Marokkaans leren door goed te luisteren

Hoe kun je iemand een vreemde taal leren die geen geschreven vorm kent, zoals het Marokkaans, een Arabisch dialect? Samen met zijn collega R. Otten uit Utrecht maakte J. Hoogland, docent Arabisch aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, een werkboek en geluidscassettes.

NIJMEGEN, 1 AUG. Marokko kent een grote verscheidenheid aan talen. Er zijn de Berbertalen en -dialecten, het Frans is er nog aanwezig als erfenis van een koloniaal verleden, en er is het Marokkaans Arabisch, een dialect dat gesproken wordt rond de grote steden Rabat, Meknes en Fez. Met dit Marokkaans Arabisch kan men vrijwel overal terecht in Marokko, aldus J. Hoogland, docent Arabisch en ook tolk/vertaler. Maar dit Marokkaans is uitsluitend een gesproken taal. De officiële taal van de overheden in de Arabische wereld is het modern standaard Arabisch.

Hoogland: “Omdat het Marokkaans geen geschreven vorm kent, werken we bij het taalonderwijs met een transcriptie naar de ons vertrouwde letters.” Om bepaalde en voor ons vreemde klanken te kunnen weergeven, zijn sommige letters bijvoorbeeld voorzien van een schuine streep erdoorheen. Het is even wennen, maar de cursist kan de aldus weergegeven woorden rustig op een cassettebandje beluisteren.

Het Marokkaanse dialect wordt in Nederland wel gebruikt voor voorlichtingsmateriaal, geschreven in Arabische tekens, maar niet iedereen is daar even gelukkig mee. Sommigen willen liever het standaard Arabisch gebruiken. Het is een lastige kwestie, aldus Hoogland, want het is voor Marokkanen zeer ongebruikelijk om iets op te schrijven. “Vergeet niet dat de mate van alfabetisme niet erg groot is.”

Er bestaat geen handzame Marokkaanse grammatica voor leken. De wetenschappelijke grammatica's in het Engels en het Frans zijn voor de cursisten veel te complex. Er zat daarom weinig anders op dan de regels opnieuw, en veel eenvoudiger, op te schrijven.

Overigens vindt Hoogland de Marokkaanse grammatica niet extreem moeilijk. Je kunt de structuur van allerlei woorden achterhalen, als je eenmaal gevoel krijgt voor de manier waarop de taal is opgebouwd. Zo heeft een woord met de medeklinkers k, t en b altijd iets te maken met schrijven. Afhankelijk van de klinkers die daar dan tussen komen, krijg je aparte woorden met een eigen betekenis. Je moet wel leren dat de klinkers in klank variëren al naar gelang de medeklinkers. Zo leren de cursisten ook de rijtjes met de vervoegingen van de werkwoorden.

De uitspraak, met name bij de keelklanken, blijft moeilijk. Hoogland: “Pas na vijf, zes jaar Arabisch spreken had ik het idee dat het er een beetje op begon te lijken.” Van het Nederlands wordt wel eens gezegd dat het op Arabisch zou lijken door de harde g-klank die wij kennen. Maar Hoogland noemt dat “een klein voordeeltje, het enige”. Zo hebben Nederlanders moeite met een stemhebbende d aan het einde van een woord. Maar een uitstapje naar het Engelse woord 'bad' helpt de cursisten om een Marokkaanse d aan het einde van een woord te leren uitspreken. Het is echt een totaal andere taal, en de Nederlandse tongval maakt het spreken van Marokkaans of Arabisch niet echt gemakkelijker.

Bij de medeklinkers moet je eraan wennen dat bijvoorbeeld de s, t, z, d en r ook doffe varianten hebben. Bij die doffe variant is de stand van de tong anders, en de klinker in de buurt krijgt een iets andere klank. Dan is het een kwestie van proberen en vooral van goed luisteren. Hoogland: “Een voorbeeld: in ons schrift weergegeven betekent het woord 'sief' zwaard. Maar met een doffe s en met een i-klank die neigt naar de i in het woord 'ik' betekent het woord 'sif' zomer.” Zwaard of zomer, dat is nogal een verschil en het vergt enige oefening om beide woorden goed te leren uitspreken. De klemtonen zijn minder belangrijk, ze zijn niet betekenis-onderscheidend.

Het cursusboek behandelt een aantal thema's uit het dagelijks leven, zoals voorstellen, onderwijs en opvoeding, werk en beroepen, met daarbij telkens drie lesjes met oefeningen. Het is overigens niet meer dan een begin, de cursist moet het zien te rooien met een kleine duizend woorden.

Een bruikbaar Marokkaans woordenboek is dertien jaar geleden gemaakt door R. Otten, docent Arabisch aan de Universiteit Utrecht. Hij maakte deze cursus samen met Hoogland. In het woordenboek van Otten staan circa tienduizend woorden, ook in transcriptie. Hoogland zelf is met steun van de Nederlandse Taalunie bezig met de voorbereiding van een Arabisch-Nederlands woordenboek. Dat project begint in januari en zal zo'n drie jaar vergen.

Er wonen circa 180.000 Marokkanen in Nederland. Van hen spreken er velen een Berber-taal, maar voor het huis-tuin-en keukengebruik voldoet het Marokkaans. Hoogland raakte gefascineerd door het Arabisch na een bezoek aan het Midden-Oosten toen hij 19 jaar was. “Saoedi-Arabië, Damascus in Syrië, in m'n eentje in die oude stad. En dan die gastvrijheid en de vriendelijkheid van de mensen.”.

Hij is getroffen door “de cultuur van het dagelijks leven, wat je tegenkomt in de omgang met de mensen”. Hij heeft veel Marokkanen meegemaakt in Utrecht, in zijn studententijd. Hij trad dan op als tolk en vertaler.

“Ik ben geen sociale wetenschapper, maar ik denk dat de problemen met de Marokkaanse jongeren gedeeltelijk ook zeker een probleem van de taal is. Ik heb een keer een kwestie moeten oplossen waarbij een advocaat te pas kwam. Ik kon het die jongen in het Nederlands uitleggen, maar de zoon kon het zijn vader niet duidelijk maken. De vader verstaat geen Nederlands en de zoon kent onvoldoende Marokkaans. Ik heb toen met die vader gesproken.” Hoogland, voorzichtig: “Er treden grote communicatieproblemen op tussen ouders en kinderen. Wie weet komen er ook uit die kring mensen die de taal van hun ouders beter willen leren.”

Ingrid Baatjes, hoofdvakstudente scheikunde, heeft de cursus al gevolgd. Zij heeft een Marokkaanse partner. “Ik heb er veel van geleerd. Die bandjes maken veel verschil. Na die cursus begin ik er gevoel voor te krijgen. Het is toch een wezenlijk andere taal.”

Een van de lastigste klanken vind zij de 'keel-r'. Baatjes: “Als ik nu met Marokkanen praat, is het probleem nog dat zij beter Nederlands spreken dan ik Marokkaans, maar zodra zij merken dat ik hun taal spreek, zijn ze eerst heel verbaasd. Spreekt zij Marokkaans, is dan de vraag. Dat is erg leuk.”