Erfenis van Paul Tétart van Elven; Een plafond van Gips

'Rond een plafond', de conservering van een plafond ontworpen door A.F. Gips. Museum Paul Tétar van Elven, Koornmarkt 67. T/m 26 okt. Inl 015-2124206.

Honderd jaar geleden stierf de kunstschilder Paul Tétart van Elven. Aanleiding voor een grote herdenking is dat niet, want de Delftenaar was geen groot schilder. Tétart van Elven moet zelf ook hebben ingezien dat na zijn dood niemand op het idee zou komen een museum naar hem te vernoemen. Daarom bepaalde hij bij testament dat zijn oude woonhuis aan de Koornmarkt als zodanig moest worden ingericht. Aldus geschiedde in 1927, het jaar waarin ook zijn vrouw overleed.

Het bestuur van het museum kon de honderdste sterfdag van Tétar uiteraard niet geheel ongemerkt laten passeren. Besloten werd ter gelegenheid daarvan het plafond in de salon, dat in zeer slechte staat verkeerde, op te laten knappen. Dat plafond is voorzien van decoraties in Renaissance-stijl en van cartouches met de namen van schilders die zeker wel groot te noemen zijn: Hals, Michelangelo, Rembrandt, Rubens, Raphaël. Voorbeelden voor Tétart in de letterlijke zin des woords, want hij maakte voornamelijk kopieën van beroemde werken. Daarvoor bezocht hij veelvuldig buitenlandse musea. “Aan deze muur hangen allemaal schilderijen uit het Louvre”, wijst conservatrice Lidy Thijsse in de hal. “Tétart reisde veel. Hij verkocht de schilderijen die hij dan maakte soms ter plekke.” Behalve kopieën van meesterwerken, schilderde Tétart vooral historiestukken.

De ontwerper van het onlangs herstelde plafond in de salon, A.F. Gips (1861-1943), was een veelzijdiger persoon. Hij schilderde, tekende en ontwierp: van portretten tot kalenders, van reclamemateriaal voor de Koninklijke Gist- en Spiritusfabriek tot meubelontwerpen. Een zilveren koffie- en theeservies dat hij ontwierp voor de firma Begeer werd op de wereldtentoonstelling van Parijs in 1900 met een zilveren medaille beloond. Onderdelen daarvan zijn te zien op de tentoonstelling 'Rond een plafond', gewijd aan het werk van Gips, in een van de kamers van het het museum. Ergens in Nederland staat zelfs een huis dat door Gips is ontworpen. “Waar mag ik niet zeggen omdat er een bekende Nederlander in woont die niet wil dat dat bekend wordt”, aldus Thijsse.

Gips had iets met engeltjes. Hij schilderde ze op ieder plafond dat hij ontwierp, dus ook op dat in Tétarts woning. Dit is het enige plafond van hem dat bewaard is gebleven.

De overige kamers in het gedeeltelijk zeventiende eeuwse pand zijn ingericht met werken van Tétart, met zijn meubels, zijn boeken en vooral met porselein, want dat verzamelde hij graag. Op iedere hoek staat wel een kast met Japans of Chinees aardewerk. Delfts blauw ontbreekt uiteraard niet.

Ondanks de beperkte kunsthistorisch waarde van het werk van Tétart is zijn vroegere woning zeker een bezoek waard. Het museum geeft namelijk een aardig beeld van hoe iemand uit de upper middle class - daar behoorde Tétart toch wel toe, want hij verdiende een aardige cent met schilderen en lesgeven - in de tweede helft van de vorige eeuw leefde. Het Paul Tétart van Elven Museum trok de afgelopen maanden al meer bezoekers dan normaal in een heel jaar. “Het Vermeer-effect”, verklaart de conservatrice. “Na een bezoek aan de tentoonstelling in het Mauritshuis, gingen veel mensen meteen naar Delft.” Een kamer op de eerste verdieping van het museum, die mogelijk Tétarts atelier is geweest, heeft veel weg van een interieur van Vermeer. Op een oude kast staat zelfs een koperen wereldbol, net zo een als op De Geograaf, van zijn stadgenoot die wel een groot schilder was.