Dopingcontrole loopt altijd achter

De Deense wielrenner Knut Jensen viel van zijn fiets tijdens de Olympische Spelen in Rome in 1960. Even later was hij dood. Bij autopsie werden amfetaminen aangetroffen. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) besloot maatregelen te gaan nemen. Zeven jaar en vele nieuwe records later publiceerde het IOC een lijst met verboden middelen.

Daarop stonden stimulerende en verdovende middelen. Hormonale spierversterkers (anabole steroïden) waren nog niet verboden. Op de Spelen van '68 in Mexico moesten sporters voor het eerst plassen voor de dopingcontrole. Hoewel het gebruik van anabole steroïden al in de jaren vijftig werd vermoed, voor het eerst bij Russische gewichtsheffers, kwamen de spierversterkers pas in 1975 op de lijst met verboden middelen. Een eerder verbod had niet veel zin omdat er geen nauwkeurige tests bestonden.

Inmiddels onderscheidt het IOC zes categorieën verboden middelen: stimulantia (vooral amfetaminen, maar ook cafeïne), verdovende pijnstillers, anabole steroïden, bèta-blokkers (bloeddrukverlagers), diuretica (plasmiddelen) en peptidehormonen (groeihormoon en EPO). Daaronder vallen honderden chemische verbindingen.

Stimulerende middelen zijn de oudste farmaceutica waarmee sportlieden hun prestaties probeerden te verbeteren. Cafeïne, cocaïne en amfetaminen behoren ertoe. Ze onderdrukken het vermoeidheidsgevoel, handhaven de oplettendheid en bevorderen de agressiviteit. Cafeïne bevordert daarnaast de afbraak van vetzuren, zodat de sporter naast energie uit suiker ook kracht uit vetvertering kan putten. Niet alle cafeïne is overigens verboden. Een sporter mag best een kopje koffie drinken voor de wedstrijd. Veel wielrenners drinken 's avonds cafeïnevrije koffie en nemen de dag van de wedstrijd 's morgens vier koppen koffie, de maximum veilige dosis.

Amfetaminen hitsen op doordat ze de aanmaak van adrenaline en noradrenaline uit het bijniermerg stimuleren. Deze fight or flight-hormonen maken zenuwen, hart en ademhaling klaar voor snel en oplettend handelen. Bij gevaar wordt het door het lichaam zelf aangemaakt - amfetaminen helpen een handje bij de adrenalineproduktie wanneer het gevaar niet echt is, zoals op het sportveld.

In de Tweede Wereldoorlog slikten militairen amfetaminen om vermoeidheid te onderdrukken. Daarna werden de middelen populair onder studenten, sportlieden en vrachtwagenchauffeurs. In de jaren zestig was het amfetaminegebruik in de sport op zijn hoogtepunt, maar objectief verbeteren sportprestaties er niet of nauwelijks door. Amfetamine geldt dan ook als een ouderwetse en overbodige drug. Anti-astmamiddelen zijn nog wel geprobeerd. Enkele daarvan hebben ook een stimulerende werking en daar is de laatste jaren druk mee geëxperimenteerd. De Duitse hardloopster Krabbe had er in 1993 haar schorsing aan te danken.

Zoals stimulerende middelen een uitputtingsgevoel uit het bewustzijn verdringen, zo verhinderen pijnstillers dat een sporter door pijn wordt afgeremd. Geblesseerde spelers die toch willen sporten moeten opletten welke pijnstillende injectie ze krijgen. De meeste niet-steroïde pijnstillers (aspirine, paracetamol en wat krachtiger middelen die vaak voor reumapatiënten zijn bedoeld) zijn toegestaan. Ook hier kunnen ogenschijnlijk onschuldige medicijnen die zonder doktersrecept verkijgbaar zijn tot een positieve uitslag bij de dopingtest leiden. Codeïne zit in veel vrij verkrijgbare middelen tegen hoest, keelpijn en griepverschijnselen, maar is een door het IOC verboden stof.

Anabole steroïden zijn op het ogenblik de bekendste, meest gebruikte en effectiefste middelen om sportprestaties te verbeteren. Het gebruik is niet beperkt tot sportslieden. In 1987 zei 6,6 procent van de mannelijke Amerikaanse high school leerlingen het afgelopen jaar anabole steroïden te hebben gebruikt. Een derde van die gebruikers deed niet aan competitiesport, maar nam de anabolen om er beter uit te zien. Drie procent van een groep geënqueteerde vrouwelijke topsporters in de VS zei in 1987 ooit anabole steroïden te hebben gebruikt. In hetzelfde jaar liet 55 procent van een groep gewichtheffers weten anabolen te hebben gebruikt om spiermassa te kweken. De gebruikers hadden gemiddeld acht kuren gevolgd.

