Sleur of gaaf

Vorige week werd een groot fusieplan voor de lerarenopleidingen gepresenteerd. Maar de stroom jonge leraren van de tweedegraads-lerarenopleidingen droogt langzaam op, zo lijkt het. En veel studenten kiezen voor de vrije richting: public relations of zo.

'Leraar zijn is gewoon gaaf”, zegt Natasja Swinkels (24). Prachtig is het om kinderen iets mee te geven, ook al zijn het soms meer sociale vaardigheden dan wiskunde. Vorig jaar heeft ze de tweedegraads opleiding wiskunde afgerond, ze kon direct aan de slag op een VBO-school in Gouda. Ook Niels van Gaans (20) en Martijn Schoofs (19) hebben met hart en ziel voor het vak van leraar gekozen. Deze eerstejaars Nederlands gaan graag met kinderen en jongeren om. “Ik heb echt in een deuk gelegen om die leerlingen”,vertelt Niels van Gaans over zijn ervaringen tijdens de 'snuffelstage'. Van Gaans komt uit een geslacht van leraren. Schoofs “wil het beter doen dan de leraren die ik heb gehad”.

Leraar worden uit roeping is langzamerhand een uitzonderlijke keuze geworden. In vijf jaar daalde het aantal eerstejaars op de tweedegraads opleidingen leraar voortgezet onderwijs van 9.600 naar 8.600. En veel van deze eerstejaars willen niet eens leraar worden: zij doen de zogenaamde vrije studierichting, voor een functie bij de overheid of het bedrijfsleven. Decaan J. Mijland schat dat van de ruim 3.000 studenten die bij de Hogeschool Katholieke Leergangen in Tilburg staan ingeschreven voor een voltijdopleiding leraar voortgezet onderwijs de helft een vrije studierichting volgt.

Zo iemand is bijvoorbeeld de 22-jarige Cilla van der Linden. Zij zit in het derde jaar van de vrije studierichting Public Relations, die opleidt tot een functie in de voorlichting. Na twee jaar 'gewone' lerarenopleiding knapte ze af, zo vertelt ze in de pauze van het vak 'Copywriting en reclame', waar die dag twee van de zeven studenten zijn komen opdagen. “Ik liep stage op een LTS, waar verder bijna geen vrouwen waren. Het lukte mij niet om voor vol aangezien te worden. Ik kreeg briefjes in mijn handen gedrukt met adressen van jongens die iets met mij wilden. Ze proberen je uit.” Naast Van der Linden zit Moniq Basten (23), derdejaars Nederlands. Zij twijfelt of ze een loopbaan als leraar wil, maar volgt toch de lerarenvariant - omdat dat diploma bekender is dan dat van een vrije studierichting. Maar om haar kansen buiten het onderwijs te verhogen volgt zij ook de vrije studierichting Public Relations. “Ik doe gewoon vijf jaar over mijn studie, dat haal ik gemakkelijk.”

“Van de zestig eerstejaars die wij bij Nederlands binnen krijgen willen er ongeveer tien leraar worden. In de loop van het jaar groeit dat tot ongeveer dertig”, vertelt vakgroepleider Jos Hulsker. Aan die geleidelijke groei van keuzen voor 'het vak' ligt niet altijd idealisme ten grondslag. Eerstejaars Nederlands Maaike Zwikker (21) koos uiteindelijk voor de lerarenvariant omdat het diploma meer zekerheid biedt. “En je kunt er ook andere dingen mee gaan doen dan alleen leraar worden”,zegt ze. “Mensen hebben toch heel vaak een baan die niets met hun studie te maken heeft?”

Negatieve keuzes overheersen ook bij haar klasgenoten. Susan Zegers (22) had niet genoeg discipline voor de universiteit. Of ze ooit gebruik zal gaan maken van haar lesbevoegdheid weet ze niet. Ook de 19-jarige Marieke Verboord wil niet echt leraar worden. “Ik denk dat het een sleur wordt. Het liefst zou ik het combineren met een andere baan.”Zij heeft gekozen voor de lerarenvariant omdat ze de 'hapklare brokken' die aangeboden worden nodig heeft: “Bij de vrije studierichtingen moet je alles zelf uitzoeken.”

