Misbruik dienstauto ontkend

DEN HAAG, 1 AUG. Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) heeft geen misbruik gemaakt van zijn dienstauto toen hij er vorig jaar voor zijn vakantie mee naar Frankrijk reisde. De vice-premier deed dat volgens zijn woordvoerder volgens de geldende regels.

Het departement reageert op het jongste nummer van het weekblad Elsevier, dat Van Mierlo beschuldigt van misbruik van zijn dienstauto. Volgens het weekblad liet minister Van Mierlo vorig jaar twee dienstwagens overkomen naar Frankrijk. Daar nam de bewindsman één van de wagens over en liet de twee chauffeurs met de andere terugkeren naar Nederland. Elsevier verwijst naar de officiële instructie voor bewindslieden, waarin staat dat privé-gebruik van dienstwagens voor vakanties in het buitenland niet is toegestaan.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken ontkent dat Van Mierlo de regels heeft ontdoken. Het departement verwijst naar een brief van Financiën aan alle leden van het huidige kabinet uit augustus 1994. Daarin staat dat ministers en staatssecretarissen hun dienstwagen voor vakantie in het buitenland mogen gebruiken, mits zij 24 procent van de cataloguswaarde van de wagen optellen bij hun inkomen. Over dat bedrag moet vervolgens 60 procent belasting worden betaald.

Bij een auto van honderdduizend gulden komt dat neer op een bedrag van 14.000 gulden per jaar. De waarde van het voertuig waarin minister Van Mierlo wordt verplaatst ligt tussen de negentig- en vijfennegentigduizend gulden.

Volgens een woordvoerder van Buitenlandse Zaken heeft Van Mierlo zich aan de voorgeschreven regeling gehouden en zal hij belasting afdragen voor het privé-gebruik van zijn dienstwagen. Van Mierlo was volgens zijn departement aangewezen op de dienstwagen om veiligheidsredenen en om goed bereikbaar te blijven.

Uit een recent vonnis van het gerechtshof in Arnhem blijkt dat ministers zijn vrijgesteld van belasting als zij hun dienstauto in eigen land voor privé-doeleinden gebruiken. Volgens het hof is deze auto-met-chauffeur in het algemeen belang.