Gelovige vrouwen slaan strijdvaardig de handen ineen

In Gmunden, aan de Oostenrijkse Traunsee, kwamen vorige week ruim duizend vrouwen uit allerlei Europese landen bijeen om over politieke en economische onderwerpen te spreken. En ook om het met elkaar te hebben over spiritualiteit en persoonlijke ontwikkeling. Wat deze Eerste Europese Vrouwensynode heeft opgeleverd is niet helemaal duidelijk, maar synodedeelnemers spreken van een groot succes.

“Het was een geweldige bijeenkomst. Ik heb er heel fijne geloofservaringen opgedaan”, zegt Truus Valstar uit Groningen, een van de 150 Nederlandse deelneemsters. Ze lijkt vooral te doelen op de aardige, zusterlijke sfeer. “Onder de vrouwen in Gmunden bestond enorm veel openheid en respect voor elkaar. Iedereen was bijzonder bereid tot luisteren en om van elkaar te leren. Het waren lang niet allemaal kerkelijke vrouwen: sommige deelnemers hadden allang met de kerk gebroken, terwijl anderen er nog met één been in staan. Officieel hoor ikzelf nog steeds bij de gereformeerde kerk, maar ik voel me erg oecumenisch.”

“Het was aardig en vriendelijk, bijna te vriendelijk”, was het oordeel van een andere Nederlandse bezoekster aan de synode.

Qua aantallen vormden vrouwen uit West-Europa de grote meerderheid van de synode. Vooral Nederland, Duitsland en Zwitserland waren numeriek heel sterk vertegenwoordigd. Daartegenover stonden kleine aantallen vrouwen uit Roemenië, Spanje en bijvoorbeeld Tsjechië. Volgens sommige deelneemsters was het bovendien opvallend dat er op de synode betrekkelijk weinig jonge bezoeksters waren. Veertig jaar, aldus een verslag in het ochtendblad Trouw, leek de gemiddelde leeftijd: een generatie die groot is geworden met woorden als actie, discussie en solidariteit, maar jongere vrouwen zijn individualistischer, meer betrokken op het eigen leven. Minder discussie, meer spiritualiteit.

De vrouwensynode in Gmunden was een uniek forum, meende Dorothea McEwan van het organiserend comité. Volgens de synodevoorzitster, de Nederlandse Wies Stael-Merkx, zijn vrouwen in Gmunden dichterbij hun doel van deelname aan de politieke en economische macht gekomen. Zij hebben onder meer een wereldwijd platform opgericht om de pogingen te bundelen om tot vrouwelijke priesters in de r.k. kerk te komen. Onder de naam van Women's ordination world wide (WOW) slaan Europese en Noord-Amerikaanse vrouwen de handen voor de priesterwijding van vrouwen.

Ook andere kerkpolitieke kwesties stonden hoog op de agenda. “Wij keren ons tegen de systematische uitbuiting van vrouwen in leidende posities in de kerk en in de samenleving”, heette het in de slotverklaring. En een Nederlandse groep voegde daar nog eens aan toe dat ieder seksueel contact in een pastorale relatie moet worden verboden. Eerder in de week had de Oostenrijkse politicologe Eva Kreisky de synode al voorgehouden dat de rooms-katholieke kerk nog altijd “een hardnekkig vrouwvijandig en antifeministisch netwerk is en gezien moet worden als het prototype van mannelijke heerschappij in de samenleving”. Volgens Kreisky trekt er een nieuwe mannelijkheidsimpuls door de wereld om het streven van vrouwen naar meer invloed tegen te houden.

Een moeilijk punt voor de vrouwensynode is het onderwerp zwarte en blanke vrouwen. Op de Tweede Nederlandse vrouwensynode in 1992 in Driebergen ontstonden daar al grote problemen over, omdat het thema racisme niet genoeg centraal zou hebben gestaan. Waarop zwarte vrouwen zich terugtrokken in eigen (voor blanke vrouwen niet toegankelijke) werkgroepen. “Zwarte en witte vrouwen gaan een bondgenootschap aan”, lieten Nederlandse deelnemers nu echter bij het eind van de synode in Gmunden weten. Volgens de verklaring zouden de aanwezige zwarte deelneemsters zeer tevreden zijn geweest over de aandacht die zij tijdens de synode kregen, omdat bleek dat “wij allen elkaars kracht en pijn herkennen en delen als het gaat over armoede, seksueel geweld, (on)macht en participatie”.

“Je kunt beter niet zeggen dat we aandacht hebben gekregen, maar dat we die hebben genómen”, zegt de uit Suriname afkomstige theologe Haydy Abrahams strijdvaardig. Met nog veertien andere zwarte en migrantenvrouwen hoorde zij bij de grote Nederlandse delegatie. “Voor onze groep”, aldus Abrahams die werkzaam is bij de Surinameraad, een protestants-kerkelijk orgaan voor de samenwerking tussen blanke en zwarte christenen, “is niet alleen bijzonder hoe wij als vrouwen tegen het geloof en de bijbel aankijken, maar ook is onze gekleurde blik van belang. Net zoals joodse christenen er anders tegenaan kijken dan niet-joodse christenen, zo is de zienswijze van mensen uit ex-koloniale gebieden zoals Suriname waar sommigen ook nog Afrikaanse, voorchristelijke denkbeelden hebben, ook weer anders dan die van witte christenen.”

Over een eenduidige visie van zwarte, christelijke vrouwen kan echter toch moeilijk worden gesproken. Volgens Haydy Abrahams komt dat bijvoorbeeld doordat niet alle, niet-blanke Surinamers ideologisch als zwart beschouwd willen worden. “Hindoestaanse en Molukse christenen zien zichzelf niet als zwarte christenen”, zegt Abrahams. “Daarom moeten we bij zo'n conferentie als in Gmunden ook consequent spreken over zwarte en migrantenvrouwen”. Maar ook dat klopt niet, als je het wat breder bekijkt. Want dan zijn Filippijnse of Japanse vrouwen die aan zo'n bijeenkomst zouden deelnemen, noch zwarte, noch emigrantenvrouwen. Zo gecompliceerd is dat allemaal. Ook bij zo'n vrouwensynode.