Gokken met boeken

Ook al lijkt het dat we zelf kiezen, anderen bepalen veelal wat wij mooi en lekker zullen vinden. Wie zijn het die onze smaak beïnvloeden en wat vinden zij zelf de moeite waard? Deze week in de serie smaakmakers: Lidewijde Paris van Nijgh en Van Ditmar over de hausse van Scandinavische literatuur.

,Eigenzinnige nieuwsgierigheid, dat kenmerkt de auteurs in ons fonds”, zegt Lidewijde Paris (34). “En wat wij het liefst uitgeven zijn boeken die het midden houden tussen fictie en non-fictie.” Paris is sinds een jaar redacteur van uitgeverij Nijgh en Van Ditmar in Amsterdam (opgericht in 1837). Gedreven en liefdevol praat zij over 'haar' auteurs. Omdat zij na haar opleidingen aan de kunstacademie en de universiteit, waar ze Nederlandse taal- en letterkunde studeerde, al als freelancer voor de uitgeverij werkte, had zij bij haar indiensttreding een goed beeld van het soort boeken dat in het fonds paste, van de smaak van Nijgh en Van Ditmar.

“Onze auteurs zijn op een bepaalde manier persoonlijk. Ze hebben voeling met de werkelijkheid, met het dagelijkse leven. Jonge schrijvers zoals Ronald Giphart en Arnon Grunberg schrijven over wat er met jonge mensen gebeurt, het werk van non-fictie-auteurs kenmerkt zich door eenzelfde soort vaart en betrokkenheid.” Wie in de zomercatalogus van 1996 bladert, ziet wat Paris bedoelt. De Nieuwe Revu-journalist Paul van Gageldonk bijvoorbeeld trok twee seizoenen lang intensief op met Feyenoord-supporters, ging mee naar wedstrijden, houseparty's en zelfs naar de gevangenis. De presentatie van het boek, getiteld Hand in hand, in augustus zal gepaard gaan met een 'groots supportersfeest'. Een andere auteur, Axel Willekens, probeerde alle verdovende middelen die hij in Ecodrugs beschrijft eerst zelf uit.

Paris geeft uit waar ze zelf in gelooft, ook al blijven de verkoopcijfers laag. Omdat enkele auteurs, zoals Frans Pointl, goed verkopen, is het mogelijk ook boeken uit te geven voor een 'selecte groep fijnproevers'. Het is trouwens moeilijk te voorspellen welke boeken bij een breed publiek in de smaak zullen vallen en welke niet. De media spelen daarbij een belange rijk rol, zegt Paris. “Pointl begon pas te lopen nadat hij was geïnterviewd, eerst in de krant en daarna op televisie door Adriaan van Dis. Boeken en schrijvers kunnen 'gehypet' worden, daar ben ik van overtuigd. In Amerika bestoken uitgevers recensenten met talloze voorpublicaties en persberichten. Hier is dat niet zo extreem.”

Voor vertaalde boeken geven verkoopcijfers in het land van herkomst weinig houvast. Sommige Amerikaanse bestsellers verkopen hier helemaal niet, andere relatief onopgemerkt gebleven boeken blijken in Nederland zomaar ineens precies te zijn wat de lezers willen. Uitgeven blijft dus een gokspel. Maar een paar trends tekenen zich volgens Paris momenteel wel duidelijk af: “Wat de mensen nu aanspreekt is onder andere het werk van de 'generatie nix'-schrijvers. Er is een nieuw geluid ontstaan, waar blijkbaar behoefte aan bestond. De grote naoorlogse schrijvers, Wolkers, Mulisch, Hermans en Reve, dat weten we nu wel. Onderwerpen als de Tweede Wereldoorlog en het opgroeien in een gereformeerd milieu zijn zo langzamerhand wel genoeg uitgemolken. Er is nu ook, wat minder verklaarbaar, een hausse van Scandinavische literatuur en een grote vraag naar literaire thrillers.”

Met het tijdschrift Zoetermeer, waarvan Paris sinds kort samen met Harmen Lustig de redactie vormt, hoopt Nijgh en Van Ditmar te appelleren aan de smaak van middelbare scholieren en mensen tussen de twintig en de dertig jaar: “Maar ja, het is bekend, vooral vrouwen vanaf veertig lezen veel.” Het blad beoogt een kweekvijver voor jong talent te zijn en een spreekbuis voor een nieuwe generatie schrijvers. “We ontvangen gemiddeld twee tot drie manuscripten per dag met de post van mensen die willen debuteren. Alles wordt serieus bekeken. Auteurs waar we iets in zien kunnen dan terecht in Zoetermeer. Om wat uit te proberen, want anders verschijnt er misschien een te mager debuut. Er worden ons ook vaak via-via mensen aangeraden, bijvoorbeeld door schrijvers die al bij ons publiceren. Ook aan hen biedt het tijdschrift eventueel ruimte.”

Voor het maken van boekomslagen die er zo 'smakelijk' uitzien dat de boeken van de schappen in de winkel gepakt worden, heeft de uitgever twee vaste ontwerpers in dienst. “Maar het belangrijkste is dat het ontwerp correspondeert met de sfeer van het boek. Pas in tweede instantie gaat het erom dat het boek opvalt”, aldus Paris. De gedurfde veelkleurigheid van sommige boeken, zoals de felroze kaft van Giph van Ronald Giphart met de paarsblauwe liggende vrouwenfiguur, geeft dus weer wat de lezer te wachten staat. “Soms wordt de voorkant van een buitenlands boek overgenomen, zoals bij Roddy Doyles Paddy Clarke, ha, ha, ha. Dat is gewoon een perfecte foto. Het kan gebeuren dat een omslag verwart, of dat een foto op een pocket-editie niet tot zijn recht komt. We merken dat dan al gauw, want onze vertegenwoordigers reizen, voordat de boeken verschenen zijn, met de al gedrukte losse voorkanten langs beurzen en boekhandels. Zij vertellen ons hoe de reacties waren.”

De literaire smaak in Nederland komt tot stand door een moeilijk grijpbare wisselwerking tussen de uitgeverijen, de media en natuurlijk de schrijvers en de lezers zelf. “De meeste mensen lezen wat hen wordt aangeraden door hun vrienden of kennissen. Ik betwijfel of kwaliteit altijd komt bovendrijven. Maar je moet natuurlijk wel kwaliteit uitgeven. Bij Nijgh en Van Ditmar verschijnen zo'n zestig boeken per jaar en gelukkig is er niet een bij die me niet bevalt. Wat niet wegneemt dat ik ook boeken die niet in ons fonds zouden passen zeer kan waarderen. Dat zijn bijvoorbeeld duidelijk geconstrueerde romans, waarvoor onderzoek verricht is, zoals de meesterlijke roman Gewassen vlees van Thomas Roosenboom.”

Ondertussen weet Paris dat de grillige smaak van de boekenlezers toch één constante kent, want mensen houden, zo blijkt, vooral van boeken waarmee ze zich kunnen identificeren. “Spanning en romantiek, dat loopt natuurlijk altijd goed.”