KNP BT en KPN twisten over de 'gedachtenflits'

ROTTERDAM, 1 AUG. 'Hebt u wel het juiste papier gekocht?' vroeg KNP BT de nieuwe aandeelhouders van KPN kort na de beursgang in landelijke dagbladen. De paginagrote advertentie die de papier- en verpakkingsgigant drie jaar geleden plaatste, toont aan dat KNP BT de afkorting KPN vanaf het begin als een bedreiging heeft gezien. De maat is vol voor KNP BT, dat voor de rechter een naamswijziging eist van KPN.

Wat zijn de kansen?

Een kleine meerderheid van de experts op het gebied van het merkenrecht en handelsnaamrecht acht de kansen op een overwinning van het papierconcern gering. Mr. E. Arkenbout, vroeger werkzaam bij Nauta Dutilh, nu verbonden aan de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie, is een van de uitzonderingen. Hij herinnert zich een voorbeeld uit de Nederlandse jurisprudentie dat gelijkenis vertoont met de zaak tussen KPN en KNP BT. In 1993 kwam het tot een rechtszaak tussen het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) en de Gemeenschappelijke Pers Dienst (GPD). Het persbureau GPD wilde zich omdopen tot NPA, maar de rechtbank in Den Haag heeft daar begin 1994 een stokje voor gestoken.

De rechter had begrip voor het bezwaar van het ANP dat beide afkortingen weliswaar verschillen, maar dat de komst van een persbureau NPA naast het ANP, een geregistreerd handelsmerk, tot verwarring zou leiden. De GPD stelde dat de afkortingen ANP en NPA sterk van elkaar verschillen. Elke letter in deze afkorting is verschillend en het ene woord begint met een klinker, het andere met een medeklinker. De rechtbank in Den Haag bepaalde echter dat er wel degelijk sprake is van merkinbreuk. De GPD mag de naam NPA niet langer gebruiken op straffe van een boete van 20.000 gulden voor elke overtreding.

Professor mr. J. Spoor van de Vrije Universiteit Amsterdam acht het onwaarschijnlijk dat de rechter de eis van KNP BT zal inwilligen. De rechter heeft dat volgens Spoor in het verleden alleen gedaan als de activiteiten van de klager en de (bijna) naamgenoot op hetzelfde terrein lagen of wanneer de aangeklaagde partij probeerde aan te haken bij de reputatie van de ander. Een 'klassiek' geval is volgens Spoor de zaak die de Algemene Nederlandsche Wielrijders Bond (ANWB) eind jaren tachtig aanspande tegen de Echte Nederlandse Wielrijders Bond. “De ANWB noemt zich een wielrijdersbond, maar is eigenlijk een autoclub”, was het motto van de ENWB. De ANWB was not amused en de rechter verbood de protestbeweging het gebruik van de afkorting.

Ook met mijnheer Roessingh van Iterson die de naam bankING had gedeponeerd bij het merkenbureau, maakte de rechter in 1993 korte metten na een klacht van de bank en verzekeraar die de laatste drie letters van deze bedrijfsnaam draagt. In een zaak uit 1992 van Crédit Suisse First Boston (CSFB) tegen de Compangnie Financière de Benelux (CFB) daarentegen meende de rechter dat een deskundig publiek beide afkortingen niet zo eenvoudig door elkaar zou halen. Een relevante uitspraak, meent Spoor, omdat KNP BT onder meer aanvoert dat een Amerikaanse belegger bij een grote order voor aandelen KNP BT per abuis aandelen KPN geleverd zou hebben gekregen. “Partijen op de beurs vallen waarschijnlijk in de categorie deskundig publiek”, oordeelt Spoor. “Bovendien kan ik me niet voorstellen dat een deskundig en professioneel commissionair dit soort zaken niet navraagt bij een grote transactie.”

Secretaris van de raad van bestuur van KNP BT, mr. J. Barbas verklaarde gisteren in het Algemeen Dagblad dat het aanpassen van de huisstijl, het briefpapier en het wagenpark KPN tenminste 500 miljoen gulden zal kosten als het telecommunicatiebedrijf de rechtszaak verliest. Formeel zouden deze enorme kosten volgens professor mr. A. Quaedvlieg (Katholieke Universiteit Nijmegen) geen rol mogen spelen in het oordeel van de rechter, maar hij acht het niet ondenkbaar dat de rechter “bij zo'n kostbare operatie” twee keer nadenkt voordat hij een oordeel velt. Ook merkenexpert mr. P. Verhaag van het Haagse kantoor Arnold en Siedsma (advocaten en octrooigemachtigden), die de kansen voor KNP BT 'zeer gering' acht, meent dat de hoge kosten in het oordeel van de rechter zullen meewegen.

Zowel Spoor als Quaedvlieg merkt op dat KNP BT er verstandig aan doet in eerste instantie niet te hard van stapel te lopen als de rechter het papier concern tegemoetkomt. Als het telecommunicatiebedrijf wordt gedwongen direct maatregelen te treffen en de uitspraak van de rechter in hoger beroep wordt teruggedraaid, zou KNP BT een forse schadevergoeding tegemoet kunnen zien. Een beroepsprocedure heeft niet per definitie een zogeheten schorsende werking.

Mr. A. Slabaert van het bureau Shield Mark (merkenrecht) heeft het altijd verbaasd dat KNP BT nooit eerder actie heeft ondernomen. Of de lange bedenktijd die KNP BT heeft gebruikt de zaak verzwakt is volgens Slabaert moeilijk te zeggen. “Enerzijds is het verstandig met dit soort zaken niet te lang te wachten. Anderzijds heeft KNP BT nu bewijsmateriaal kunnen verzamelen over de verwarring die is ontstaan. Dat maakt de zaak misschien juist sterker.” Slabaert verwacht dat KNP BT “in elk geval niet voor één haven zal gaan liggen”. KNP BT zal zowel bezwaar maken op grond van de handelsnaamwet als op grond van de merkenwet. De afkortingen KNP BT en KPN staan beide als merknaam ingeschreven bij het Benelux Merkenbureau en de Kamer van Koophandel. Voor de handelsnaamwet zal KNP BT moeten aantonen dat “gezien de aard van de activiteiten en de plaats van vestiging verwarring bij het publiek te duchten is”. Voor bezwaar op grond van de Benelux Merkenwet moet worden aangetoond dat er 'associatiegevaar' bestaat. Daarvoor is het volgens Slabaert vaak al voldoende als een consument in een gedachtenflits een associatie zou kunnen leggen met de andere merknaam. Bovendien spelen hierbij zaken als bescherming van het imago en de reputatie een rol.