Grafschennis na 6 jaar opgelost

PARIJS, 1 AUG. De schennis van 35 joodse graven in Carpentras lijkt eindelijk opgelost te zijn. Twee skinheads, behorend tot een Franse neo-nazi-beweging, hebben volgens onofficiële berichten bekend dat zij in 1990 op antisemitische gronden de graven hebben geschonden.

De grafschennis werd destijds met nationale verontwaardiging ontvangen. Eén opengebroken graf was van een twee weken eerder overleden man. Zijn lichaam werd ritueel verminkt. De socialistische minister van Binnenlandse Zaken Joxe gaf de leider van het Front National, Jean-Marie Le Pen, de schuld van deze uiting van “racisme, antisemitisme en intolerantie”.

De leider van extreem rechts in Frankrijk beklaagde zich aanvankelijk dat hij het slachtoffer was van een “heksenproces, een samenzwering van de socialistische nomenklatura, de Pasqua's, de Chiracs, de KGB, het binnen- en buitenlandse communisme”. Nadat 200.000 mensen op de straten van Parijs hadden gedefileerd tegen iedere vorm van haat en uitsluiting, verzandde het politie-onderzoek langzaam.

Toen in 1995 vermoedens gingen circuleren dat kinderen van welgestelde inwoners van Carpentras de ware schuldigen waren, voerde Le Pen de toon op. Een 'TGV van de waarheid' vol FN-aanhangers reed naar Carpentras, waar Le Pen “nationale excuses” eiste.

Het pijnlijk vastgelopen justitie-onderzoek kwam deze week in een stroomversnelling nadat een van de vier daders met berouw naar de politie was gestapt. Hij zou nu pas de moed hebben opgebracht: de leider van de groep was daags tevoren bij een motorongeluk om het leven gekomen. De twee anderen zitten inmiddels vast.