Maar het voortbestaan van de vrije studierichtingen in de huidige vorm staat ter discussie. De visitatiecommissie lerarenopleidingen oordeelde onlangs dat ze afleiden van de kerntaak van de lerarenopleidingen - nog altijd het opleiden van leraren. De Tilburgse decaan Mijland spreekt zelfs van “een wildgroei” van vrije studies. Niet alleen het bedrijfsleven, maar ook destudenten zelf vinden in dat woud nog maar nauwelijks de weg. “Ik zie regelmatig studenten verloren rondlopen of moederziel alleen aan een tafeltje in de kantine zitten. 'Ik ken hier eigenlijk niemand', hoor je dan.” Opheffing van de vrije studierichtingen zou overigens een verdere daling van het aantal studenten betekenen.

Maar waarom gaan die studenten niet gewoon een lerarenopleiding volgen? Bij Moniq Basten rollen de redenen in een vanzelfsprekende kadans over de lippen: “De kans op werk is heel klein, en als je wat vindt wordt het slecht betaald. Het is een sleur, je hebt veel stress en ik denk dat ik me niet meer in scholieren kan inleven als ik veertig ben.”

Het wachtgeldbeleid maakt het scholen inderdaad moeilijk om pas afgestudeerde leraren aan te nemen, bevestigt R. Kraakman. Hij is voorzitter van het gezamenlijk bestuur van vijftig middelbare scholen in Noord-Brabant. Concreet houdt dit in dat slechts eenderde van de vacatures wordt opgevuld met pas afgestudeerde leraren. Ludwig ter Beek (32) ondervindt het aan den lijve. Al sinds 1988 probeert hij aan de slag te raken als leraar Duits. “Toen ik pas afgestudeerd was, waren er helemaal geen banen. Inmiddels is er volop keuze in vervangingsbaantjes. Maar vast werk heb ik nog nooit gehad.”

En de status van het beroep wordt ook lager ingeschat - in ieder geval in het onderwijs zelf. “Vroeger was een leraar een heer van stand in een driedelig grijs pak, nu is het een gemêleerd gezelschap van mensen in spijkerpak”, meent Ph. Polderman, rector van de Scholengroep Cambium in Zaltbommel. “Als je tegenwoordig getalenteerd bent word je manager, maar geen leraar.”

De beperking van de studiefinanciering in de laatste jaren speelt ook mee bij voor de dalende studentenaantallen, meent G. Kochuit, directeur van de Faculteit Educatieve Opleidingen van de Katholieke Leergangen in Tilburg: “Studenten worden gedwongen heel bewust een keuze te maken. De gedachte 'dat je altijd nog naar de lerarenopleiding kunt' leeft tegenwoordig niet meer.”

Het geringe aantal studenten tast de kwaliteit van de lerarenopleidingen aan. Jan Nawijn, vakgroepleider wiskunde in Tilburg, denkt even na voor hij er iets over zegt De stilte overheerst in het immense witte gebouw van de Tilburgse faculteit. “Het is heel lastig om aan je kwaliteitseisen vast te houden”, zegt hij dan. “Als je vroeger iemand een vijf gaf geef je hem nu een zes, want anders hou je helemaal niemand meer over.” “Een bepaald volume is nodig om kwaliteit te kunnen leveren”,onderstreept directeur Kochuit. Hij vindt het jammer dat docenten als Nawijn zich gedwongen voelen hun normen naar beneden bij te stellen. “Docenten denken teveel aan hun eigen hachje en dat zou niet nodig moeten zijn.”

