Matthijsse zeilt rustig naar zilver

ROTTERDAM, 1 AUG. Met een prachtige inhaalrace na een half mislukte start heeft Margriet Matthijsse gisteren het zilver veilig gesteld. De 19-jarige zeilster uit Maasdam in de Hoeksche Waard werd vierde in de elfde en laatste wedstrijd in de Europe-klasse. In het klassement eindigde ze daardoor als tweede achter de Deense Kristine Roug.

“Het komt door die allereerste wedstrijd”, zei Matthijsse. Daarin werd ze gediskwalificeerd na een te vroege start. “Anders had ik hier gewonnen. Ik had liever goud gehad, maar ik ben hier ook blij mee.”

Matthijsse leerde zeilen op het 10 meter-jacht van haar ouders in de Zeeuwse wateren. Haar ouders daalden op zomermiddagen af in de kajuit en lieten hun dochter loefpartijtjes maken met andere boten. Later kregen Margriet en haar oudere zus Marijke een Optimist, het standaard beginnersbootje, om achter hun ouders aan te varen. Op haar tiende vertelde Matthijsse haar moeder dat ze in twee sporten naar de Olympische Spelen wilde: als hockeyster en als zeilster. Maar het wedstrijdzeilen bleek al snel niet meer te combineren met een teamsport.

Twee jaar geleden, kort na de overstap naar de olympische Europe-klasse, boekte Matthijsse, lid van de Rotterdamse zeilvereniging, haar eerste internationale succes. Op het wereldkampioenschap van 1994 in het Franse La Rochelle behaalde ze brons, op het WK van vorig jaar in Auckland in Nieuw Zeeland werd ze vervolgens tweede.

Net als de meeste Nederlandse zeilers voelde Matthijsse zich het meest op haar gemak in zwaar weer met veel wind. Maar ze leerde bij het WK in Auckland de Nieuw-Zeelandse trainer-coach Rex Sly kennen. “Met mij als coach was je wereldkampioen geworden”, zei Sly tegen haar.

Dankzij financiële steun van NOC*NSF en het watersportverbond trok Matthijsse afgelopen winter voor een trainingsstage van drieëneenhalve maand naar Nieuw Zeeland. Daar werd ze 'allround'. Sly leerde haar dingen waar ze nog nooit van had gehoord. “Veel, zo niet alles wat ik hier heb gepresteerd, heb ik aan Rex te danken”, zei Matthijsse gisteren.

Het scheelde niet veel of Matthijsse was in Savannah helemaal niet van de partij geweest. Want ze wilde haar trainer meenemen naar Georgia. Zowel NOC*NSF als het Nederlands Watersportverbond voelde daar aanvankelijk weinig voor. Maar toen bij beide organisaties het besef doordrong dat het Matthijsse ernst was, mocht de 39-jarige Nieuw-Zeelander alsnog op kosten van NOC*NSF naar de Verenigde Staten reizen.

Een deel van haar succes dankt ze ook aan het verblijf in een eigen huis. Met haar coach, haar sparringpartner en zeiler Roy Heiner (die brons behaalde in de Finn-klasse) huurde Matthijsse een huis vlakbij het zeilcentrum. Dat scheelde een paar uur reistijd per dag in vergelijking met de zeilers die gebruik maakten van de olympische accommodaties.

Matthijsse beleefde weinig lol aan de eerste dagen van de Spelen. Ze ging in de eerste race te vroeg van start, waarna automatisch diskwalificatie volgde. Aan het einde van het toernooi, na elf races, mag elke deelnemer de slechtste twee resultaten schrappen, maar de diskwalificatie bezorgde haar al direct een achterstand op de Deense Roug. “Shit. Toch zal ik met een medaille pronken tijdens de sluitingsceremonie”, nam ze zich voor. Voor goud had Matthijsse de elfde en laatste race moeten winnen en had Roug als achtste of lager moeten eindigen. “Meteen al na de start zat het goud er niet meer in”, constateerde Matthijsse nuchter.

Wel zag Matthijsse haar Amerikaanse concurrente Becker-Day een flinke voorsprong nemen. De thuiszeilster, die voor het zilver zeven plaatsen moest goedmaken, had zelfs even uitzicht op de tweede plaats. “Maar ik had haar snel te pakken”, zei Matthijsse. “In de slotfase heb ik de wedstrijd rustig uitgezeild.”

De tweede plaats van Matthijsse is de eerste medaille voor een Nederlandse zeilster ooit bij de Olympische Spelen, de bronzen plak van windsurfer Dorien de Vries (Barcelona 1992) niet meegerekend.