Muizen negeren hun pasgeboren jongen na uitschakelen fosB-gen

Onderzoekers van de Harvard University in Boston hebben in muizen een gen gevonden dat een rol speelt bij de zorg voor hun jongen. Terwijl muizen normaal gesproken hun pasgeborenen verzamelen en warm houden, negeerden de muizen waarbij het gen werd uitgeschakeld hun jongen en lieten hen sterven.

Dat gold zowel voor de vrouwelijke als voor de mannelijke muizen, zo blijkt uit een publicatie in Cell (28 juli). De vondst versterkt de theorie dat genen betrokken zijn bij allerlei vormen van diergedrag, zoals het voeden, het paren en agressief gedrag.

Het door de Amerikanen gevonden gen, fosB, bevat informatie voor een eiwit dat bekend staat als een zogenaamde transciptie-factor. Transcriptie-factoren functioneren in de celkern. Ze herkennen een specifiek stuk DNA en zorgen ervoor dat dit stukje erfelijke informatie wordt afgelezen. FosB stimuleert het aflezen van genen die coderen voor groeibevorderende eiwitten. Wat precies de rol is van fosB bij het zorggedrag van muizen, laten de Amerikanen in het midden. Ze benadrukken het feit dat het gedrag niet gecontroleerd wordt door fosB, maar dat het gen slechts een schakel is in de reactie van een ouder op visuele en geursignalen die pasgeborenen afgeven. Het is bekend dat zulke signalen een chemische ketting reactie bij een ouderdier in gang zetten. Deze keten oefent zijn invloed uit op onder andere het pre-optische gebied, een hersengebied dat verbindingen heeft met de hypothalamus, een hersenregio die bijvoorbeeld de lichaamstemperatuur, het slaapwaak-ritme en autonome processen als de hartslag en de ademhaling reguleert.

Of fosB een rol speelt bij het opvoedingsgedrag van mensen durven de Amerikanen niet te zeggen. Het idee dat genen betrokken zijn bij het totstandkomen van menselijke gedragingen is controversieel, maar niet ondenkbaar, zo blijkt uit een artikel dat Cell twee weken geleden publiceerde. Dat handelde over een menselijke aandoening die bekend staat als het Williams-syndroom. Het syndroom heeft als oorzaak een defect LIM-kinase1 gen. Mensen met een defect in dit gen hebben moeite om voorwerpen in gedachten te visualiseren. Ook kunnen deze mensen moeilijk een mogelijke toepassing voor zo'n object bedenken.