De Pravda verschijnt niet langer

De Pravda is niet meer. Het door Lenin en zijn bolsjewistische kameraden in 1912 ondergronds opgerichte blad, decennia lang de spreekbuis van de communistische partij en het Kremlin, is opgehouden te verschijnen: de opschorting van de publicatie op 24 juli is omgezet in een definitieve stopzetting.

Wat wel verschijnt is de Pravda Pjat (Vijf), dat op zijn voorpagina de letters van de oude krant gebruikt (en de Lenin-ordes die de oude Pravda ten deel vielen), maar dat is een vooral op jongeren gericht boulevardblad dat inhoudelijk niets met de oude Pravda te maken heeft.

De Pravda, waarvan in het verleden mensen als Jozef Stalin en Nikolaj Boecharin hoofdredacteur zijn geweest, was ooit met een oplage van dertien miljoen exemplaren 's werelds grootste dagblad - en tegelijkertijd het dagblad met het minste nieuws, want dat stond er maar weinig in: het blad bevatte vooral propaganda.

Toch was de krant belangrijk omdat het als enige orgaan de standpunten van de Sovjet-leiding over actuele problemen weergaf. De naam van de krant - pravda betekent waarheid - sloeg doorgaans dan ook niet op de inhoud.

De Pravda, dat na de ondergang van het staatscommunisme even verdween maar al snel weer terugkwam, is het slachtoffer geworden van de markt en van conflicten tussen de communistische redactie en de twee Griekse miljonairs die het blad na de teloorgang van de Sovjet-Unie overnamen.

Christos en Theodoros Jannikos, de Griekse eigenaars van Pravda International, hebben de afgelopen jaren miljoenen in de noodlijdende krant gestoken. Maar het blad, dat na 1991 ideologisch geen druppel water bij de wijn heeft gedaan, bleef lezers verliezen. Volgens de gebroeders Jannikos ontbrak op de redactie elke vorm van discipline, dronken de redacteuren te veel en schreven ze niets lezenswaardigs. Zelfs van de rol van oppositiekrant kwam volgens hen weinig terecht: er zijn veel betere en agressievere communistische kranten dan de Pravda.

De markt gaf de Griekse broers wat dat laatste betreft gelijk, want op het laatst was de oplage nog maar 200.000 exemplaren per dag. Dat staat in scherp contrast met een andere vaandeldrager van het vroegere Sovjet-communisme, de Izvestija, vroeger het orgaan van de Sovjet-regering. De Izvestija heeft zich getransformeerd tot een serieuze liberale krant die het commercieel heel goed doet.

Vorige week waren de conflicten tussen de Griekse broers en de redactie zo hoog opgelopen dat de twee eigenaars de toegang tot de krant werd ontzegd. Daarop eisten ze het vertrek van hoofdredacteur Aleksandr Iljin, een vriend van de communistische leider Zjoeganov. Hij zou moeten worden opgevolgd door de hoofdredacteur van het weekblad Pravda Pjat, Vladimir Rjasjin. Iljin weigerde echter op te stappen, met het argument dat de redactie van de krant over zijn aanblijven, over het voortbestaan van de krant en over de besteding van de inkomsten moet beslissen. Daarop zetten de gebroeders Jannikos de uitgave stop.

Pravda Pjat, tot nu toe het weekblad ook door Pravda International werd uitgegeven, is een links blad op tabloid-formaat, met een oplage van 270.000 exemplaren, dat vooral drijft op berichtgeving over seks, dood en misdaad. Het verschijnt nu als dagblad. Waarmee overigens nog niet is gezegd dat de Pravda niet meer zal herrijzen: de lezersmarkt voor communistische bladen is nog altijd groot genoeg om een commerciële uitdaging te vormen.