India blijft bij zijn weigering het kernstopverdrag te tekenen

NEW DELHI, 1 AUG. Sommige diplomaten bij de conferentie voor een alomvattend verbod op kernproeven in Genève hadden gehoopt dat een maand pauze de onderhandelende partijen tot rust zou brengen, nadat de gemoederen eind juni nogal verhit waren geraakt. Aller ogen waren vooral op India gevestigd, dat volgens velen het voornaamste obstakel voor een verdrag vormt.

De onderhandelaars, onder leiding van de Nederlander Jaap Ramaker, zijn tot dusverre echter bedrogen uitgekomen. Bij de hervatting van de conferentie begin deze week herhaalde de Indiase delegatieleidster, Arundhati Ghose, onmiddellijk dat New Delhi volstrekt niet van plan is het verdrag in zijn huidige vorm te ondertekenen.

“Laat mij duidelijk maken”, aldus Ghose. “India zal dit onevenwichtige verdrag vandaag niet tekenen, morgen niet en ook niet over drie jaar.” Dat laatste was een verwijzing naar de termijn die in het ontwerpverdrag is gesteld voor ratificatie van het akkoord.

Er is de andere partijen in Genève veel aan gelegen India binnen boord te hijsen omdat het een van de zogeheten nucleaire drempelstaten is. Het beschikt sinds 1974 over het vermogen kernwapens te produceren maar heeft die kennis naar eigen zeggen tot dusverre nooit toegepast.

Als India het verdrag niet tekent, dreigt ook een tweede drempelstaat, India's aartsvijand Pakistan, het verdrag niet te tekenen. Voorts zouden Rusland en China ongaarne een kernstopverdrag tekenen, waarvan India en Pakistan geen deel uitmaken. Daarmee zou het hele akkoord op losse schroeven komen te staan.

India koestert een aantal fundamentele bezwaren tegen het ontwerp, waarover de overige 60 deelnemende landen in Genève het inmiddels eens zijn geworden. Zo wenst New Delhi een verbod op alle kernproeven en niet slechts op kernexplosies, zoals de verdragstekst aangeeft.

De Indiërs weten dat de vijf erkende nucleaire mogendheden, in het bijzonder de Verenigde Staten, over technologie beschikken om in laboratoria kernproeven na te bootsen. Zo kunnen ze hun nucleaire arsenalen blijven vervolmaken, terwijl landen als India daarvoor het geld en de expertise missen. Wat heeft het voor zin, zo betogen de Indiërs, een kernstopverdrag te ondertekenen dat in de praktijk niet alle proeven verbiedt?

Een andere Indiase klacht is dat het kernstopverdrag geen enkel verband legt met nucleaire ontwapening in het algemeen. Het is India al tientallen jaren een doorn in het oog dat de vijf 'officiële' nucleaire mogendheden - behalve de VS ook Frankrijk, Groot-Brittannië, Rusland en China - de rest van de wereld onder druk zet van de produktie van kernwapens af te zien zonder dat ze zelf aanstalten maken hun eigen arsenalen op te geven.

New Delhi kijkt hierbij vooral met een schuin oog naar het buurland China, waarmee het in 1962 al eens oorlog voerde. Waarom zouden wij geen kernwapens mogen hebben en de Chinezen wel, vragen ze zich af. India eist daarom een schema, dat de nucleaire mogendheden dwingt hun voorraden binnen bepaalde tijd te verminderen, een gedachte waarvoor tot dusverre geen enkele animo bij de nucleaire vijf bestaat.

Tot slot verzet India zich krachtig tegen het mechanisme voor de ratificatie van het verdrag. In het concept worden alle nucleaire staten en de drempellanden (ook Israel) expliciet genoemd. Het verdrag zal slechts in werking treden als 44 bij name genoemde landen, inclusief de acht, het hebben geratificeerd. Volgens New Delhi druist deze opzet in tegen eerdere internationale verdragen, waarbij meestal slechts een bepaald aantal ratificaties wordt verlangd zonder de landen bij name te noemen.

Hierdoor is India in grote verlegenheid geraakt. Weigert het te ondertekenen, dan krijgt het automatisch alle schuld in de schoenen geschoven voor het mislukken van ruim twee jaar onderhandelen over een verdrag dat de wereld een beetje veiliger had kunnen maken. Ondertekent India echter alsnog, dan zou dat na alle verzet danig gezichtsverlies voor de regering betekenen.

De nieuwe Indiase regering van premier H.D. Deve Gowda is zich er bovendien van bewust dat de publieke opinie allerminst voor nieuwe concessies aan de buitenwereld is op dit gebied. De kranten staan vol opiniestukken waarin allerlei strategische denkers uiteenzetten hoe onwenselijk het verdrag in zijn huidige vorm is.

“Het kernstopverdrag is opnieuw een stap om de internationale gemeenschap gehoorzaamheid af te dwingen jegens de opperheerschappij van de nucleaire mogendheden en eeuwige onderdanigheid te laten zweren aan de nucleaire vijf”, schreef defensiespecialist K. Subrahmaniyan vanmorgen in The Times of India.

Hoewel het debat wordt overheerst door de tegenstanders van het verdrag, zijn er incidenteel ook andere geluiden te horen. Twee publicisten, Praful Bidwai en Achin Vernaik, betogen in een recent boek dat het juist wel in het belang is van India het verdrag te ondertekenen. Gebeurt dat niet, dan dreigt er een nieuwe, nog gevaarlijker wapenwedloop met Pakistan en China, die bovendien ook nu al militair samenwerken. Daarmee zou de veiligheid in de regio volgens hen veel minder gebaat zijn dan met een verdrag dat niet alleen India maar ook zijn rivalen aan banden legt. Bovendien zou India zich op die manier de ergernis en mogelijk zelfs sancties van de Westerse wereld besparen.

Om de impasse in Genève te doorbreken heeft delegatieleidster Ghose intussen voorgesteld de ratificatieprocedure in de ontwerptekst van het verdrag te wijzigen. Er zou slechts door een bepaald aantal landen hoeven worden geratificeerd alvorens het verdrag in werking treedt zonder die staten bij name te noemen. India zou zo het verdrag niet hoeven te tekenen.

Of de andere partijen India zo gemakkelijk aan zijn benarde positie laten ontsnappen is de vraag. Vooral de Amerikanen zijn er op gespitst snel een verdrag te hebben, met of zonder India. Verdere vertragingen kunnen er makkelijk toe leiden dat er een nieuwe kink in de kabel komt en voor president Clinton is het aangenaam de presidentsverkiezingen in te gaan met een kernstopverdrag op zak.