Kwaliteit

Over de kwaliteit van de jonge leraren lopen de meningen uiteen. Rector H. Huijsmans van het Newman College in Breda vindt de kwaliteit wisselend, maar niet slechter dan vroeger. Maar rector Polderman uit Zaltbommel meent dat de kwaliteit achteruit is gegaan. “De algemene ontwikkeling van de mensen die we binnen krijgen is laag. Maar hoe kan het ook anders als je hoort dat studenten op de Pabo tegenwoordig de opdracht krijgen naar het bos te gaan, kabouters te zoeken en daarover een verslagje te schrijven.” Hij vindt het moeilijk om goede mensen te vinden. “Er bestaat een circuit van rondcirkelend wachtgelders die niet goed functioneren en van school naar school gaan. Wij hebben het meegemaakt dat we voor een vacature de ene vervanger na de andere kregen die niet goed functioneerde. De leerlingen zijn daar uiteindelijk de dupe van.”

De studenten zelf wijzen op de discrepantie tussen theorie en praktijk. Natasja Swinkels: “Je leert dat als twee leerlingen in de klas hun huiswerk niet gemaakt hebben, je ze allebei strafwerk moet geven. Maar dat hoeft helemaal niet heb ik gemerkt. Als een leerling thuis iets ergs heeft meegemaakt dan is dat een ander verhaal dan wanneer iemand gewoon te lui is. Eigenlijk leer je het lesgeven pas in de praktijk”, is haar conclusie. De vraag is of jonge leraren die kans nog wel krijgen. Volgens de Bredaase rector Huijsmans wordt dat moeilijker: “Vroeger kregen mensen een paar jaar de tijd om zich te bewijzen. Nu wordt bij twijfel het contract niet verlengd, anders kom je er nooit meer vanaf.”

Over de vraag of er een tekort aan leraren zal ontstaan wordt verschillend gedacht. Directeur A. Frik van de Educatieve Faculteit van de Hogeschool Gelderland voorziet over een jaar of vijf tekorten in de vakken economie, techniek en Duits, een verwachting die gebaseerd is op de gemiddelde leeftijd van het bestand wachtgelders. Frik meen overigens dat de geringe belangstelling voor de lerarenopleiding wel weer voorbij zal gaan. “Als het economisch wat minder gaat trekt het beroep van leraar weer aan, want dat biedt dan meer zekerheid dan het bedrijfsleven.” Ook directeur Kochuit van de Tilburgse Educatieve Faculteit voorziet geen tekorten: “Er is een gigantische arbeidsreserve van mensen die een lesbevoegdheid hebben, maar gekozen hebben om zich bijvoorbeeld aan hun gezin te wijden. Die mensen moeten de scholen binnen halen en bijscholen.”In hoeverre die arbeidsreserve daadwerkelijk aanspreekbaar is, is onduidelijk.

Wat moet er gebeuren om verdere leegloop van de opleidingen te voorkomen en de kwaliteit te garanderen? Zowel Kochuit als Frik vinden dat het vak van leraar moet veranderen. Frik: “Een leraar moet veel meer een begeleider worden. Iemand die leerlingen de weg wijst binnen de nieuwe informatie-technologie. Zo wordt het leraarsvak vanzelf aantrekkelijker.” Volgens Kochuit ligt de oplossing van de problemen niet zozeer in het aantrekken van meer studenten als wel in samenwerking tussen de hogescholen. “Het aantal studenten dat opgeleid wordt tot leraar is voldoende om aan de toekomstige vraag te kunnen voldoen. Het probleem is dat teveel instellingen dezelfde vakken aanbieden.”

Wachtgelder Ludwig ter Beek heeft zijn ontslagbrief weer binnen. “De 'eindejaarsblues' noem ik het: je hebt je plicht weer gedaan en kunt weer vertrekken.”Maar het gaat al beter. “Af en toe heb ik al een gesprek voor een vaste baan en dat had ik vijf jaar geleden nooit gedacht.”

    • Jacqueline Kuijpers