Bedrijfstak-CAO banken in geding

HOUTEN, 1 AUG. De vakbonden in het bankbedrijf worden er “een beetje moe” van. Weer is een conflict met ABN Amro zo hoog opgelaaid dat ze zich gedwongen voelen met juridische stappen te dreigen.

Ging de ruzie enkele maanden geleden over het plan van ABN Amro grote groepen medewerkers uit te zonderen van de CAO-afspraak voor een 36-urige werkweek, nu betreft het de wens om medewerkers van het call centre - het nieuwe telefonische servicecentrum - niet onder de CAO voor het bankbedrijf te laten vallen.

“Het is voor ABN Amro een spelletje geworden: hoe ondermijn ik de afspraken die ik zelf heb gemaakt. Je wordt als vakbond gewoon gedwongen de rol van politie-agent te gaan spelen”, zegt Erna van de Rijdt, bestuurder bij De Unie. In tegenstelling tot de twee andere grootbanken, ING en Rabo, blijft ABN Amro volgens de bonden steeds naar wegen zoeken om onder de bepalingen van de vorig jaar afgesloten CAO uit te komen.

ABN Amro weet het spel daarbij goed te spelen. Toen de bank aankondigde dat grote groepen hoger en middelbaar personeel uitgezonderd moesten worden van de 36-urige werkweek, dreigden de bonden woedend met juridische stappen. Al snel bleek echter dat zij bakzeil zouden moeten halen, omdat in de CAO geen concrete kwantitatieve beperkingen zijn geformuleerd. Unie-bestuurders Van de Rijdt en Kramer hebben echter goede hoop dat het plan van ABN Amro om het call centre als aparte BV uit te zonderen van de bancaire arbeidsvoorwaarden wel via juridische weg te blokkeren is: “Dat moet ook wel. Als ABN Amro gelijk krijgt, kun je de bank-CAO wel in een la leggen. Daar hoef je dan nooit meer naar om te kijken.”

Dat weer een pakket arbeidsvoorwaarden voor de hele bedrijfstak kan worden afgesloten als in 1998 de huidige CAO afloopt - daar geloven de Unie-bestuurders eigenlijk niet meer in. “Er ontstaat steeds meer druk op de bedrijfstak-CAO”, aldus Van de Rijdt. Doordat banken de huidige CAO al zo verschillend blijken uit te leggen onstaat steeds meer risico van concurrentievervalsing - juist wat een bedrijfstak-CAO beoogt uit te bannen. Belangrijkste factor is echter de opmars van de bankverzekeraars als ING, Fortis en Achmea. Zij combineren bancaire activiteiten met verzekeringen en lopen tegen het probleem aan dat een deel van hun personeel onder de verzekerings-CAO valt (weer gesplitst in CAO's voor binnendienst en buitendienst) en een deel onder de bank-CAO. Achmea spant de kroon met vijf verschillende CAO's, dankzij het feit dat de zorgverzekeraars ook een bedrijfstak-CAO hebben terwijl dochter Centraal Beheer een eigen ondernemings-CAO kent.

Voor de vakbonden in het bankbedrijf is afschaffing van de bedrijfstak-CAO tot nu toe steeds onbespreekbaar geweest. Toch is men nu ingegaan op het verzoek van Achmea om de mogelijkheden van één concern-CAO te onderzoeken. “Achmea heeft hele goede redenen. Binnen dat concern bestaan op dit moment 450 verschillende arbeidsvoorwaardelijke regelingen. Dat staat de interne mobiliteit wel heel erg in de weg”, aldus Kramer.

Als de onderhandelingen bij Achmea succesvol verlopen, zullen ook de andere bankverzekeraars zich opwerpen voor een eigen concern-CAO, zo verwachten de Unie-bestuurders, terwijl ook een grootbank als de Rabo - die veel meer heil ziet in arbeidsduurverkorting dan bijvoorbeeld ABN Amro - straks wellicht liever een eigen CAO heeft. Van de Rijdt: “Zo'n concern moet wel met een goed verhaal komen. Het moet ze er niet alleen om gaan dat 20 procent op arbeidskosten bespaard kan worden.”