LEX VAN WEREN 1920-1996; Trompet op bevel

De trompettist, dirigent en arrangeur Lex van Weren, die gisteren op 76-jarige leeftijd is overleden, verwierf na de oorlog veel aanzien als leider van het populaire City-theaterorkest, maar werd daarnaast vooral bekend als Trompettist in Auschwitz, de titel van zijn in 1980 door Dick Walda opgetekende oorlogsherinneringen.

Door toe te treden tot het kamporkestje, dat onder meer werd ingeschakeld voor het musiceren bij executies van joodse strafgevangenen, overleefde hij Auschwitz. Zijn gedeukte trompet ligt sinds enkele jaren als aandenken in een vitrine op de permanente expositie in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

Al op zijn veertiende speelde Van Weren in het fameuze orkest van Cinema Royal in Amsterdam, dat onder leiding van Bernard Drukker filmvoorstellingen opvrolijkte en revues begeleidde. Tijdens de bezetting trad hij toe tot het omvangrijke Joodsch Symphonie Orkest dat alleen mocht concerteren in de Joodsche Schouwburg. In september 1943 werd hij op transport gesteld naar Westerbork; ook daar maakte hij deel uit van het kamporkest. “Hoe beter het orkest was,” schreef hij later, “des te meer kans bestond er dat het orkest zich kon blijven handhaven, hetgeen weer uitstel van deportatie betekende.” Desondanks belandde hij in Auschwitz, waar hij aan de gaskamers wist te ontsnappen door op bevel van de kampleiding trompet te spelen: “Dit had natuurlijk niets met mijn carrière te maken of het plezier in het spelen zelf. Je had geen keus. Weigeren betekende de dood.”

In 1957 werd Lex van Weren leider van het feestelijk getoonzette orkest van het City-theater in Amsterdam - één van de laatste twee bioscooporkesten die nog tot in de jaren zestig de omlijsting van filmvoorstellingen en de begeleiding van variété-nummers in het voorprogramma hebben verzorgd (het andere was het Tuschinski-orkest onder leiding van Anton Kersjes). Met het City-orkest speelde Van Weren ook vaak voor de radio, waar hij veel Nederlandse artiesten begeleidde. Omdat hij consequent de voorkeur gaf aan repertoire van Nederlandse makelij, werd hem in 1964 de Gouden Harp van de stichting Conamus toegekend.

Nadat het orkest was opgeheven, heeft Van Weren vaak zijn oorlogsverhaal verteld - in tv-documentaires, radio-uitzendingen, artikelen en boeken. Hij wilde naar zijn zeggen duidelijk maken welke gevolgen de menselijke overlevingsdrift kon hebben in extreme omstandigheden. Dat hij daarbij regelmatig op onbegrip en ongeloof stuitte, vond hij volstrekt begrijpelijk, “want vaak geloof ik het zelf ook niet eens meer.”