannen, prijkt de naam van S⊘rensens Nederlandse werkgever op de hoge velgen. Op deze fiets streefde de 31-jarige renner uit Kopenhagen zijn vader voorbij. Jens S⊘rensen maakte op de Olympische Spelen in Rome (1960) deel uit van de Deense achtervolgingsploeg, die destijds als zevende eindigde.

De wedstrijd over de brede avenues van de wijk Buckhead is de eerste ronden een etalage voor renners uit ontwikkelingslanden in de fietssport, zoals Kazachstan, Brazilië, Letland en Mongolië. Danny Nelissen is de eerste Nederlander die strijdlust toont en de aanval op twee koplopers opent, maar dat gebeurt op een moment dat de koers nog niet halverwege is. Erik Breukink speelt lange tijd een aanvallende rol, net als Nelissen en Erik Dekker.

Wanneer komen de grote mannen naar voren, vraagt iedereen zich af. Wil Miguel Indurain, die als 19-jarige belofte al meedeed aan de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles, zijn elfde plaats in de Ronde van Frankrijk misschien compenseren met een gouden olympische medaille? En waar blijft Lance Armstrong, de oud-wereldkampioen die zijn zinnen heeft gezet op een olympische zege in eigen land? Het duurt bijna drie uur voordat hij zich in een kopgroep nestelt.

Na drie uur koersen en met nog drie ronden van dertien kilometer voor de boeg, gaat Armstrong eindelijk vol op de pedalen. “He has a long way to go”, zegt de omroeper. Er spreekt weinig vertrouwen uit. De Amerikaan uit de staat Texas rijdt de trappers soepel rond, maar zijn elf achtervolgers blijven hem in de rug zien. De eerste die Armstrong terugpakt is de latere winnaar, Pascal Richard. Twee ronden voor het einde vormt hij een kopgroepje met S⊘rensen en de Brit Sciandri. Ze slaan een gat van tweeeneenhalve minuut. Een ronde voor het einde is het verschil met het peloton 2,43 minuten.

De vijf Nederlanders - Erik Breukink, Erik Dekker, Tristan Hoffman, Danny Nelissen en Aart Vierhouten - kunnen op dat moment fluiten naar een medaille. Zelfs de Belgen en de Italianen doen niet mee in de finale. Mario Cipollini was graag de geschiedenis ingegaan als olympisch kampioen, maar de sprinters kwamen er gisteren in Atlanta niet aan te pas. Alleen de Amerikaan Frankie Andreu, de Fransman Richard Virenque en de Spanjaard Melchor Mauri maken als achtervolgend trio nog een kleine kans. Het blijft bij een theoretische mogelijkheid. Op het asfalt van Peachtree Road komen ze na bijna vijf uur fietsen achtereenvolgens als de nummers vier, vijf en zes aan.