Prof.dr. Harm Kuipers van het instituut voor bewegingswetenschappen van de Rijksuniversiteit Limburg publiceerde een paar jaar geleden een onderzoek naar veranderingen in bloedsamenstelling en leverfunctie bij fanatiek trainende ervaren body builders. Zij kregen acht weken lang 100 milligram per week ingespoten. Aan het onderzoek deden ook zeven zelfmedicerende body builders mee, en die rapporteerden doses van 200 tot 2.000 milligram per week. In alle onderzochte body builders daalde het gehalte van het 'goed' cholesterol (HDL) in het bloed, wat op den duur het risico op hart- en vaatziekten verhoogt. Onder de zelf-spuiters steeg ook de bloeddruk, wat ook niet goed is voor het hart. Andere afwijkingen van lever- en bloedfuncties vond Kuipers niet. Alle body builders namen toe in gewicht, waarschijnlijk door spiergroei. Dat effect hield een maand of drie aan. Een kuur met betrekkelijk lage dosis anabole steroïden is effectief in de trainingsopbouw en geeft waarschijnlijk geen blijvende gezondheidsschade, concludeert Kuipers met zijn onderzoeksgroep. Hoe het lichaam reageert op veel hogere doses kan om medisch-ethische redenen ook niet systematisch worden onderzocht. Vermoedelijke ernstige bijwerkingen zijn alleen incidenteel bekend, van sporters die hoge doses hebben gebruikt. Acne (jeugdpuistjes), vasthouden van zout en water (dikke benen), haaruitval en leverafwijkingen zijn voor beide geslachten gerapporteerde bijwerkingen. Dood door leverkanker of hartstilstand zijn met anabolengebruik in verband zijn gebracht.

Anabole steroïden hebben de werking van het mannelijke geslachtshormoon testosteron, zelf ook een anabool steroïde. Anabolen versterken de mannelijke geslachtskenmerken. Vrouwen die anabole steroïden gebruiken krijgen (mannelijke) haargroei, menstruatiestoornissen, worden onvruchtbaar, hun borsten worden kleiner en de clitoris groter. Bij mannen stopt vanwege een terugkoppelingsmechanisme de eigen testosteronproductie als anabolen worden toegediend. Dat geeft minder sperma, kleinere zaadballen en minder zin in vrijen.

Het verbieden van stimulantia, pijnstillers en anabolen lijkt begrijpelijk. Maar wat moeten diuretica en bèta-blokkers - medicijnen die normaal alleen bij hoge-bloeddruk- en hartpatiënten naast het ontbijtbordje staan - op de dopinglijst van het IOC?

Schutters trillen niet graag en vuren hun schoten liefst af op een moment tussen twee hartslagen. Bèta-blokkers verlagen de hartslag en verslappen de spieren. Ze zijn van nut zijn in zenuwslopende sporten die geen grote lichamelijke inspanning vereisen.

Diuretica (plasmiddelen) zijn vochtafdrijvende middelen die aan patiënten met hoge bloeddruk en ernstiger hartafwijkingen worden voorgeschreven. Sporters die in een bepaalde gewichtsklasse uitkomen gebruikten diuretica om snel vocht en daarmee kilo's te verliezen voor ze op de weegschaal stappen. Bij overdosering zijn mindere prestaties en hartritmestoornissen het gevolg. Maar diuretica worden ook gebruikt als markerende stof: als er door de plasmiddelen veel water in de urine wordt geloosd, worden andere stoffen verdund die daardoor wellicht onder de detectiegrens of de drempelwaarde komen die beslissend is voor bestraffing. Andere maskerende middelen - eveneens verboden - vertragen de uitscheiding van de verboden stof. Probenecide is een bekend voorbeeld.

Iedereen realiseert zich dat de urinetest het eind van zijn mogelijkheden heeft bereikt. Het belangrijkste verboden dopingmiddel waar veel atleten inAtlanta zich mee hebben voorbereid is erytropoiëtine (EPO). EPO is een hormoon dat de aanmaak van rode bloedlichaampjes stimuleert en daarmee kan de sporter het zuurstoftransport naar zijn spieren verhogen zonder op hoogtestage (toegestaan) te zijn geweest of bloeddoping (verboden) te hebben gehad.

Het opsporen van lichaamseigen stoffen is moeilijk, vooral in urine. Voortestosteron hebben de dopingcontroleurs nog een overigens heftig omstreden truc bedacht, maar het lukt niet om toegediend EPO en groeihormoon in urine aan te tonen.

Het aanvankelijke voornemen om in Atlanta bloed te prikken voor dopingonderzoek is niet uitgevoerd. De dopingonderzoekers zeggen er klaar voor te zijn, maar invasief onderzoek stuit nog op teveel principiële of culurele bezwaren. Veel nationale sportbonden zijn ook bevreesd om 'kampioenendoders' te worden, als ze te streng moeten gaan testen.

    • Wim Köhler