Samenwerking tribunaal met Bosnische Serviërs

DEN HAAG, 1 AUG. De Bosnisch Servische minister van Justitie, Marko Arsovic, is met het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië overeengekomen “nauwer samen te werken”. Dat blijkt uit een persbericht dat het tribunaal gisteren gezamenlijk met de Bosnisch Servische minister heeft uitgebracht.

De minister heeft drie dagen overleg gevoerd met zowel de griffier van het tribunaal als het bureau van de aanklager. Het bezoek werd door beide partijen als “produktief” bestempeld. Tussen de partijen werd overeenstemming bereikt over het instellen van 'verbindingsofficieren' voor het onderhouden van contacten. Het tribunaal zal in de Bosnisch Servische plaats Bijeljina een kantoor openen. De Bosnisch-Servische onderminister Goran Neskovic zal in Den Haag de contacten tussen het tribunaal en de Bosnische Serviërs onderhouden.

Volgens het persbericht is er gesproken over “de uitlevering van aangeklaagde personen” door de Servische republiek in Bosnië. De delegatie zal volgens het persbericht “al het mogelijke doen om zo goed mogelijk met het tribunaal samen te werken om alle daders voor het gerecht te brengen”, hoewel daarvoor “wettelijke problemen” zijn. Volgens de Bosnische Serviërs verbiedt de grondwet van de Servische republiek de uitlevering van aangeklaagden aan het tribunaal.

Onder de 74 personen die het tribunaal heeft aangeklaagd zijn 54 Bosnische Serviërs, onder wie de voormalige Bosnisch Servische president Radovan Karadzic en legerleider Ratko Mladic. In het cellencomplex van het tribunaal in de strafgevangenis van Scheveningen zit van de Bosnisch Serviërs die zijn aangeklaagd alleen Dusko Tadic gevangen. De Bosnisch-Servische delegatie heeft de aanklager van het tribunaal 300 dossiers overhandigd met misdaden die tegen Bosnische Serviërs zouden zijn begaan. De Bosnische Serviërs onderschrijven in het persbericht dat “alle partijen bij gruwelijkheden” betrokken zijn geweest en dat leiders van “alle partijen” individueel verantwoordelijk kunnen zijn. (AP, Reuter)