Boemerang in de polder

In Vlaardingen is bij een dam uit de Romeinse tijd een redelijk intact gebleven boemerang gevonden. De stadsarcheoloog kan al aardig werpen met een reconstructie. Maar wat moesten de Cananefaten met zo'n ding?

'We zagen er eerst een zorgvuldig bewerkt stuk hout in'', zegt Jeroen ter Brugge, stadsarcheoloog van Vlaardingen. Bij nauwkeurige bestudering bleek het een secuur gesneden boemerang. De boemerang is gedateerd op circa 100 na het begin van de jaartelling. De vondst is een belangrijke uitbreiding van de kennis van prehistorische boemerangs: kennelijk kwamen ze hier in vroeger tijden vaker voor dan we tot nu toe dachten. Eerder vonden archeologen in Velsen twee slechter bewaard gebleven prehistorische boemerangs. De Vlaardingse vondst werd vorige week bekend gemaakt.

De opgravingen op het industrieterrein Hoogstad, vlak langs de A20, zijn de moeite waard geweest. In de dam, die een kreek afsloot die op de Maas kon afwateren, vond Ter Brugge ook het oudst bekende Nederlandse waterwerk: een 'duiker': een zeseneenhalve meter lange buis van twee in elkaar geschoven, uitgeholde boomstammen. Dankzij een klep aan de Maaskant kon bij eb het water wel de kreek uitstromen, maar bij vloed niet naar binnen. “Dit is de oorsprong van de Nederlandse waterstaatkunde”, zegt Ter Brugge met gepaste trots. Een van de uitgeholde stammen ligt - geconserveerd - op een houten vlonder in een kamertje in het Vlaardingse archeologisch museum Hoogstad, een paar honderd meter van de plaats waar hij gevonden is. Onlangs werd vlakbij nog een tweede duiker gevonden, van een iets ander type. “De inrichting van het landschap door de mens is in die tijd veel intenser en nadrukkelijker geweest dan we ooit hebben gedacht.” De boemerang werd gevonden in het stortbed van huisafval dat ter versteviging voor de dam was gestort.

Het gebied rond Vlaardingen lag in de eerste eeuwen na Christus aan de grens van het Romeinse Rijk, dat zo ongeveer eindigde bij de Oude Rijn. Bewoners van de monding van de Maas waren de Cananefaten (vroeger bekend als de Kaninefaten). Van hen is weinig meer bekend dan dat ze - net als de naburige Bataven - bij de Romeinen geliefd waren als bereden hulptroepen van de Romeinse Legioenen. Vooral hun vermogen om te paard een rivier over te steken wekte grote bewondering. Ze leefden van handel, veeteelt en akkerbouw op de oeverwallen in een Biesbosch-achtig gebied vol kreken, rivierarmen, gorsen en broekbossen van essen, wilgen en hazelaars. Ze deden mee aan de Batavenopstand in 69 na Chr., onder leiding van Julius Civilis.

Een boemerang, zoals in Vlaardingen gevonden, is te onderscheiden van een gewone werpstok door zijn vleugelprofiel. Dankzij dat profiel zweeft de boemerang als hij draaiend gegooid wordt. Zolang de boemerang een duidelijk draaipunt en een vleugelprofiel heeft, is in principe een eindeloze variatie in vormen mogelijk - naast de klassieke kleerhangervorm. De boemerang is zwevend lid van de enorme verzameling der geworpen wapens, waartoe ook de gewone werpstok, de speer, de werpbijl en het werpmes behoren. Overigens gebruikten de Australische Aboriginals boemerangs ook wel als (in de hand gehouden) slagwapen. De boemerang werd trouwens bijna overal voor gebruikt - nomaden houden van multifunctionele instrumenten. De Aboriginals gebruikten de scherpe kant als vleesmes en als zaag, groeven er mee naar bronnen en maakten er muziek mee (door twee boemerangs tegen elkaar te wrijven of te slaan). Het is zelfs bekend dat boemerangs gebruikt werden bij symbolische ontmaagdingen.

Boemerangs zijn er in twee soorten: de terugkerende en de rechtuitgaande. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, werd de normale Australische boemerang door de Aboriginals rechtuit gegooid, om soms tot op 100 meter afstand met vernietigende kracht een prooi te treffen: de zogenoemde jacht-boemerang. De terugkeer-boemerang werd in Australië vooral gebruikt als speelgoed en bij ceremonies - voorzover bekend. Omdat het traditionele stamleven in de loop van deze eeuw verdwenen is, zijn de belangrijkste bronnen voor het boemerang-gebruik verslagen van Europese getuigen die beide typen lang niet altijd uit elkaar konden houden.

