Besluit van top in Arusha; Sancties van buurlanden tegen Burundi

ARUSHA/BUJUMBURA, 1 AUG. De leiders van een aantal Afrikaanse landen hebben gisteren op een top in de Tanzaniaanse stad Arusha besloten om sancties tegen het militaire regime in Burundi in te stellen. Op de top in Arusha waren naast Tanzania ook Oeganda, Tanzania, Kenia, Ethiopië, Rwanda, Zaïre en Kameroen vertegenwoordigd.

Kameroen was in Arusha aanwezig omdat het momenteel voorzitter is van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE). Aan de uitwerking van de strafmaatregelen tegen Burundi wordt nog gewerkt. Burundi heeft geen directe toegang tot de zee en is voor zijn importen grotendeels afhankelijk van de Keniaanse havenstad Mombasa. Volgens bronnen bij de top zijn de Afrikaanse leiders van plan om de export van olie naar Burundi tot een minimum te beperken. Daarnaast zouden alle vluchten van en naar Burundi opgeschort worden. Ten slotte willen de leiders maatregelen treffen om de export van koffie en thee, Burundi's belangrijkste produkten, aan banden te leggen. Door de burgeroorlog ligt die export overigens al vrijwel geheel stil. Nog slechts twintig procent van de inkomsten van de regering in Bujumbura komt uit de opbrengsten van export, de rest bestaat uit de accijnzen op met name bier en uit giften en leningen van donoren.

De Afrikaanse leiders riepen gisteren de op 25 juni, tijdens een eerdere regionale topconferentie in Arusha, genomen beslissing in herinnering om een interventiemacht naar Burundi te sturen. Al voor de staatsgreep, vorige week donderdag, in Burundi zei de bemiddelaar in het Burundische conflict, de Tanzaniaanse ex-president Nyerere, dat er van een interventie slechts sprake kan zijn als het Tutsi-leger en de Hutu-rebellen tot een staakt-het-vuren komen. De secretaris-generaal van de OAE, Salim Ahmed Salim, zei gisteren in Arusha dat sancties “slechts een van de elementen” zijn van de in Arusha bereikte consensus en dat, als het nieuwe Burundische regime niet meewerkt aan een oplossing, militaire interventie niet mag worden uitgesloten. De interventie wordt inmiddels bestudeerd door een comité van militaire experts. Volgens bronnen in Arusha heeft dat nog geen concrete plannen opgesteld.

Opvallend was dat de Afrikaanse leiders in Arusha, die er bij het Burundische regime op aandrongen het parlement zijn bevoegdheden terug te geven en het verbod op politieke partijen op te heffen, niet hebben geëist dat Sylvestre Ntibantunganya, de Hutu-president die vorige week dinsdag staatsgreep naar de Amerikaanse ambassade in Bujumbura vluchtte, in zijn ambt wordt hersteld. Volgens waarnemers wijst dit erop dat ook de leiders van Burundi's buurlanden vinden dat Ntibantunganya's rol in Burundi is uitgespeeld.

De nieuwe machthebber van Burundi, de Tutsi Pierre Buyoya, heeft inmiddels de Hutu Pascal-Firmin Ndimira, een voormalig minister van Landbouw, tot premier benoemd. Ndimira, wiens vrouw en moeder Tutsi's zijn, was enige tijd rector van de universiteit van Bujumbura. Tijdens de eerste ambtsperiode van Buyoya (1987-1993) stond hij aan het hoofd van de zogeheten Raad van Nationale Eenheid, die op verzoek van Buyoya oplossingen moest aandragen voor de sociale en politieke crisis in Burundi. Onder Burundische Tutsi's staat Ndimira bekend als gematigd. (AP, AFP, Reuter)