Vreugdedansjes

Zeg maar eens dat olympisch goud geen bron van geluk is. Zelfs voor mensen voor wie nog weinig uitdagingen in het sportleven lijken te bestaan, bijvoorbeeld omdat ze 'alles' al hebben gewonnen en materieel voldoende rijkdom bezitten, is de jacht op een gouden medaille nog een vorm van streven naar absoluut geluk.

Scottie Pippen is een van de beste basketballers ter wereld, hij won viermaal met de Chicago Bulls de wereldtitel en veroverde op de Spelen van Barcelona met de Amerikaanse ploeg, genaamd Dream Team I, de olympische titel. Toch beweerde Pippen op een vraag van een televisiekijker in de talkshow van Larry King op CNN dat hij het behalen van de gouden medaille in Atlanta hoger aanslaat dan al die andere triomfen.

Het klinkt misschien niet verrassend uit de mond van een Amerikaan voor een Amerikaans televisiestation ten overstaan van miljoenen Amerikaanse kijkers, dat goud in Atlanta heilig is. Maar het was geloofwaardig van de man die na zoveel vergaarde weelde in zowat elke wedstrijd het vuur uit zijn sloffen loopt. Bovendien beseft hij dat de Amerikaanse respons op olympisch goud vele malen groter is dan welke andere titel ook.

Hij mag dan beroepssporter zijn en deelname van beroepssporters aan de Olympische Spelen mag dan tegen de oorspronkelijke filosofie zijn, in Atlanta tonen profs aan dat het bedrijven van sport meer dan materieel winstbejag kan betekenen. Zie de in klassiekers en Ronden van Frankrijk gelauwerde profwielrenners die gisteren als liefhebbers over het olympische asfalt raceten. En zie de beroepsvoetballers Ronaldo, Bebeto, Kanu en Okocha als kinderen over het gras buitelen na een doelpunt. Zoals de Nigerianen Kanu en Okocha vannacht met een bal speelden en de Brazilianen uitschakelden, dat was van aanstekelijke schoonheid. Zoveel vreugde en trefzekerheid, zulke uitbundige vreugdedansjes heeft Kanu de laatste maanden bij Ajax niet getoond.

De Olympische Spelen mogen dan nog zoveel vormen van sportieve uitingen kennen en de gewonnen medailles mogen zich voor sommige landen aaneenrijgen als een onafzienbare keten van triomf, zonder het atletiek-, basketbal- en voetbaltoernooi, het wegwielrennen en een enkele volleybal- en roeiwedstrijd bieden ze weinig sportieve opwinding. De besten van de wereld in hun sport te zien wedijveren blijft het boeiendst.

Willen de Spelen aantrekkelijk blijven, dan is vooral de aanwezigheid van de besten (ook profs) van belang. Dat beseffen IOC, organisatoren, sponsors en vooral televisiemaatschappijen natuurlijk terdege.

De deelname van beroepssporters heeft een keerzijde. Profwielrenners die zijn grootgebracht om aan hun sponsors te denken, want dat zijn hun werkgevers, zullen niet nalaten hun nationalistische gevoelens te verdringen ten gunste van hun sponsor van welke nationaliteit deze ook is. De Zwitser Pascal Richard mag dan een prachtige winnaar zijn, zonder afspraken met de Italianen Baldato en Bartoli die voor dezelfde Italiaanse werkgever rijden, zou hij minder kans hebben gehad. Zoals de Italianen bij de achtervolgers afstopten en zoals nota bene de Amerikaan Armstrong dat voor zijn Engelse collega Sciandri deed toen Richard, Sörensen en Sciandri op de vlucht sloegen, dat was nu profwielrennen.

Zo gaat het elk jaar bij het wereldkampioenschap. Nationale belangen dienen de commerciële belangen. Een shirtje in de nationale kleuren verhult vaak de echte belangen. Huilende winnaars zoals Richard zijn aandoenlijk, ook in de beroepswielersport, maar het moet geen besmettelijke ziekte worden. Laten we het erop houden dat ook geharde wielrenners worden betoverd door het olympisch vuur.

    • Guus van Holland