Het verschil tussen jacht- en terugkeerboemerangs is - zonder ze te werpen - moeilijk te zien. Belangrijk verschil in het werpen is dat een terugkeer-boemerang verticaal wordt weggegooid en een rechtuitgaande horizontaal. Sommige boemerangs kunnen op beide manieren gebruikt worden. Volgens de Nederlandse natuurkundige Felix Hess, die in 1975 in Groningen op een omvangrijke studie naar de fysische eigenschappen van de boemerang promoveerde (Boomerangs, aerodynamics and motion), is het waarschijnlijk makkelijker om een goede terugkeerboemerang te maken dan een goede jacht-boemerang. “Want een boemerang maakt al snel een kromme baan, die je dan door kleine aanpassingen verder kunt versterken. Rechtuit is moeilijker.” De Australische jacht-boemerangs zijn groter en zwaarder dan de terugkerende 'speeltuigjes'. Hoe zwaarder de boemerang, hoe groter de klap tegen de kangoeroe.

Weggegooid

De oudst bekende Australische boemerang is zo'n 10.000 jaar oud. Buiten Australië zijn een paar prehistorische boemerangs bekend, waarvan nu drie uit Nederland en een boemerangachtige stok uit Denemarken (ca. 4.000 v.Chr). In Velsen werden, geconserveerd door het natte milieu, eerder twee houten boemerangs gevonden, een uit circa 300 v.Chr. en een van rond het jaar 20 v.Chr. De eerste werd in drie stukken gebroken gevonden. De tweede is na een kort onderzoek kwijtgeraakt - mogelijk per ongeluk weggegooid.

In 1987 werd in Polen een boemerang van 20.000 jaar oud gevonden, gemaakt van een mammoetslagtand. Vorig jaar bleek uit proeven met een reconstructie dat deze ivoren boemerang een echte jachtboemerang was: hij keert niet terug naar de werper maar gaat recht op zijn doel af. Het grote ding, met een spanwijdte van 71 centimeter, kon door de archeologen zo'n 35 meter weggeworpen worden, maar een geoefende boemerangwerper kwam tot 66 meter. Op grond van deze proeven noemde de Britse archeoloog Paul Bahn de boemerang vorig jaar in Nature (16 februari 1995) een 'formidabel wapen': “de maker maakte duidelijk gebruik van langdurig opgebouwde kennis van zaken”.

Met reconstructies die in de jaren dertig van sommige werpstokken uit het oude Egypte zijn gemaakt, schijnt te zijn geworpen als met terugkeer-boemerangs. En ook uit Celebes in Indonesië, bij Hopi-indianen uit Noord-Amerika en in sommige delen van India zijn een soort boemerangs bekend. “Dat is ook niet zo gek”, aldus Hess, “want als je een kromme werpstok een beetje plat maakt, heb je al gauw een boemerang. Hoe een boemerang precies werkt is moeilijk te begrijpen, maar zo'n ding maken is niet zo moeilijk.”

Net als de in Velsen gevonden boemerangs is het Vlaardingse exemplaar waarschijnlijk een terugkeerboemerang. Op een weilandje voor het museum laat de stadsarcheoloog het met behulp van een reconstructie zien. Erg geoefend is Ter Brugge nog niet, precies voor zijn voeten keert het werphout niet terug, maar hij weet met het ding toch een fraaie boog te maken. Rechtuit werpen mislukt, maar dat kan aan de onervarenheid van de werpers liggen. Hess kon in de jaren zeventig met een reconstructie van de oudste Velzen-boemerang overigens ook rechtuit te gooien, tot vijftig meter ver.

Een van de terugkeer-worpen met de Vlaardingen-boemerang eindigt in een slootje achter de archeoloog. “Zo zijn ze de echte misschien ook wel kwijtgeraakt”, oppert Ter Brugge terwijl hij het namaakexemplaar met enige moeite uit het water vist. De boemerang werd gevonden in het stortbed van de eerste dam die vorig jaar werd ontdekt, tussen het huisafval dat daar ter versteving van de dam was gelegd, tussen aardewerk, prachtige mantelspelden en een Romeinse lanspunt. “Of hij daartussen is aangespoeld, of al tussen het afval heeft gezeten, kunnen we niet te weten komen.”

Wat de Cananefaten met een terugkerende boemerang deden is onbekend. Misschien was het gewoon speelgoed, tenslotte werden bij de dam ook knikkers en een soort triktrak-schijf gevonden. Maar misschien gebruikten ze hem ook om in een zwerm vogels boven een moeras te werpen: bijna altijd raak, en mocht hij onverhoopt niets raken dan hoeft de werper niet de modder in om hem op te halen - oppert Ter Brugge. Dit type vogeljacht is het enige bekende jacht-gebruik van de terugkeerboemerang uit Australië, meestal met meerdere tegelijk. Ook werden daar met zo'n boemerang wel eens vogels naar de grond opgejaagd, waar ze met netten werden gevangen.

Of de Cananefaten voor de gewone jacht een rechtuitgaande boemerang nodig hadden, valt overigens te betwijfelen. In Australië werd het boemerang-maken en -werpen tot grote hoogte ontwikkeld omdat daar pijl en boog vrijwel onbekend waren. Maar ten tijde van de Cananefaten was dat handige jacht- en oorlogswapen in Europa waarschijnlijk al 25.000 jaar bekend.